Stoute en gemene meisjes. Billen, Eline Lemmens, Kathleen Vannoppen, Nicolai Tournel, Raf Lenaerts, Kalina Martens, Anke Hauben, Valerie

In ons laatste jaar Orthopedagogie aan de Katholieke Hogeschool Limburg kregen we de opdracht om een project uit te werken. Wij kozen voor het project 'stoute en gemene meisjes'. Dit was voor ons allen onze eerste keuze. Vandaar dat we meteen gestart zijn met een hoge motivatie.

De verwachtingen van onze projectbegeleider waren dat we een onderzoek zouden doen naar 'stoute en gemene meisjes' en of deze meer voorkomen dan vroeger.

Allereerst moesten we beginnen met het afbakenen van de term 'stout en gemeen'. Door te brainstormen hebben we een aantal termen kunnen samenvoegen om zo tot een algemene omschrijving voor 'stout en gemeen' te komen. Een grote hulp hierbij waren de artikels die we van onze projectbegeleider kregen.

Hierna zijn we meteen begonnen om de vragen van onze enquête op te stellen. Dit moest snel gaan zodat we de enquête zo vlug mogelijk konden verspreiden. We kwamen tot deze vragen door onze eigen algemene omschrijving voor 'stout en gemeen' voor ogen te houden. Omdat we een grote en gedifferentieerde groep wilden bereiken, kozen we ervoor om de enquête via het Internet en in middelbare scholen te verspreiden.

Later zorgden we ervoor dat onze theorie vorm kreeg. Toen we aan onze theorie begonnen te werken dachten we meteen aan onder andere cijfermateriaal en verklaringen voor 'stout en gemeen' gedrag. We hebben ook geprobeerd om onze theorie te baseren op het hier en nu, op wat er tegenwoordig in onze maatschappij leeft. We gebruikten hiervoor niet enkel de artikels maar ook veel literatuur.

Na het stopzetten van de enquêtes zijn we begonnen met de verwerking ervan. We hoopten hieruit enkele belangrijke conclusies te kunnen trekken. Het maken van grafieken van de eindresultaten hielp ons hierbij.

Ook hebben we de opdracht gekregen om een aantal opvoeders die met onze doelgroep werken te interviewen. Dit om een beeld te krijgen van wat hulpverleners denken over ons thema. Wij kozen echter voor een bredere aanpak en interviewde dus niet enkel opvoeders. We hebben ook een politieagent, maatschappelijk assistenten, een cipier en een medewerker van de jeugdrechtbank aan het woord gelaten. De verscheidenheid in de geïnterviewden was voor ons belangrijk om een bredere kijk te krijgen.

In het kader van ons project gingen we op internationale studiereis. Deze reis bood ons een verruimd perspectief met andere invalshoeken. Ook bood het een meerwaarde om meerdere specifiek gerichte jeugdvoorzieningen in een andere cultuur te leren kennen. We kozen ervoor om naar Amsterdam te gaan. Een aanleiding hiervoor waren enkele artikels waarin beschreven stond dat de criminaliteit bij meisjes is gestegen. We gingen langs bij Altra Jeugdzorg, Spirit, Streetcornerwork en No Limit. Dit was zeer leerrijk voor ons. We kregen veel nuttige informatie die ons hielp bij het verwerken van ons thema. Ook hebben we enkele duidelijke verschillen ontdekt tussen de Nederlandse en Belgische problemen en aanpak. Doorheen dit projectboek zullen we de informatie die we tijdens deze studiereis hebben opgedaan aanhalen. De volledige verslagen zijn terug te vinden in de bijlage.