|
Algemeen
Inleiding
Wat is pesten
Wat is digitaal pesten
Vormen van cyberpesten
Profiel van de dader
Profiel van het slachtoffer
Gevolgen van cyberpesten
Wat maakt cyberpesten zo populair
Onderzoeksgegevens
Preventie
en begeleiding
Hoe als hulpverlener helpen
Beschermen tegen cyberpesten
Cyberpesten en school
Volwassenen
Cyberpesten op het werk
Cyberstalken
Leerkrachten cyberpesten
Educatief materiaal
Info over bestaand materiaal
Zelf ontwikkeld materiaal
Aanverwante onderwerpen
Andere internetgevaren
Gevaar van spelletjes
Links naar andere
websites
Nederlandstalig
Engelstalig
Divers
Contact
Zoeken op deze site
Discussieforum
Cyberpesten en media(blog)
Disclaimer & copyrights
© Gerard Gielen Hasselt |
Profiel van de dader
1. Profiel van een pestkop (algemeen)
Jongens maken opnamen van mishandeling. Donderdag zijn vier
leerlingen van 15 en 16 jaar van het voortgezet onderwijs in Amsterdam
gearresteerd nadat zij door leerkrachten waren betrapt op het pesten en
mishandelen van een 14-jarig klasgenootje. Van de mishandelingen waren
met een mobiele telefoon opnamen gemaakt. De vier verdachten werden
ingesloten en in verzekering gesteld. De ouders van de vier pestkoppen
konden hun kinderen 's avonds na verhoor ophalen. De wijkteamrecherche
heeft de zaak in onderzoek. Een docente van de scholengemeenschap in
Oost betrapte vier jongens op het moment dat het slachtoffer klappen
kreeg. Dit gebeurde in bijzijn van meerdere klasgenoten. Zij greep
onmiddellijk in en wist behalve de belaagde jongen ook een mobiele
telefoon veilig te stellen. Omdat het viertal het al eerder had gemund
op het slachtoffer besloot de schooldirectie de politie in te schakelen.
Zij werden gearresteerd voor mishandeling en openlijke geweldpleging. De
rechercheurs ontdekten dat van tenminste twee pestincidenten gsm opnamen
waren gemaakt. Op de mobiele telefoon was te zien hoe het slachtoffer
klappen en schoppen kreeg van zijn vier medescholieren. (
http://www.telegraaf.nl/crime
)
Uit recent onderzoek (UIA 2006) blijkt dat in Vlaamse scholen gemiddeld
één kind op de vijf wordt gepest. Het gaat om bijna 1 op de 4 (23%) van
alle leerlingen uit het lager onderwijs en 1 op de 7 (15%) van alle
leerlingen uit het secundair onderwijs. In het totaal 155.000 kinderen.
Pesten komt het vaakst voor bij kinderen tussen 10 en 14 jaar. Ten
minste 1 kind op de 20 krijgt wekelijks tot zelfs dagelijks met
pesterijen af te rekenen. Het aantal pestkoppen ligt ook behoorlijk
hoog. 15.9 % van de kinderen in het basisonderwijs en 12.3% van de
jongeren in het secundair onderwijs pest andere leerlingen. Gemiddeld
telt daarmee elke Vlaamse klas een leerling die pest en een leerling die
gepest wordt.
Cijfers wijzen uit dat jongens meer pesten dan meisjes. Jongens doen dat
veeleer op een directe manier: uitschelden, pijn doen, eigendommen van
leerlingen beschadigen ... Meisjes pesten minder vaak en geven de
voorkeur aan indirecte pesterijen, zonder dat het tot een zichtbaar
treffen komt: roddelen, uitsluiten, leugens rondstrooien, venijnige
opmerkingen maken. Daarom treffen we bij het cyberpesten relatief gezien
meer meisjes aan. De pesterijen vinden in iets meer dan de helft van de
gevallen plaats in de eigen klasgroep, vooral op ogenblikken dat de
groep min of meer ontsnapt aan het toezicht van volwassenen,
bijvoorbeeld tijdens het speelkwartier en de middagpauze.
Pesten gebeurt ook buiten de schoolpoort. In de buurt van de school en
op weg naar huis, en sinds enige tijd ook via gsm en pc. Cyberpesten
heeft de voorbije jaren z’n kop opgestoken. Het is laagdrempelig,
onpersoonlijk en vaak anoniem. Er zijn niet noodzakelijk getuigen. Het
inlevingsvermogen bij de cyberpestkop is nog kleiner dan bij
face-to-face pestgedrag. Voor het slachtoffer komen de boodschappen even
hard aan. Ze dreigen ook ieder moment van de dag binnen te lopen, en er
is geen lichaamstaal of legende om interpretaties te nuanceren of bij te
stellen.In de klassieke pestsituaties gaat het meestal steeds om
dezelfde basismechanismen. Zowel kinderen als volwassenen pesten uit
verveling of frustratie, omdat ze iemand niet kunnen luchten of om te
bewijzen dat ze de sterkste zijn. Daarbij brengen ze geen medeleven en
respect op voor het slachtoffer en zijn of haar gevoelens, leggen ze
gemakkelijk de schuld bij het slachtoffer en gaan ze hun eigen gedrag
minimaliseren of goedpraten.
2. Waarom beginnen kinderen/jongeren met pesten?
Kinderen
beginnen met pesten om allerlei redenen. Het kan zijn dat ze indruk
willen maken op andere kinderen, het kan ook zijn dat ze niet weten hoe
ze op een goede manier contact kunnen leggen met hun leeftijdsgenootjes.
Pesters lijken populair in een groep, maar zijn het uiteindelijk niet
altijd. Ze dwingen hun populariteit in de groep af door te laten zien
hoe sterk ze zijn en wat ze allemaal durven. Via pesten lukt ze dat het
makkelijkst: ze krijgen andere kinderen mee bij het te pakken nemen van
een slachtoffer. En wie mee doet, loopt minder kans zelf slachtoffer te
worden. Het klink misschien raar maar kinderen die pesten zijn vaak erg
onzeker. Ze komen heel zelfverzekerd over maar in werkelijkheid zijn ze
vreselijk bang om door de anderen niet geaccepteerd te worden. Ze nemen
het initiatief om de regels te overtreden, verzinnen hoe ze andere
kinderen en volwassenen dwars kunnen zitten. Ze zijn er vaak goed in
zichzelf 'uit de problemen te praten'. Doorgaans voelen ze zich niet
schuldig dat ze pesten, vooral als ze met een groepje zijn. Het
slachtoffer zien ze als een stommeling die 'erom vraagt gepest te
worden'.
Stoer willen doen
Pesters proberen hun onzekerheid te verbergen door stoer te doen
tegenover anderen en kiezen een gemakkelijk slachtoffer uit. Meestal is
dit iemand die verlegen is, moeilijk contacten legt of andere hobby’s
heeft dan de meeste andere kinderen. Soms is een pestkop iemand die
vroeger zelf gepest werd. Om te voorkomen weer het mikpunt van pesten te
worden, kan hij of zij zich bijvoorbeeld op de zwemclub of op een andere
school agressief gaan opstellen. De pester begint te pesten om aan
anderen te laten zien dat hij / zij heel wat durft. Vaak wordt de pester
door andere kinderen bewonderd. Hij of zij doet iets dat de anderen
nooit zouden durven. De pester merkt hierdoor dat hij of zij succes
heeft en dat smaakt naar meer. Bewonderd door andere kinderen gaat zij
of hij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten
versterkt de pester zijn of haar plaats in de klas of het
vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer
te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet. Meestal hebben de pestende
kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor degene die
gepest wordt. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze
of niet op straat durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een
lolletje.
Geen grenzen
Elk apart zullen pestkoppen meestal toegeven dat ze pesterijen niet zo
onschuldig vinden, maar in groep of verborgen door de anonimiteit van
het internet schakelen ze hun persoonlijk geweten uit. Pestkoppen zijn
vaak kinderen die nooit geleerd hebben met grenzen om te gaan en gaan
zichzelf dus ook geen grenzen opleggen. Ook op andere vlakken kunnen ze
zich moeilijk beheersen en men ontdekt vele pestkoppen in criminele
feiten zoals pikken, vandalisme, steaming, enz. Pestkoppen handelen
meestal in groep. Alleen durven ze vaak niet te doen, wat ze in groep
wel durven doen.
Zelf problemen
Pesten om stoer te doen komt voor maar vaak is dat niet de enige reden
dat de pester een slachtoffer uitzoekt. Vaak hebben kinderen die pesten
zelf problemen en zoeken ze een zondebok om zich op af te reageren. Uit
onderzoek is namelijk gebleken dat kinderen die zelf gelukkig zijn, niet
de behoefte hebben om te pesten. Pesters kunnen bijvoorbeeld boos of
verdrietig zijn omdat hun ouders zijn gescheiden of omdat ze thuis te
weinig aandacht krijgen. Vaak zijn ze jaloers op degene die ze pesten en
vinden het fijn om te zien dat hij of zij zich ook ongelukkig voelt.
Wanneer iemand begint te cyberpesten kan dit een gevolg zijn van
emotionele of psychologische problemen. Cyberpesten lijkt viraal te
zijn, in die zin, dat als er enkelen beginnen, heel snel grote groepen
mee gaan cyberpesten. Dit is o.a. een verschil met gewone pesten, waar
het pestgedrag zichtbaar is. Nu kan een grote groep zich met het pesten
bezig houden, zonder dat men precies weet wie allemaal meedoet.
Verveling
Pesten kan ook het gevolg zijn van verveling. Kinderen die niet weten
wat ze in de pauze moeten doen gaan vaak uit verveling een slachtoffer
zoeken om hun tijd te verdoen. Parry Aftab, stichter van de organisatie
www.wiredsafety.org beschrijft
het voorbeeld van 13-jarige jongen uit New Jersey die er bij
ontmoetingen keurig uitzag maar een verschrikkelijke hobby had
ontwikkeld. Hij sprokkelde op persoonlijke websites en weblogs
informatie van voor hem totaal onbekende personen bij elkaar en ging ze
dan bedreigen. Hij stuurde hen doodsbedreigingen via een anoniem
e-mailadres en deed zich voor alsof hij de slachtoffers persoonlijk
kende. Toen Aftab de jongen vroeg waarom hij dit deed, gaf hij aan dat
hij dat leuk vond en vooral dat men toch niet wist wie hij was. Internet
geeft veel kansen tot anonimiteit en bijgevolg ook tot onzinnig
pestgedrag.
3. Pestkoppen zijn achterblijvers ?
Uit
onderzoeken is nog nooit gebleken dat pestkoppen slimmer of dommer zijn
dan zondebokken. Het is dus niet juist dat kinderen anderen gaan pesten
omdat die slimmer zijn. Wel vermoeden onderzoekers dat pestkoppen heel
vaak minder volgzame kinderen zijn. Ze krijgen meer straf dan andere
kinderen omdat ze lastiger zijn en zich sterker afzetten tegen de normen
of eisen van hun omgeving. Ze balen bijvoorbeeld gemakkelijker als hun
ouders hen een klusje geven. Ze proberen onder afspraken uit te komen of
houden er zich niet aan. Pestkoppen vragen heel wat energie van hun
ouders, leerkrachten of begeleiders.
Problemen met lichaamstaal en kritiek. De laatste jaren is gebleken dat
veel pestkoppen problemen hebben als ze lichaamstaal en andere
niet-verbale signalen moeten interpreteren. Ze kijken met andere woorden
niet verder dan wat er wordt gezegd. Als iemand zegt dat alles ok is,
maar daar boos of verdrietig bij kijkt, registreren ze die gevoelens van
boosheid over verdriet niet. Ook het eigen gevoelsleven van deze
kinderen is een gesloten doos. Omdat ze geen uitlaatkleppen hebben voor
hun gevoelens, is agressiviteit vaak hun enige uitweg. Pestkoppen hebben
veel moeite met kritiek. Zelfs kritiek op hun gedrag nemen ze heel
persoonlijk op. Eigenlijk delen ze dit laatste probleem met veel
slachtoffers, maar terwijl die door kritiek nog minder zelfvertrouwen
krijgen en nog meer in hun schulp kruipen, verweren pestkoppen zich
meestal actief en luidkeels tegen elke kritiek die ze krijgen.
(Deboutte & Schelstraete)
4. Pestkoppen staan eerder zwak in de klas ?
Barbara Debusschere schrijft in de Morgen dat pestkoppen in de klas niet
de onvervaarde haantjes-de-voorste zijn die ze lijken. Eigenlijk zijn
het net erg kwetsbare kinderen die er op sociaal vaak slechter aan toe
zijn dan hun slachtoffers. Ze verwijst daarvoor naar een Nederlands
onderzoek naar pestrelaties in de klas. Als het over pesten in de klas
gaat, denken we direct aan de vreselijke tirannie die de slachtoffers
moeten ondergaan. Leerkrachten, ouders en speciale verenigingen doen er
alles aan om die slachtoffertjes op te vangen en wanneer ze eindelijk
hun verhaal uit de doeken durven doen, hoor je wat voor nare gevolgen
gepest worden op een jong leven kan hebben: een geschonden
zelfvertrouwen, het gevoel geïsoleerd te zijn en dus groeiende angst en
wantrouwen tegenover leeftijdgenoten. De pestkoppen worden meestal
gezien als ijzersterke persoontjes die hun macht in de klas willen laten
gelden. Het Nederlands onderzoek gevoerd aan de Rijksuniversiteit
Groningen stelt dat klassieke beeld van dader en slachtoffer danig bij.
Pestkoppen, zo blijkt, staan net zwak, maar verstoppen die zwakte achter
pestgedrag. Ze zijn in veel gevallen zelfs de dupe van hun gedrag. Niet
alleen ontzag en angst, ook medelijden is op zijn plaats, zo stellen de
onderzoekers.
Het onderzoek werd gevoerd bij 2.800 jonge tieners en kadert in een
opvolgingsproject, Trails, dat in 2001 van start ging. Toen zaten de
deelnemertjes nog op de basisschool, ondertussen zitten ze in het
voortgezet onderwijs. Ieder kind kon op een lijst met namen van de
klasgenoten diegenen aanduiden wie ze leuk vonden en ook de kinderen die
hen pestten. Daaruit blijkt dat 60 procent van de kinderen niet gepest
wordt. "Logischerwijze zijn dat de kinderen die het het beste stellen",
vertelde socioloog René Veenstra aan journaliste Debusschere. “Ongeveer
15 procent is dader, een even groot aantal is slachtoffer en 10 procent
is allebei.”
"Het eerste wat ons opviel, was dat de pestkoppen helemaal niet de
stoere machtswellustelingen zijn die ze lijken te zijn. Ze zijn vaak wel
nadrukkelijk aanwezig in de klas, maar het zijn kinderen die op sociaal
vlak erg zwak staan en daar later problemen mee krijgen", liet Veenstra
optekenen. Pestkoppen komen niet zelden uit gezinnen waarvan de ouders
ook problemen hebben en ze kunnen zelf moeilijk normale sociale relaties
aangaan. Veenstra: "Bovendien zijn ze, in tegenstelling tot wat gepeste
kinderen denken, niet geliefd, zo bleek uit de lijstjes. Dat is een
belangrijke boodschap, want soms denken kinderen dat ze zich geliefd
kunnen maken door te pesten of dat je maar beter niet ingaat tegen een
pestkop die zogezegd 'geliefd' is." De kinderen die zowel dader als
slachtoffer zijn, zijn er het ergst aan toe. "Zij zijn het kwetsbaarste,
want ze voelen zich nog onzekerder dan de pesters en soms zelfs dan de
slachtoffers. Ze zijn in een agressieve pikorde terechtgekomen en lopen
de meeste kans op een problematische puberteit", zei Veenstra. In de
aanpak van pestgedrag op school moet volgens de onderzoeker dan ook
aandacht komen voor de kwetsbaarheid van de pestkoppen. (De Morgen,
03/11/2004)
5. Profiel van de "cyberpester" ?
Hierboven beschreven we hoe in het algemeen pestkoppen getypeerd kunnen
worden. Maar zijn er bijzondere kenmerken voor de cyberpester ?
Begin 2001: een 16-jarige jongen gaat elke avond in het donker
fietsen, nog wel zonder licht. Hij wordt gepest door twee klasgenoten en
wil een einde maken aan zijn leven door gevaarlijk te gaan fietsen. De
twee pesters zijn op de hoogte van zijn suïcidale neigingen en moedigen
hem aan met een sms-bericht: 'We hopen dat je kerst niet haalt'. Alleen
al dit voorbeeld laat zien dat pesten meer is dan een wat lastige
bijkomstigheid in de kindertijd. De gevolgen voor het slachtoffer zijn
aanzienlijk en uiten zich op allerlei manieren: slecht slapen,
concentratieproblemen, weinig eten, panische angsten, noem maar op.
Zelfs op volwassen leeftijd kunnen slachtoffers nog hinder ondervinden
van de gevolgen. Zelfmoord komt meer dan eens voor. Daarnaast vormt
pesten de opmaat tot andere maatschappelijke problemen. Een op de vijf
pesters raakt later op het criminele pad, aldus een onderzoek van de
Katholieke Universiteit in Nijmegen. Het profiel van pesters en
criminelen vertoont bedenkelijke overeenkomsten: slechte jeugd, weinig
aandacht van ouders, stoer en denigrerend gedrag tegenover
leeftijdsgenoten, noem maar op. (www.netkwesties.nl)
Parry Aftab van de stichting
www.Wiredsafety.org merkt op dat vooral cyberpesters heel sterk
onder hormonale invloed staan. Daarom tref je cyberpesters heel vaak aan
op de leeftijd tussen 12 en 15 jaar. Cyberpestgedrag heeft vaak een
seksuele ondertoon. Op die leeftijd woedt er een storm van hormonen bij
pubers. Wanneer volwassenen moeten werken onder invloed van hormonen
kunnen ze geen zware machines meer bedienen, merkt hij schertsend op en
deze jongeren staan onder invloed van hormonen gedurende 24u op 24u en 7
dagen op 7.
Emmerechts (1999) noteert dat pesterijen hun verklaring niet uitsluitend
vinden in de persoonlijkheid van het slachtoffer. Ze zijn geen
persoonlijk conflict tussen slachtoffer en pestkop alleen. Pesterijen
ontstaan in de structuren waarin mensen zich bevinden. Ze hebben te
maken met de heersende mentaliteit en de manier waarop mensen met elkaar
omgaan. Pestkoppen manipuleren. Het slachtoffer raakt verstrikt in een
web van insinuaties, ongegronde verwijten, spot, leugens,…. Wat het
slachtoffer onderneemt om de pesterijen te stoppen, doet er niet toe.
Het is de pestkop en zijn omgeving die beslist of het pesten doorgaat of
stopt.
Het is volgens de auteur moeilijk om met pestkoppen over hun pestgedrag
te praten, tot hen door te dringen, hen te bewegen tot dialoog en
inlevingsvermogen. Je kunt hen evenmin dwingen om meer respect te hebben
voor een ander en hun gedrag te veranderen. Pesten is een kwestie van
ongelijke machtsverhoudingen en waarom zouden pestkoppen hun
machtspositie opgeven. Hoewel de verantwoordelijkheid vaak naar de kant
van het slachtoffer wordt verschoven is het toch de pestkop zelf die
moet veranderen. Het is de pestkop die zich uiteindelijk schuldig maakt
aan negatief, asociaal en agressief gedrag.
Het zijn altijd dezelfde kinderen die pesten of gepest worden, merkt men
soms wel eens op.
Deboutte & Schelstraete (2000) weerleggen dat. Zo zijn er gepeste
kinderen die zich ontpoppen tot gemene pestkoppen. Een meeloper kan
promoveren en pestkop worden, maar net zo goed is hij de volgende
zondebok, als de eerste zondebok om één of andere reden van het toneel
verdwijnt. In groepen waar een verziekte sfeer heerst, maar die toch nog
hecht samenhangen, wordt meestal één zondebok gekozen en behouden. Maar
in groepen waar verschillende kleine kliekjes zijn, die weinig contact
hebben met elkaar, worden pestkoppen soms zondebokken en omgekeerd.
Merkwaardig genoeg tref je dit bij het cyberpesten heel vaak aan. Bij de
cyberpesters vind je vaak slachtoffers van offline pesten of van
cyberpesten zelf. Omdat ze niet zo groot, sterk of krachtig genoeg zijn
om fysiek weerwerk te bieden tegen de daders zoeken ze
cybertechnologieën om weerwraak te nemen. Het lijkt bijna een ‘weerwraak
van de nerds’, waarbij gepeste jongeren die goed thuis zijn in
informatica hun kennis gebruiken om hun pesters op een anonieme wijze
antwoord te bieden. Uit onderzoek blijkt dat meisjes dan vooral reageren
door publiek weerwerk te bieden door bijvoorbeeld via een anoniem forum
of gastenboek te reageren, terwijl jongens het meer zien in individuele
reacties via haatmails of door beledigende foto’s te verspreiden,. Soms
gebruiken jongens ook hun kennis om binnen te dringen in het
computersysteem van de daders om diens website te hacken of paswoorden
te stelen, waarmee men ander kwaad kan uithalen.
Zo blijkt
dat in tegenstelling tot het pesten in de reële wereld er in de
cyberpestwereld meer wederzijds wordt gepest en men steeds nieuwe ICT
wegen zoekt om elkaar te bekampen. Het cyberpesten begint reeds vanaf 8
à 9 jaar oud en duurt verder tot de jongeren 15 à 16 jaar zijn.
Onderzoek van Robin Kowalski (2005) leert dat cyberpesten snel uitdeint
naar verschillende anderen en dat wanneer iemand zelf online gepest
wordt, die snel overgaat om ook anderen digitaal te gaan pesten. In de
reële wereld kan fysieke intimidatie er personen van weerhouden van
wraak te nemen maar in cyberwereld pest men gewoon terug. Wanneer men
begint met cyberpesten leert ons nog deze studie, wordt het vaak ook op
andere vlakken verdergezet. Als iemand wordt uitgesloten in een virtuele
vriendengroep bijvoorbeeld op
www.Xanga.com ziet men dat de betrokkene op school voor activiteiten
wordt uitgesloten.
6. De puberpester
Wanneer jongeren ouder zijn kan men blijkbaar beter omgaan met de
cyberpestboodschappen die doorgegeven worden en wanneer men merkt dat
het geen invloed heeft op de persoon, houdt het cyberpesten vanzelf op.
Vanaf 16 jaar houdt het cyberpesten van leeftijdsgenoten grotendeels op,
maar verschuift het soms naar meer volwassen georiënteerd pestgedrag met
de expliciete bedoeling om iemand schade toe te brengen, beter bekend
als stalking of harassement. Meestal gaat het over relatieproblemen :
jongens die een vriendin die een relatie verbroken heeft gaan stalken
met sms’jes of foto’s op het internet plaatsen. Bij meisjes op die
leeftijd tref je aan dat ze andere meisjes pesten omdat ze jaloers zijn
omdat die bijvoorbeeld haar vriendje heeft ingepikt. Oudere pubers
durven ook wel eens hun internetkennis aan te wenden om websites te
hacken of zo iemand schade toe te brengen.
Vanaf
15-16 jaar merkt men bijgevolg alleen nog sterk relatie of romantisch
georiënteerd pesten. Typische voorbeelden zijn de jongen die
compromitterende foto’s van zijn ex-liefje verspreid of waar jaloerse
meisjes foto’s van rivalen op alle mogelijke manieren misbruiken. In
september 2005 haalde een 15-jarige jongen uit het Nederlandse
Oosterhout het nieuws. Hij had uit wraak naaktfoto’s van zijn 13-jarige
ex-vriendinnetje verspreid via internet. Na ontdekking hiervan had men
proces verbaal tegen de jongen opgemaakt. Juridisch gezien kwam hier een
bijkomend probleem om de hoek kijken, namelijk dat het ging om bezit en
verspreiding van kinderporno. De twee hadden nog verkering toen het
meisje naakt voor een webcam poseerde tijdens een chatsessie met de
jongen. Haar vriendje sloeg de beelden op als foto’s. Toen de verkering
eindigde, stuurde de 15-jarige de foto’s uit wraak naar twaalf
leeftijdgenootjes. De politie heeft de ontvangers opgespoord, maar men
kon niet garanderen dat de foto’s hun weg via het wereldwijde web niet
snel gevonden hadden. (HBvL 13/09/2005)
In december 2004 was er een bericht uit de scholengemeenschap Groenewald
in Stein : de naaktfoto’s van een 13-jarige leerlinge waren anoniem op
het internet verspreid.
Peter
Dupont schreef er in De Morgen het volgende over: de reacties waren er
dan ook naar. “Een huppelkutje dat haar vriendje’ probeerde te imponeren
met naaktfoto’s van zic hzelf
en geen rekening heeft gehouden met wat er gebeurt als ‘de liefde’ over
is...” En: “Sorry voor degenen die nog dachten dat de gemiddelde
13-jarige braaf en onschuldig is, maar meiden van die leeftijd maken
volop foto’s van elkaar in allerlei semi-sexy poses. Dat is leuk voor op
je profielensite, je krijgt volop aandacht van iedereen (want daar
schort het de meeste kinderen voortaan thuis aan) en je kunt er zo leuk
je vriendje mee opgeilen.” Op de foto’s, die op twee intussen
verwijderde websites prijkten, stond het meisje in redelijk gewaagde
poses. Met vunzige commentaar van de maker van de pagina’s. Op een van
de sites stond ook een gastenboek waarin bezoekers beledigende
boodschappen hadden achtergelaten. Ironisch genoeg volgde het incident
met de naaktfoto’s op een offensief van de Nederlands-Limburgse
scholengroep tegen cyberpesten: pesten of bedreigen via het internet of
de gsm. Groot was dan ook de commotie toen een pak leerlingen van het
Groenewald de erotische foto’s per email kreeg opgestuurd. Meisje in
string, meisje met openhangende badjas. De bal ging pas aan het rollen
toen een leerling met een uitgeprinte foto op het schoolplein door een
leerkracht bij de lurven werd gevat. Het gepeste meisje diende klacht
in. Ze meldde zich aanvankelijk ziek, maar gaat intussen weer naar
school.
(De Morgen 04/12/2005)
Ook in het
Leuvense haalde een verhaal eind 2004 de pers. Een verliefd meisje
stuurde naaktfoto’s naar haar vriendje. Uit wraak omdat de relatie was
afgebroken stuurde die de foto’s door naar zijn hele
emailadressenbestand.
In de VS
had een 15 jarig meisje goedbedoeld een striptease uitgevoerd voor haar
webcam om haar vriend te plezieren, ze masturbeerde zichzelf voor de
camera. Haar geliefde had de beelden opgenomen. Toen ook deze relatie
afliep stuurde hij het filmpje de wereld rond. Het meisje was
minderjarig, net zoals de dader : een moeilijk geval van
kinderpornografie bijgevolg. De jongen werd op zijn gedrag aangesproken
maar beweerde dat niet hij de beelden op het internet had verspreid,
maar dat ze op internet onderschept werden door hackers. Geloofwaardig
of niet, gezien de minderjarigheid van de dader werd geen
strafrechterlijk gevolg gegeven aan het feit, maar de beelden circuleren
nog steeds via allerlei blogpagina’s, en duiken op seksfora en
pornosites op.

7. Relatie pesten en delinquent gedrag
M. Fekkes (2005,onderzoeker bij TNO Kwaliteit van Leven) promoveerde in
juni 2005 op het thema pesten in het basisonderwijs. Hij onderzocht
pesten bij kinderen in al zijn facetten en ging o.a. zoeken naar de
relatie tussen actief pesten en agressiviteit. .Alhoewel actief pesten
kan worden gezien als een op zichzelf staand agressie probleem zou het
ook een teken kunnen zijn van een meer problematische ontwikkeling. Hij
deed zelf onderzoek via een longitudinale studie naar de relatie tussen
actief pesten en delinquent gedrag. De resultaten laten zien dat actief
pesten sterk samenhangt met delinquent gedrag. Vooral frequente pesters
waren veel vaker betrokken bij delinquente gedragingen, niet alleen
gedurende dezelfde meetperiode, maar ook 18 maanden later.
Niet-delinquente jongens die vaak actief pestten hadden bovendien een
grotere kans om 18 maanden later delinquent gedrag te ontwikkelen..
Verder bleek ook dat delinquente jongens die niet actief pestten een
grotere kans hadden om 18 maanden later een actieve pester te worden.
Engelstalig onderzoek toont verder aan dat pestkoppen ook later vaak in
de problemen komen. Studies leggen een verband tussen als kind pesten en
als volwassene relationeel geweld plegen. (Ybarra & Mitchell, 2004)
8. Verschil jongens-meisjes
8.1. Meisjes worden alsmaar meer gewelddadig
Meisjes mishandelen klasgenote en zetten beelden op intern et.
Maarssen. Een 15-jarige scholiere uit het Nederlandse Maarssen is begin
deze maand op grove wijze in de hal van haar school mishandeld. De
vechtpartij werd gefilmd en via internet verspreid. Op het
beeldmateriaal is te zien hoe twee 15-jarige meisjes van korte afstand
inslaan op het hoofd van hun klasgenootje. Er is te zien hoe tientallen
leerlingen toekijken, enkelen juichen de daders zelfs toe. Als het
slachtoffer op de grond ligt, wordt er nog van dichtbij tegen haar hoofd
gestompt. Het meisje liep hierdoor o.a. een hersenschudding op. De twee
daders zijn inmiddels geschorst en zullen van school verwijderd worden.
Mogelijk worden ze ook strafrechtelijk vervolgd. Ook de scholier die het
gevecht heeft gefilmd, zal worden aangepakt. (HBvL 21/03/2006)
In literatuur wordt meestal over gewelddadig gedrag bij jongens
gesproken. Meisjes worden verondersteld niet agressief te zijn. De
meeste boeken en documentatie omtrent agressie concentreren zich op
jongens. De meeste wetenschappers veronderstellen dat jongens
agressiever zijn dan meisjes en dan ook veel meer gaan pesten.
Wetenschapster Dr. Nikki Crick van de Universiteit van Minnesota
concludeert uit haar onderzoek dat meisjes in de vorige studies zelden
agressief werden bevonden omdat de onderzoekers steeds de verkeerde
soort agressie bekeken. Meestal ziet men in onderzoek agressie als een
vorm van fysiek of verbaal reageren met de bedoeling de ander te kwetsen
of pijn te doen. Crick (1995) is ervan overtuigd dat meisjes niet moeten
onderdoen voor de jongens maar dat zij een ander soort agressie bezigen,
namelijk relationele agressie.
8.2. Relationele agressie
Relationele agressie is gedrag waarbij men de intentie heeft
vriendschappen te breken of er voor te zorgen dat een kind niet in een
peergroep opgenomen kan worden om op die manier een kind te kwetsen of
eerder psychisch pijn te doen. Een typisch voorbeeld van relationele
agressie is het verspreiden van (onware) roddel of leugens zodat andere
kinderen minder geneigd zijn om vriendschappelijk met het kind om te
gaan of het expliciet opjutten van andere kinderen om een bepaald kind
uit te sluiten van activiteiten, te negeren of dingen te verzinnen zodat
het kind schade oploopt. Een voorbeeld van dit laatste vinden we wanneer
een kind in het geheim moedwillig een huiswerkopdracht steelt uit een
tas en vernietigt , terwijl het kind de opdracht die dag aan de juf moet
afgeven. Relationele agressie is een weloverwogen manipulatie namens een
kind om peerverhoudingen van een ander kind te beschadigen.
Crick
(1996) heeft met haar onderzoek bij basisschoolkinderen aangetoond dat
de graad van agressiviteit die door meisjes wordt tentoongesteld ruim
onderschat is, hoofdzakelijk omdat het moeilijk is om te meten. Wanneer
het ene kind het andere kind raakt is, gedraagt dit kind zich op een
openlijk agressieve manier. Daarentegen is het moeilijker vast te
stellen dat op een bepaald moment roddels door iemand verspreid werden,
die verder verteld worden. Dikwijls worden roddels aangedikt en weet men
achteraf niet meer waar ze begonnen zijn. Meisjes zijn ook geniepiger en
tonen hun agressie meer verdekt. Ze zullen juist niet opscheppen tegen
andere kinderen dat ze een huiswerkopdracht van een kind verstopt hebben
of dat ze zopas een anoniem getypt briefje doorgegeven hebben met laster
over een kind. Ze doen alsof ze het briefje gevonden hebben hoewel ze
het zelf gemaakt hebben om zichzelf niet te verraden.
Meisjes
zijn wat dat betreft meesteressen in geniepig doen, liegen, treiteren en
heimelijk kwetsen. Volwassenen zien wel fysieke agressie tussen kinderen
maar relationele agressie valt niet op en kinderen vertellen er ook niet
zo makkelijk over tegen hun leerkrachten of ouders. Vaak is de
relationele agressie zo subtiel, zo geraffineerd en langzaam
voortschrijdend dat het een onbewust proces van haat, nijd en psychische
terreur wordt, waarbij het slachtoffer langzaam psychisch gewurgd wordt.
Crick vond in haar onderzoek zeer weinig leerkrachten die op de hoogte
waren van de relationele agressie, terwijl ze veel meer op de hoogte
waren van fysieke agressie. Ook jongens pleegden relationele agressie
maar de meisjes stelden deze vorm van agressief gedrag in een
significant veel hogere vorm. De meisjes die slachtoffer waren van
relationele agressie vertoonden veel hogere niveaus van depressie,
eenzaamheid en sociale isolatie. Het bleek verder dat de daders van de
relationele agressie een veel meer fanatiek en volhardend gedrag
vertoonden dan de plegers van fysieke agressie. M.a.w. het inpraten op
de meisjes en uitleggen wat ze verkeerd deden had veel minder invloed
dan het proberen te overtuigen van de negatieve gevolgen van fysiek
geweld.
Uit de
vergelijking jongens-meisjes bleek dat jongens makkelijker te behandelen
waren voor fysieke agressie dan de meisjes voor relationele agressie,
temeer omdat de meisjes vaak niet inzagen dat wat zij deden ook een vorm
van agressie was. De agressie van de sommige meisjes ging zover dat ze
hun charmes gebruikten om anderen in te schakelen , vaak jongens, om
voor hen de kastanjes uit het vuur te halen, m.a.w. als het er op aan
kwam om het gepeste meisje ook fysiek leed te bezorgen of haar materieel
te pesten, zoals een fiets stukmaken of haar kleren beschadigen, enz.
deed ze dat niet zelf, maar vond wel een gewillige jongen of meisje om
dat in haar plaats te doen. Maar in de meeste gevallen bleven meisjes
ook na het uitkomen van het feit dat ze een ander meisje pestte, even
goed doordoen met hun subtiel pestgedrag of gaven ze openlijk toe dat ze
fout waren en schakelden anderen in om het pestgedrag in hun opdracht
verder te zetten zodat ze zelf verder uit schut bleven. Crick
concludeerde dat relationele agressie een vrij stabiel gedrag bij
kinderen bleek te zijn.
Waar
fysiek agressief meestal naar buiten gericht was en zichtbaar geuit werd
ten aanzien van gepeste kinderen, bleek uit het onderzoek verder nog dat
relationele agressie meer naar binnen gericht was, m.a.w. de relationele
agressiviteit werd niet openlijk geuit naar het slachtoffer of de
buitenwereld toe, maar vooral geuit in de beperkte hechte
vriendinnengroep die klankbord vormde voor de daderes. Dikwijls waren
andere kinderen in de klas niet op de hoogte welk een vernederings- en
pestrituelen zich tussen enkele kinderen afspeelden. Ze zagen wel dat
een meisje slachtoffer was van roddels of van bedekte treiterijen maar
wisten meestal niet waar die vandaan kwamen en beseften ook de ernst er
niet van. Relationeel agressieve meisjes verschilden van niet
relationeel agressieve meisjes dat ze meestal zeer intieme en hechte
vriendschappen onderhielden met slechts enkele vriendinnen. Door het
feit dat deze vriendschappen zo close waren, waren de anderen van het
kliekje makkelijk manipuleerbaar door de daderes.
Uit het
onderzoek kwam tevens naar voor dat relationele agressie dikwijls juist
ontstond vanuit zo’n hechte vriendschappen tussen meisjes die om de een
of andere reden verbroken werden. Het pestende meisje was daardoor
meestal erg goed op de hoogte van het reilen en zeilen van het
slachtoffer dat uit het hechte vriendinnengroepje gestoten werd en kende
veel private gegevens die ze op een subtiele manier gebruikte om het
slachtoffer telkens meer en meer psychische schade toe te brengen.
De Geestelijke Gezondheidsdienst Nieuwe Waterweg Noord (Vlaardingen,
Schiedam, Maassluis) is begonnen met een project om relatiegeweld onder
jongeren te voorkomen. Een op de vijf tieners krijgt tijdens hun
verkering te maken met een gewelddadige partner. Met het project ’Loving
me, loving you’ wil de GGD het probleem bespreekbaar maken. Het doel van
’Loving me, loving you’ is voorkomen dat verkeringsgeweld uitgroeit tot
structureel geweld binnen een relatie. Uit onderzoek blijkt dat
huiselijk geweld vaak al in de verkeringstijd begint, als dader en
slachtoffer nog tiener zijn. Meisjes en jongens zijn zowel dader als
slachtoffer. Wat opvalt is dat jongens vooral gebruik maken van fysiek
en seksueel geweld, maar meisjes opvallend veel meer emotioneel geweld,
zoals beledigen, manipuleren en isoleren gebruiken, aldus de GGD. Feit
is dat onderzoek aantoont dat meisjes even gewelddadig kunnen zijn, maar
het vooral emotioneel of sociaal uiten. Het project van de GGD leert
overigens VMBO-jongeren wat relatiegeweld is en hoe zij daarmee kunnen
omgaan. Dat gebeurt niet alleen aan de hand van mondelinge en
schriftelijke informatie, maar ook met een theaterstuk, video en een
rollenspel. Ouders en docenten zijn eveneens bij het project betrokken.
Meer informatie vindt men op
www.lovingmelovingyou.nl
Uit dit alles kunnen we besluiten dat meisjes ook diverse middelen die
cyberpesten biedt veel sterker aanwenden om hun slachtoffers het leven
zuur te maken. Roddels verspreiden via email, via sms of via MSN, het
uitsluiten van meisjes in virtuele vriendinnengroepen, enz. is een
typische manier die meisjes aanwenden om hun relationele agressie ten
aanzien van een welbepaald kind te uiten.
8.3. Meisjes worden alsmaar gewelddadiger ? "See Jane Hit,why girls
are growing more violent"
Zeer
recent onderzoek van James Garbino, auteur van het in 2006 in de VS
opzienbarende boek ‘See Jane hit, why girls are growing more violent’ ,
toont overigens aan dat meisjes niet alleen subtiel emotioneel en
relationeel maar vreemd genoeg ook fysiek meer gewelddadig worden. In
Chicago waren in 2005 diverse scholen waar meisjes elkaar openlijk
fysiek geweld aandeden en daarvoor van school gestuurd werden. Waar 25
jaar geleden één meisje op 10 jongens gearresteerd werd voor fysiek
geweld, was dit in Chicago recent gezakt tot 1 meisje t.o.v. 4 jongens,
wat een serieuze inhaalbeweging betekent.
Maar niet enkel in de VS steekt het fenomeen de kop op. Psycholoog
Michael Car-Greg sprak op een conferentie in Melbourne op 31 oktober
2005 over een zeer verontrustend fenomeen in Australië. ‘Mean queens’
rule the schools. Meisjes zijn de nieuwe pestkoppen. De bekende
tienerfilm ‘Mean girls’ is illustratief voor de nieuwe trend. Car-Greg
vertelde zijn toehoorders dat vele meisjes zich meer en meer van hun
meest boosaardige kant lieten zien en dan vooral naar andere meisjes
toe, waarbij hun gedrag schokkend en soms zelfs wreedaardiger dan dat
van jongens was. Meisjes gebruikten daarbij niet zozeer fysieke terreur
maar middelen als internet, SMS en Msn om hun slachtoffers emotioneel te
kraken.
Car-Greg
verklaart het fenomeen in de rusteloosheid van heel wat tieners die
opgroeien in gebroken echtgescheiden gezinnen, waar ook meisjes geen
voorbeelden meer te zien krijgen en alleen leren van haatdragende
ouders, waar zowel moeders als vaders hun deel in het zakje doen in het
pestgedrag naar elkaar toe. Voor vele van deze jongeren zijn niet meer
de ouders, maar vrienden en vriendinnen de meest bepalende personen en
zij groeien op in nieuw samengestelde gezinnen of in éénoudergezinnen.
Vele meisjes krijgen weinig of geen waarden en normen meer aangereikt.
Een aantal krijgen al heel jong verantwoordelijkheid over jongere
kinderen omdat bijvoorbeeld moeder moet werken of bij haar vriend
vertoeft. Deze meisjes die de fase van kind zijn noodgedwongen moeten
overslaan en te vroeg grote verantwoordelijkheid moeten dragen, uiten
dit in hun agressief gedrag naar anderen toe. Verontrustend volgens de
auteur is ook de steeds jongere leeftijd van de daders. Meisjes van 7 à
8 jaar die elkaar pestemails stuurden en dreigden met vermoorden kwam
reeds voor in zijn onderzoek. De auteur beschrijft ook een verhaal waar
een gepest meisje verplicht werd een taart te eten die gemaakt was van
hondenvoedsel. (
www.thesundaymail.news.com 31/10/2005)
Garbino zoekt een verklaring voor de groeiende agressiviteit bij meisjes
in de toename van geweld in de media en vooral het momenteel meer en
meer voorstellen van meisjes als fysiek gewelddadig in zowel films als
videospelletjes. Lara Croft is ook bij meisjes zeer populair en kenmerkt
zich door haar gewelddadigheid. Naast het reeds aangehaalde voorbeeld
,namelijk de bioscoopfilm ‘Mean girls’, tref je ook in de recente Harry
Potter film ‘Harry Potter and the Prisoner of Azkaban’ superstudente
Hermione Granger aan die haar fysieke kracht laat zien en er duchtig op
los vecht.
Recent haalde een verhaal in de VS het nieuws waarbij een meisje door
enkele andere meisjes in elkaar geslagen werd op een strand. Het meisje
werd tot bloedens geschopt en geslagen en dan hulpeloos achtergelaten.
De hele slaan- en schoppartij werd met een digitale GSM gefilmd maar de
meisjes hadden zich zodanig vermomd dat ze onherkenbaar bleven. Het
filmpje werd via internet verspreid en dook over de hele wereld op. Men
dacht bij het zien van de beelden aan een groep bijzonder gewelddadige
jongens. Pas na lange tijd kon men de daders oppakken. Het waren allen
meisjes tussen 14 en 16 jaar die bijzonder gewelddadig te keer waren
gegaan, elkaar ophitsend in fysiek geweld. Merkwaardig is dat deze vorm
van vrouwelijk fysiek geweld zich meestal tegen andere meisjes keert en
zelden tegen jongens.
Happy slapping, zo wordt het verschijnsel wat misleidend genoemd, naar
de uitdrukking happy snapping , foto's maken van agressie, mishandeling
of plagerijen voor de pret om iedereen in dat plezier te laten delen.
Over het tot nu toe ernstigste geval van happy slapping diende een
Londense rechter in januari te oordelen. Voor de Old Bailey verschenen
toen vier jongeren, drie jongens en een meisje, op het moment van de
feiten tussen 14 en 19 jaar oud.
Op vrijdagavond organiseerden zij geregeld wat ze all-nighters noemden,
strooptochten door Zuid-Londen waarbij ze passanten aanvielen. ,,We zijn
een documentaire over happy slapping aan het maken: poseer voor de
camera'', zei het meisje dan - Chelsea O'Mahoney, die zich als tagger
identificeerde met de naam Zobbs. Ze was toen 14. Die uitspraak diende
als signaal voor de drie jongens om erop los te meppen. Zobbs filmde
alles met haar gsm, wat haar niet belette om ook zelf mee te doen aan
het slaan en schoppen. Op 30 oktober 2004 trok het kwartet er nog eens
uit op uit voor een all-nighter . In minder dan een uur gingen de vier
vijf keer tot actie over en sloegen daarbij acht mensen in elkaar. Het
geval deed meteen deed denken aan de roman A Clockwork Orange (1962) van
Anthony Burgess, en vooral de gelijknamige film (1971) die Stanley
Kubrick ernaar draaide.
Daarin trekken jongelui orgieën van zinloos geweld aanrichtend door de
straten. Die nacht overleefde een van de acht slachtoffers het niet.
Zobbs en haar vrienden verrasten de 37-jarige David Morley, een barman
die nog altijd psychisch gebukt ging onder een bomaanslag die enkele
jaren eerder in zijn bar was gepleegd. Hij zat op een bank aan de Thames
op een vriend te wachten. De lijkschouwing bracht 44 slagwonden aan het
licht. Zijn milt was gescheurd en hij bloedde dood. De vier jongeren,
met een profiel van leermoeilijkheden en probleemgezinnen, deden het uit
een bizarre drang naar zelfbevestiging. En vooral uit verveling. Niet
alleen kickten ze op de roes van het geweld zelf, maar ook op het
plezier om het allemaal nog eens te herbeleven op de gsm-filmpjes en
door erover te snoeven bij leeftijdsgenoten. (Bron :De Standaard
25/03/2006)
Garbarino verwacht niet dat we ooit een 50%/50% verhouding in fysiek
geweld tussen jongens en meisjes zullen krijgen, maar stelt wel een
gevoelige stijging vast. Vaak plegen meisjes ook geweld samen met
jongens en laten ze zich mee op sleeptouw nemen. De jongens zijn nog
meer gewelddadig omdat ze willen opscheppen tegen de aanwezige meisjes.
Samen met de opwaardering van gelijke kansen en rechten van de vrouw, de
feministische beweging, het zoeken naar gelijke kansen in werk,
politiek, sport en cultuur krijg je ook een nivellering van het
agressief gedrag van vrouwen t.o.v. mannen, oordeelt de auteur. De
vroegere politiek was er een van beschermen van vrouwen door mannen en
in een beschermcultuur konden vrouwen niet agressief zijn, maar in een
cultuur van gelijke kansen en assertieve vrouwen, worden vrouwen geacht
ook zelf voor hun rechten op te komen en gaan ze automatisch meer
mannelijk gedrag overnemen, wat door tieners wordt geïnterpreteerd als
het imiteren van fysiek geweld dat voorheen exclusief aan mannen werd
toegewezen. Een andere verklaring voor de toename van fysieke agressie
bij meisjes ziet de auteur in de verregaande seksualisering van de
samenleving. Agressie wordt vereenzelvigd met macht en seks.
Agressieve mensen werden in films en reclame zeer lange tijd als zeer
sexy afgebeeld. De auteur ziet in de reclames veel meer agressief ogende
en seksueel provocerende vrouwen opduiken : meisjes met gevechtskleding,
in lederen pakken, afgebeeld met wapens, enz. De typische vrouwelijke
rondingen van de vrouwen zijn bijgewerkt tot hoekige supervrouwen die er
weliswaar sensueel uitzien, maar tevens bijzonder agressief en
gevaarlijk. Ook hier is een inhaalbeweging van vrouwen t.o.v. mannen
bezig waar vrouwen recht op eigen seksualiteit toe-eigenen en ook op
seksueel gebied meer initiatief nemen. Garbarino ziet ook gevaren in het
vrouwelijk geweld. Jongens leren al rollebollend met hun vaders of met
elkaar hoe ze agressie kunnen kanaliseren en waar de grenzen liggen in
fysiek geweld, wat pijn kan doen en wanneer het gevaarlijk kan zijn.
Meisjes hebben die leerschool niet gehad en wanneer de agressie en haat
even diep zit als bij de mannen, zullen bij meisjes nog veel sterker de
stoppen doorslaan en zullen zij extremere vormen van geweld gebruiken
waarbij ze niet hetzelfde zicht op gevaar kennen zoals jongens in hun
opvoeding meegekregen hebben. De gevallen van fysieke meisjesagressie
die opdoken in Chicago van de voorbije jaren waren zo gewelddadig dat
men onmogelijk kon begrijpen dat meisjes zo extreem gewelddadig konden
zijn.
De
kwetsuren waren veel ernstiger dan meestal bij vergelijkbare mannelijke
geweldpartijen voorkwamen. De auteur neemt ook aan dat bij deze vormen
van geweld het proces van haat en agressie al veel langer bezig is. Het
begint met sociale uitsluiting (uit de peergroep afsnijden) , internet
en GSM-terreur, laster, psychologische terreur, verwerping, intimidatie,
enz. vaak geuit via cybertoestanden. De psychische terreur die in
eenzaamheid achter een computer begint stapelt zich op. Ze wordt niet
onmiddellijk geuit zoals bij jongens veel vaker het geval is. Jongens
kunnen hun agressie meestal veel sneller kanaliseren. Op een bepaald
ogenblik is de vrouwelijke relationele en psychische agressie zo groot
dat ze kan uitmonden in extreme fysieke agressie. Men ziet dat niet
alleen de pestkoppen extreem geweld gebruiken. Er zijn ook gevallen
bekend waar meisjes ruime tijd psychisch gekweld en vernederd werden,
bijvoorbeeld via cyberpesten en als ultieme reactie fysiek geweld
gebruikten tegen hun pestkoppen. In het andere geval uitten ze het
fysiek geweld ten aanzien van zichzelf, door zichzelf bijvoorbeeld te
gaan snijden of kerven met een mes, door zichzelf uit te hongeren of
door gewelddadige zelfmoord. Men ontdekte ook gepeste meisjes die fysiek
geweld gebruikten naar onderschikten, bijvoorbeeld kleine kinderen
waarvoor ze verantwoordelijk waren tijdens het babysitten. Die kinderen
werden zo hevig door elkaar geschud dat ze daar ernstige letsels aan
over hielden.
8.4. Meisjes cyberpesten meer ?
Voor Vlaanderen en Nederland is er nog niet zoveel onderzoek bekend rond
agressie bij meisjes. Meestal richt het onderzoek zich op jongens. Al
blijkt dat pestende meisjes meer populair zijn bij jongens in de
schoolklas. Dat kwam tot uiting in het langlopende TRAILS-onderzoek aan
de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). "Jongens lijken het te waarderen,
als meisje pesten", vertelde socioloog R. Veenstra. Als meisjes pesten
worden ze eerder opgenomen in de vriendenkring van mannelijke
klasgenoten, blijkt uit het onderzoek. "Daar moet bij aangetekend worden
dat het om relatief kleine groepen jongens gaat die dat gedrag
waarderen", zegt Veenstra. "Het gros van de leerlingen beschouwt
pestkoppen als zielenpoten."
Jongens en meisjes op de basisschool trekken in de regel niet zoveel met
elkaar op. Jongens gaan in 80 % van de gevallen met hun seksegenoten om.
Datzelfde geldt voor meisjes. "Meisjes waarderen het wel als ze hulp
krijgen van jongens", aldus Veenstra. "Andersom is dat niet het geval.
Hulp van meisjes laat jongens onverschillig. Het lijkt erop dat jongens
zich door hulp van meisjes te aanvaarden in hun eer aangetast voelen."
Een ander Nederlands onderzoek vonden we bij N. van den Bolt die in 1996
onderzoek deed naar verschillen tussen jongens en meisjes omtrent pesten
in het algemeen. Pesten heeft bij meisjes veel meer te maken met
vriendschappen noteert hij. Ze pesten een ander meisje bijvoorbeeld om
te zorgen dat dit meisje hun vriendin niet afpakt. Jongens lijken vooral
kinderen te pesten waar ze in hun vriendengroep niet veel mee te maken
hebben. Meisjes pesten kinderen die dichter bij ze staan, die een rol
spelen in de concurrentie tussen vriendinnen.
Het
onderzoek vond reeds plaats in 1996, 10 jaar geleden dus en als we de
bovenstaande Amerikaanse studies mogen vertrouwen zijn meisjes bezig met
een inhaalbeweging inzake fysieke agressie. Maar uit dit onderzoek uit
1996 bleek dat meisjes elkaar ook wel lichamelijk durfden aanpakken,
maar veel van het gepest vond plaats met woorden. Vaak maakten meisjes
afspraken met elkaar om een ander meisje buiten te sluiten, bijvoorbeeld
met behulp van briefjes die in de klas worden doorgegeven. Er werden
onderling dreigementen geuit zoals: "Ik speel niet meer met je als je
met haar speelt". Een vorm van pesten die de meisjes ook zelf 'gemeen'
vonden, was het doorvertellen van geheimen. Meisjes wilden soms een
gepest kind wel helpen, maar daarbij wilden ze niet het risico lopen
zelf gepest te worden. Ze hielpen het gepeste kind door bemoedigende
opmerkingen tegen haar te maken. Leerkrachten leken het pestgedrag van
meisjes minder op te merken dan dat van jongens. Dit heeft
waarschijnlijk te maken met de minder lichamelijke manier van pesten
door meisjes. Als het pesten toch is opgemerkt, waren de meisjes niet
erg onder de indruk van een serieus gesprek of een korte schorsing. Ook
uit de vorige paragraaf bleek dat meisjes veel minder gevoelig zijn voor
begeleiding inzake pestgedrag en veel meer volharden in hun negatief
gedrag.
Robin Kowalski (2005) deed onderzoek naar het genderverschil in
‘cyberpesten’. Volgens haar is online pesten het omgekeerde van
lijfelijk pesten. Omdat het veel meer in de verborgenheid kan en de
pakkans minder groot is zijn er veel meer meisjes die aan cyberpesten
doen, dan jongens. Jongens pesten vooral op school bij lijfelijk contact
en slaan en schoppen. Meisjes doen het subtieler en gebruiken meer het
internet, het uitsluiten op internet of via sms’jes. In haar onderzoek
vertelde 33% van de meisjes dat ze de afgelopen twee maanden gepest
waren, tegenover 10% van de jongens. Een groep van 17% van de meisjes
gaf aan zelf gepest te hebben via digitale weg, terwijl maar 10% van de
jongens dat toegaf. Meisjes maken van problemen vaak grotere drama’s dan
jongens. Jongens zijn boos en pesten een tijdje door te slaan of te
schoppen en zijn het dan weer vergeten. Meisjes kroppen dingen meer op
en gaan subtiel in het geniep pesten en houden dit pestgedrag ook veel
langer vol. Koninginnen van de drama, noemt de onderzoekster het.
Meisjes verstoppen zich liever in hun pestgedrag en het internet biedt
hen daartoe veel meer kansen. Daarom zal de begeleiding ,hulpverlening
en preventie inzake cyberpesten zich ook veel meer tot meisjes moeten
focussen.

|