|
Algemeen
Inleiding
Wat is pesten
Wat is digitaal pesten
Vormen van cyberpesten
Profiel van de dader
Profiel van het slachtoffer
Gevolgen van cyberpesten
Wat maakt cyberpesten zo populair
Onderzoeksgegevens
Preventie
en begeleiding
Hoe als hulpverlener helpen
Beschermen tegen cyberpesten
Cyberpesten en school
Volwassenen
Cyberpesten op het werk
Cyberstalken
Leerkrachten cyberpesten
Educatief materiaal
Info over bestaand materiaal
Zelf ontwikkeld materiaal
Aanverwante onderwerpen
Andere internetgevaren
Gevaar van spelletjes
Links naar andere
websites
Nederlandstalig
Engelstalig
Divers
Contact
Zoeken op deze site
Discussieforum
Cyberpesten en media(blog)
Disclaimer & copyrights
© Gerard Gielen Hasselt |
Wat maakt cyberpesten zo populair?
1. Men staat
niet stil bij de impact van cyberpesten
Diverse onderzoeken tonen aan dat de helft van alle jongeren zelf of in
hun omgeving cyberpesten hebben meegemaakt. Het meest verontrustend in
de diverse onderzoeken is dat de meeste gepeste jongeren niet weten wie
de pestkoppen zijn, omdat het pesten anoniem gebeurt. Meestal zijn het
klasgenoten of bekenden met wie men ruzie heeft gehad, maar klasgroepen
en vriendengroepen zijn zo groot zodat het onduidelijk is wie de
pestkoppen uiteindelijk zijn. Vaak sturen jongeren ook snel
pestboodschappen die ze ontvangen naar elkaar door zonder te beseffen
hoe kwetsend deze wel zijn voor de betrokkenen. De meesten zien het als
een spel, een vorm van plezier maken en staan niet stil bij de gevolgen.
Soms gaan ze heel ver. In de VS ontdekte een jongen, Chad genaamd dat
zijn vriendin een andere jongen liefhad. Hij verloor geen tijd, haastte
zich naar zijn computer en zond via instant messenger berichten naar al
zijn vrienden dat hij het meisje ging vermoorden. Eén jongere was
ongerust en vreesde dat hij het meende en vertelde het aan zjjn ouders.
Die contacteerden de school die op hun beurt de politie inschakelden
omdat ze de bedreigingen vrij ernstig en gedetailleerd neergeschreven
vonden. Chad werd van school gestuurd en kreeg als straf 25 uren
gemeenschapsdienst opgedragen. Vele jongeren beseffen niet welke
gevolgen hun daden kunnen hebben. De meerderheid beseft niet hoe groot
de impact kan zijn als de slachtoffers onder ogen krijgen wat er over
hen verteld wordt of welke beledigende en/of compromitterende beelden
over hen verspreid worden.
2. Technologie creëert de illusie van anonimiteit.
Het belangrijkste kenmerk van cyberpesten in tegenstelling tot het
klassieke pesten is m.a.w. de anonimiteit en het gevoel onzichtbaar te
zijn doordat men een andere identiteit kan aannemen. Technologie creëert
de illusie dat men onzichtbaar is en anoniem.
Nancy Willard (2004) beschrijft dit fenomeen als ‘disinhibition’,
letterlijk ‘disinhibitie’ en vrij vertaald ‘ontremmend’. Wanneer mensen
internet gebruiken, zijn ze vaak vrij bereid om dingen te doen of te
zeggen die ze veel minder waarschijnlijk in de ‘echte’ wereld zouden
doen of zeggen. Op internet is het gedrag veel minder geremd. Door het
feit dat men niet voor zichzelf moet uitkomen en niet met het oordeel
van anderen geconfronteerd wordt, durft men veel meer. Disinhibitie kan
negatief maar ook positief zijn. Iemand kan erg geremd zijn om contact
te zoeken met een persoon van het andere geslacht maar als het via de
anonimiteit van het internet gebeurt durft men de stap wel zetten. Via
het web kan men makkelijker gevoelige informatie opzoeken omtrent
bepaalde ziektes zonder de identiteit prijs te geven. In porno
geïnteresseerde personen kunnen anoniem hun gading vinden en zelfs
pedofiele neigingen kunnen op internet vrij makkelijk anoniem geuit
worden. De illusie dat men anoniem surft kan gedragskeuzes beïnvloeden
en mensen in staat stellen dingen te doen die ze anders nooit zouden
doen.
Vele jongeren veranderen totaal als ze hun internetidentiteit aannemen
en vereenzelvigen zich met figuren uit geweldfilms, strips of van
televisieseries en denken en handelen alsof ze die persoon zijn. Niemand
kan hen zien en betrappen. De anonimiteit van internet geeft jongeren de
kans zich volledig in de andere rol in te leven en daardoor hun
persoonlijk geweten uit te schakelen. Die anonimiteit en het gevoel van
onzichtbaarheid maakt dat het cyberpesten veel meer grof en beledigender
is dan het klassieke pesten bij een rechtstreekse confrontatie. Jongeren
weten dat ze geen rechtstreekse confrontatie met het slachtoffer moeten
aangaan, dat het risico dat ze betrapt worden zeer klein is en
profiteren ervan dat ze hun pestdaden kunnen stellen buiten de
schooluren, vanaf een thuispc, vanuit een bibliotheek, een internetcafé
enz. Het ontbreken van lijfelijk contact, het ontbreken van een stem die
protesteert en ook het ontbreken van sociale en contextuele elementen
doen jongeren in cyberpesten veel verder gaan dan dat ze normaal gezien
zouden durven.
Vaak weten jongeren overigens niet dat bij emailverkeer en bij sommige
surfactiviteiten het IP-nummer van de pc wordt genoteerd. Helemaal
anoniem gebeurt het surfgedrag dus niet en men laat zonder het te weten
‘cyberfootprints’ of ‘cybervoetstappen’ achter. In het Nederlandse Sluis
werd ten tijde van de dood van Theo Van Gogh een vader uit zijn bed
gelicht omdat er vanaf zijn computer fundamentalistische oproepen tot
aanslagen werden gepost in anonieme fora. Het was vrij snel duidelijk
dat het zijn zoon van 16 was die de opruiende en bedreigende taal op de
webfora had gepost.
In een hogeschool
stuurde een student haatmails naar zijn leerkracht om zijn
verontwaardiging over slechte examens uit te drukken. De student had een
fictief hotmailemailadres aangemaakt maar vergat dat hij bij het
opzetten van de computer zijn eigen studentenkaartnummer had moeten
ingeven om te kunnen inloggen. Het was dus vrij makkelijk om de dader op
te sporen. De student kwam er gelukkig goedkoop vanaf met een ernstige
bolwassing.
Jongeren moeten
zich eigenlijk bewust zijn dat ze altijd cybervoetafdrukken achterlaten.
Maar ondanks deze bedreiging waarvan de meeste jongeren zich niet bewust
zijn, gaat de illusie van onzichtbaarheid verder.
Het valt bijvoorbeeld ook op dat het niet alleen de sterke en stoere
jongeren zijn die pesten. Soms zijn het ook slachtoffers van klassiek
pesten die de elektronische vormen gebruiken om wraak te nemen. Uit
Amerikaans onderzoek (Qing Li, 2005) bleek dat 30% van de gewone pesters
ook cyberpesters zijn, terwijl één zesde van de slachtoffers van gewone
pesten zich storten op het cyberpesten om weerwraak te nemen.
Onderzoekers besluiten dat in het klassieke pesten je vrij goed een
groep pestkoppen en slachtoffers kunt onderscheiden, maar dat dit
onderscheid minder duidelijk te maken is bij het cyberpesten.
Cyberpesters kunnen tegelijk daders en slachtoffers zijn en moeten dus
ook als één groep behandeld worden.
3. De snelle en makkelijke toegankelijkheid van technologie
Een ander element dat het cyberpesten zo aantrekkelijk, maar ook
gevaarlijk maakt is de makkelijke toegankelijkheid van de technologische
middelen. Als je iemand lijfelijk wil pesten moet je de persoon al
opzoeken en een geschikt moment afwachten. Bij internet of gsmpesten kan
je onmiddellijk naar het middel grijpen en direct starten met pesten. De
snelle toegankelijkheid van deze middelen maakt ook dat jongeren vaak
niet nadenken als ze starten met cyberpesten. Ze zorgen er wel voor om
anoniem te kunnen blijven , maar voor de rest worden er geen plannen
gesmeed en gaan de meesten heel erg impulsief te werk wanneer ze hun
pestactiviteiten ontplooien. Een ander punt is dat het pesten via
internet en gsm zo snel gaat en zo massale impact heeft. Een pestemail,
een bewerkte foto, een haatsms’je kunnen ogenblikkelijk doorgezonden
worden, zodat een snelle verspreiding van de pesterijen mogelijk is.
Nadeel is dan wel
dat de aanstoker geen controle meer heeft met wat er uiteindelijk met
het materiaal gebeurt. Op internet circuleren op pornosites honderden
filmpjes van jongeren die ooit gemaakt werden met een webcam, al dan
niet uitgelokt of in een roes van verliefdheid opgenomen. Nog steeds
circuleren de beelden op internet van de dikke jongen die thuis voor
zijn webcam star wars naspeelde. In de meeste gevallen is het volslagen
onmogelijk om nog beelden tegen te houden als ze eenmaal op het internet
gezet zijn. In de VS is een verhaal bekend van een jongen die de foto
van het hoofd van een leerkracht plakte op een naaktmodel. De foto
prijkt ondanks de pogingen om tegen te houden op diverse archieven van
sekssites. De jongen werd opgepakt en gestraft met gemeenschapsdienst,
maar voor de lerares is ze gedoemd om levenslang op het internet rond te
rijzen. De dame kan zich alleen maar troosten dat het niet haar lichaam
is dat daar getoond werd.
Naast de gemakkelijke toegankelijkheid en de snelle verspreiding van het
materiaal is ook de eenvoud van de technologie oorzaak dat er zo snel
gecyberpest kan worden. In amper één minuut maak je voor een fictieve en
onbestaande persoon een emailadres aan in Hotmail, waarna je zonder
scrupules de ene roddel na de andere kunt rondsturen, anoniem
haatboodschappen kunt posten in forums, enz.
In een school in
Fairfax County zette een jongen vrij gemakkelijk een populariteitspoll
op om te kijken wie de meeste gehate leerlingen van zijn klas waren. Een
meisje kreeg de volle lading van negatieve kritiek over haar heen en
geraakte in een zware depressie. De ouders contacteerden de school die
op hun beurt de ouders van de dader contacteerden. De brave ouders waren
zich totaal niet bewust wat hun zoon had uitgespookt en waren
stomverbaasd dat hun eigen zoon die amper iets van internet en computers
afwist zo snel iemand had kunnen kraken. De jongen had gewoon gebruik
gemaakt van kant en klare polls die door bekende websites zoals
www.cnn.com of
www.msnbc.com worden aangeboden en
via een anonieme email al de leerlingen van de school uitgedaagd om hun
stem uit te brengen. Uit dit verhaal blijkt ook dat deze grote websites
die de pollformules aanbieden geen enkele controle uitoefenen omtrent
welke onderwerpen online vragenlijsten opgesteld worden.
( www.connectforkids.org )
4. De massaverspreiding van technologiegebruik
Jongeren die ‘gepakt’ werden met cyberpesten gaven vaak aan dat het
pesten toch niet zo erg was, want iedereen doet het toch. Net zoals vele
jongeren het illegaal downloaden van software of mp3 muziek
rechtvaardigen met het argument dat iedereen het toch doet,
rechtvaardigen ze het cyberpestgedrag met het argument dat zovelen het
toch doen. Hoe meer mensen dit soort gedrag stellen, hoe kleiner de
pakkans en dit maakt dat men minder rationeel met cyberpestgedrag
omgaat.
Vele jongeren die met cyberpesten betrapt werden, rationaliseerden hun
cyberpestgedrag met het argument dat als iedereen het doet en mag doen,
zij zich ook dat recht mogen toeëigenen. Op sites zoals
www.crazyshit.com of www.shooshtime.com/clips/ kan je de meest
waanzinnige , vulgaire en obscene foto’s en (webcam)clips downloaden
vaak van pornografische aard. Jongeren die dit soort sites bezoeken
ontwikkelen een verlaagd normbesef en denken dat ze net zo goed mensen
mogen beledigen of dit soort materiaal mogen verspreiden, ook al is het
illegaal verworven met een webcam, digitaal fototoestel of gsm met
ingebouwde camera zonder de toestemming van de persoon in kwestie.
5. Er wordt weinig tot nooit ingegrepen.
Een reden waarom de populariteit van het cyberpesten ook alsmaar
toeneemt is dat er weinig tot nooit wordt ingegrepen. ‘Ik kan toch niet
gepakt worden’ leeft bij de pesters en ‘De dader is toch nooit te
achterhalen’ leeft bij de slachtoffers. De onzichtbaarheid maakt het
makkelijk om een onverantwoorde of schadelijke actie te rationaliseren.
Een mogelijke bedreiging van straf zal bij het cyberpesten praktisch
geen invloed hebben. Bij het klassieke pesten durft men pa of ma wel in
te lichten en vaak ziet men ook lichamelijke gevolgen zoals gescheurde
of vuile kleren, builen of wonden. Bij het cyberpesten blijft het bij
psychologisch pesten en dit is minder zichtbaar. Het valt op dat
kinderen die gecyberpest worden zelden hun ouders of leerkrachten
inlichten. Meestal is dat omdat ze beseffen dat hun ouders weinig tot
niets van computers en informatica afweten en vrezen dat die alleen maar
het computergebruik zouden verbieden. Hoe leg je als jongere aan je
ouders uit dat je gepest wordt via Msn als ouders niet weten wat dat
precies is en hoe er daar in hemelsnaam gepest kan worden ? Het valt uit
onderzoek op dat jongeren meer geneigd zijn om het cyberpesten voor zich
te houden, dan bij het klassieke pesten. Het komt ook wel omdat sommige
volwassenen, bijvoorbeeld leerkrachten op school net zo goed meelachen
met websites zoals www.crazyshit.com of dat jongeren in tijdschriften
zoals Humo dit soort websites als leuk aangeprezen krijgen.
De kwestie van het effect van onzichtbaarheid op menselijk gedrag is
geen nieuwe overweging. Plato besprak dezelfde kwestie in zijn verhaal
over de Ring van Gyges. In dit verhaal vond een herder een magische
ring. Toen de steen aan de binnenkant van zijn hand werd gedraaid, werd
de herder onzichtbaar. Aldus formuleerde Plato volgende vragen: Hoe
verkiezen wij ons te gedragen als we onzichtbaar zouden zijn? Zullen wij
doen wat wij willen doen omdat wij weten dat niemand ons betrappen en
kan straffen? Zullen wij iets doen dat iemand kan kwetsen omdat wij
weten dat niemand kan vertellen wie het deed? Of zullen wij doen wat wij
weten dat het juiste is? Het complexe van deze kwestie is de erkenning
dat er ook op internet zeer goede redenen voor het verwezenlijken van
allerlei strafbare dingen zijn juist omwille van de onzichtbaarheid en
de anonimiteit. Nancy Willard (2004) pleit om tijdens het proces van
preventie van cyberpesten, voldoende aandacht te besteden aan de gevaren
en de persoonlijke ethische verantwoordelijkheid voor de illusie van
anonimiteit.
6. Vermindering van sociale en contextuele richtsnoeren en
tastbare terugkoppeling.
In een gewone pestsituatie zal de reactie van de ander, de zogenaamde
sociale en affectieve terugkoppeling impact hebben op het pestgedrag.
Bij online pesten is die terugkoppeling over de gevolgen van hun acties
ten aanzien van de slachtoffers er niet en zal men gedrag stellen
waarbij sociale en ethische normen makkelijker overschreden worden.
Vooral het wegvallen van sociale controle en sociale afkeuring maakt het
cyberpesten veel agressiever van aard.
Wie veel van email gebruik maakt, zal herkennen dat de neiging veel
groter is om de boodschap of reactie veel agressiever uit te drukken,
dan wanneer de persoon voor je zou zitten. Zelfs bij het gebruik van
telefoon zijn vele mensen minder geremd dan bij lijfelijk contact.
Wanneer elke vorm van terugkoppeling wegvalt en men niet zelf
verantwoordelijk is voor de daadwerkelijke of potentiële gevolgen ,
zoals bij het online pesten, wordt de brutaliteit veel groter.
7. De capaciteit om veelvoudige identiteiten op internet aan te
nemen
Jongeren kunnen op internet meerdere identiteiten aannemen. De gekende
psycholoog Erickson merkt op dat tijdens adolescentie, tieners geneigd
zijn om verschillende rollen te spelen en identiteiten aan te nemen, wat
hen helpt hun eigen identiteit en persoonlijkheid beter te leren kennen.
Zo vereenzelvigen ze zich met sportvedetten of mensen uit de showbizz,
uit strips, helden van televisie of film.
De technologie van internet vergroot beduidend de capaciteit om te
creëren en te experimenteren met veelvoudige identiteiten. Naar analogie
van de verschillende vensters die je kan openen in het
Windowsbesturingssysteem, kan je verschillende identiteiten openen
naargelang de site die je bezoekt of de rol die je aanneemt bij het
surfen. Niet voor niets is er zulk een groot gevaar in het misleiden van
kinderen door volwassenen, omdat ze op internet bijvoorbeeld makkelijk
de identiteit van een jong meisje of jongen kunnen aannemen. Ze kunnen
zelfs een valse foto bezorgen en zich effectief voor iemand anders
voordoen. Het is meermaals gebeurt, dat jonge meisjes ergens op een
geheime plek en zonder medeweten van hun ouders afspraken maken met hun
zogezegde geliefde van dezelfde leeftijd die uiteindelijk bij de
eigenlijke ontmoeting een volwassen oudere man blijkt te zijn. Ook
jongeren zelf durven verschillende rollen en identiteiten aannemen op
internet en zij vereenzelvigen zich zodanig met hun rol dat niet zij het
pestgedrag verspreiden, maar de identiteit waarin ze zich verhullen
tijdens het op internet gaan. Zo hebben ze ook geen problemen met hun
persoonlijke moraliteit of remmingen en slagen ze erin hun persoonlijke
verantwoordelijkheid te ontlopen. Immers niet zijzelf, maar hun
internetalterego stelt het verkeerde gedrag. ‘Het was ik niet die het
deed, maar mijn online persoonlijkheid,’ is dan het gehoorde excuus.
Het is belangrijk
om hierbij te vermelden dat de strategieën van het aannemen van een
andere identiteit afhankelijk zijn van de cognitieve ontwikkeling.
Jongere kinderen zijn niet zo in staat om onder een andere identiteit te
fungeren, terwijl tieners en volwassenen dat makkelijker kunnen. Toch
blijkt dat het meestal gaat om personen met een zwakkere identiteit en
verminderde cognitieve vermogens die zulk een gedrag stellen. Het
voordeel bij het werken met tieners is wel dat zij de cognitieve
mogelijkheden hebben zich in te leven in de positie van anderen en zo de
gevolgen van hun gedrag op de ander beter te kunnen inzien.
8. Positieve
tips om te leren omgaan met internet
Willard (2004)
geeft een aantal tips naar jongeren om hen te leren op een positieve
manier om te gaan met internet.
1. Jongeren moeten beseffen dat zij altijd verantwoordelijk blijven voor
hun persoonlijk gedrag ook al nemen ze een andere identiteit aan.
2. Benadruk het belang van het vermijden van het berokkenen van schade,
materieel of emotioneel aan anderen bij het persoonlijk afwegen van
morele waarden en sociale verwachtingen. Heel vaak legt men aan jongeren
allerlei regels op zonder te vertellen waarom deze regels nodig zijn.
Een belangrijk criterium voor het bepalen van regels is dat een ander
geen schade mag oplopen door het eigen gedrag.
3. Verhoog het empatisch vermogen van jongeren via allerlei opdrachten
en oefeningen. Dat kan bijvoorbeeld door hen zich te laten inleven in de
positie van een gecyberpest kind. Door hen te leren nadenken hoe dat
anderen denken en voelen en te laten ervaren wat het betekent om online
gepest te worden, probeert men te bereiken dat jongeren een groter
moreel verantwoordelijkheidsbesef ontwikkelen. “Hoe zou jij je voelen
als iemand anders bij jou hetzelfde deed.”
4. Help jongeren herkennen en begrijpen hoe hun handelingen schade
kunnen berokkenen bij personen die ze niet zien. “Wat zou de persoon die
je dit aandoet, voelen bij dit gedrag ?”
5. Help jongeren leren na te denken over goed en kwaad in
overeenstemming met hun eigen persoonlijke waarden zonder dat daaraan
straf of betrapping moet bij te pas komen. “Vind je dit zelf wel ok, wat
je doet ?”
6. Leer jongeren een morele check-up doen. “Wat zou je vader, moeder,
leerkracht, of ander voor jou verantwoordelijk persoon denken bij dit
soort handelingen die je stelt.”
7. Wijs jongeren op de maatschappelijke gevolgen. “ Wat zou je ervan
vinden mocht dit gedrag op de voorpagina van de krant terechtkomen, met
jouw naam als dader eronder ?” “Wat zou er in de samenleving gebeuren
als iedereen zou beginnen te doen,wat jij nu doet?”
8. Houd bij kinderen altijd een opvoedkundig oogje in het zeil, zonder
dat je hen het gevoel moet geven ze voortdurend op de vingers te kijken.
Toon als begeleiders betrokkenheid bij het handelen en wandelen van
kinderen : waar hangen ze uit, wat doen ze op internet, hoe gebruiken ze
hun GSM, enz. Ouders, leerkrachten en andere verantwoordelijke
volwassenen moeten jongeren het gevoel geven dat ze hun cybergedrag
superviseren. Jongeren moeten weten dat ze in de gaten gehouden worden
ook al is dit niet expliciet. Jongeren moeten een aantal regels
aangereikt krijgen waarin wordt bepaald wat kan en niet kan, en welke
sancties mogelijks getroffen worden als jongeren zich niet aan afspraken
houden.

|