Informatieve website over cyberpesten  

Algemeen
Inleiding
Wat is pesten
Wat is digitaal pesten
Vormen van cyberpesten
Profiel van de dader
Profiel van het slachtoffer
Gevolgen van cyberpesten
Wat maakt cyberpesten zo populair
Onderzoeksgegevens

Preventie en begeleiding

Hoe als hulpverlener helpen
Beschermen tegen cyberpesten
Cyberpesten en school

Volwassenen
Cyberpesten op het werk
Cyberstalken
Leerkrachten cyberpesten

Educatief materiaal
Info over  bestaand materiaal
Zelf ontwikkeld materiaal

Aanverwante onderwerpen
Andere internetgevaren
Gevaar van spelletjes

Links naar andere websites
Nederlandstalig
Engelstalig

Divers
Contact
Zoeken op deze site
Discussieforum
Cyberpesten en media(blog)
Disclaimer & copyrights

© Gerard Gielen Hasselt

Divers onderzoek naar (cyber)pesten

1. Inleiding

Om gefundeerd over cyberpesten te kunnen spreken is het nodig te kijken naar coïncidentie van het gegeven. In dit onderdeel worden de onderzoeksgegevens die we vonden opgedeeld in drie groepen : vooreerst krijgt u een aantal onderzoeksgegevens over pesten in het algemeen, vervolgens vermelden we een een hele reeks Nederlandstalige onderzoeken (Vlaanderen en Nederland) om te eindigen met buitenlandse onderzoeksresultaten.


2. Algemeen onderzoek over pesten

2.1. Wereldgezondheidsorganisatie 2004

Kim Herbots & Nathalie Carpentier brengen in de krant De Morgen(midden 2004) verslag uit omtrent een grootschalig onderzoek van de wereldgezondheidsorganisatie. Daaruit blijkt dat één op vijf Vlaamse tienerjongens een echte pestkop is. Een op de vijf Vlaamse vijftienjarige jongens geeft immers toe op school frequent medeleerlingen te pesten en bijna de helft zegt de afgelopen tijd minstens een keer gepest te hebben. Opvallend is dat hoe ouder kinderen worden, hoe meer ze pesten. Het blijkt uit een studie van de Wereldgezondheidsorganisatie over de fysieke en psychische gezondheidstoestand van meer dan 162.000 jongeren tussen elf en vijftien in 35 landen. Daarmee staat Vlaanderen in de toptien van landen waar veel gepest wordt. Tenminste wat de jongens betreft. Meisjes scoren met 7,9 procent pestkoppen een stuk beter. Ook in Wallonië lijkt pesten niet zo'n groot probleem: net geen zestien procent van de jongens laat weten de afgelopen maanden minstens twee à drie keer per maand gepest te hebben. Waalse meisjes treiteren met tien procent dan weer meer dan hun Vlaamse leeftijdgenootjes. Er mogen dan al minder pestkoppen in Wallonië zijn, ze gaan grondiger te werk. Bijna vijftien procent van de Waalse vijftienjarigen geeft aan de laatste maanden regelmatig gepest te zijn. In Vlaanderen is dat 8,5 procent.


De cijfers stijgen met de leeftijd. Zo zegt 14 procent van de Vlaamse jongetjes van elf jaar vaak te pesten. Op dertien is dat percentage al gestegen tot meer dan 16 procent. Dat is een trend die in zowat alle landen merkbaar is. Kinderen laten het niet altijd bij pesten alleen. Bijna vier op de tien elfjarigen vertellen de laatste maanden regelmatig een robbertje gevochten te hebben. Dat aantal daalt met de leeftijd maar tegen de tijd dat ze vijftien zijn, zegt toch nog een op de vijf op korte tijd verschillende malen betrokken te zijn geweest in een vechtpartij. Meer dan de helft van de puberjongens heeft het afgelopen jaar geknokt. Bij de meisjes bedraagt dat aantal ook nog 22 procent. Nergens wordt er onder elfjarigen zoveel geduwd en getrokken als bij de Waalse jongens: met 69 procent voeren zij de landenlijst aan. Globaal bekeken is Litouwen het minst leuke land om naar school te gaan. Behalve de ene lijst die aangevoerd wordt door Wallonië scoren zij overal het slechtst. Zo is de helft van de vijftienjarige jongens er een geroutineerd pester. (De Morgen 05/06/2004)

2.2. Onderzoek nav de Pesten-dat-kan-niet-prijs (2005)

Dirk Van Damme, kabinetschef van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke citeerde op de zesde uitgave van de uitreiking van de Pesten-dat-kan-niet-prijs (april 2005) uit algemene cijfers omtrent pesten. Zo bleek volgens hem uit onderzoek dat
• In Vlaamse scholen gemiddeld één kind op de vijf wordt gepest. Het gaat om bijna 1 op de 4 (23%) van alle leerlingen uit het lager onderwijs en 1 op de 7 (15%) van alle leerlingen uit het secundair onderwijs. In het totaal 155.000 kinderen. Pesten komt het vaakst voor bij kinderen tussen 10 en 14 jaar. Ten minste 1 kind op de 20 krijgt wekelijks tot zelfs dagelijks met pesterijen af te rekenen.
• Het aantal pestkoppen ligt ook behoorlijk hoog. 15.9 % van de kinderen in het basisonderwijs en 12.3% van de jongeren in het secundair onderwijs pest andere leerlingen.
• Gemiddeld telt daarmee elke Vlaamse klas een leerling die pest en een leerling die gepest wordt.
• Cijfers wijzen uit dat jongens meer pesten dan meisjes. Jongens doen dat veeleer op een directe manier: uitschelden, pijn doen, eigendommen van leerlingen beschadigen ... Meisjes pesten minder vaak en geven de voorkeur aan indirecte pesterijen, zonder dat het tot een zichtbaar treffen komt: roddelen, uitsluiten, leugens rondstrooien, venijnige opmerkingen maken …
• De pesterijen vinden in iets meer dan de helft van de gevallen plaats in de eigen klasgroep, vooral op ogenblikken dat de groep min of meer ontsnapt aan het toezicht van volwassenen, bijvoorbeeld tijdens het speelkwartier en de middagpauze.
Pesten gebeurt meer en meer buiten de schoolpoort. In de buurt van de school en op weg naar huis, en sinds enige tijd ook via gsm en pc. Cyberpesten heeft de voorbije jaren z’n kop opgestoken. Het is laagdrempelig, onpersoonlijk en vaak anoniem. Er zijn niet noodzakelijk getuigen.

2.3. Pesten ligt gevoelig

Een onderzoek naar pesten op school bij hoogsensitieve kinderen en adolescenten Scriptie van Depamelaere Ann-Sophie


3. Cyberpesten binnen Nederlandstalig onderzoeksgebied

3.1. Vereniging openbaar onderwijs Nederland (2001)

Na mobbing, stalking, bullying en steaming is er nu ook cyberpesten: pesten via nieuwe media als internet, sms- en emailberichten. LOL (Laughing Out Loud) ten koste van de ander. De catalogus van grensoverschrijdend gedrag - waarbij de ene mens of een groep mensen de andere tot object van zijn eigen willekeur maakt - is weer uitgebreid.
Volksvertegenwoordiger Jan Roegiers die in het Vlaams Parlement in 2001 hierover reeds vragen stelde aan ministers Bert Anciaux en toenmalig minister van onderwijs Marleen Vanderpoorten meldde dat een vijfde van de ondervraagde kinderen (jonger dan 13) en een derde van de jongeren (van 13 tot 18) in een beperkte Nederlandse steekproef door de Vereniging Openbaar Onderwijs, De Kinderconsument en Surfkids zei al eens slachtoffer te zijn geweest van cyberpesterij. 15 procent gaf toe al eens iemand elektronisch te hebben gepest, soms van op een schoolcomputer. Werkelijk pesten wordt het als het slachtoffer met hate mail en vieze sms'jes wordt gestalkt. (Klasse, 2001)
Volgens Rogiers krijgt in Groot-Britannië een kwart van alle jongeren met cyberpesten te maken.
De Standaard berichtte dat volgens cijfers van de federale politie in 2004 elke dat tot 65 scholieren het slachtoffer waren van steaming. Het afpersen in groep van jongeren gebeurt meestal door leeftijdgenoten. De afpersers dreigen ermee hun slachtoffers in elkaar te slaan als ze hun zakgeld, gsm, mp3-speler, schoenen, fiets tot zelfs bromfiets niet afgeven. Een groot deel van de afpersingen gebeurt via sms of via internet. (De Standaard 23/11/2005)

3.2. Planetinternet onderzoek (2004)

Kinderen kunnen via internet ongeremd pesten. Online pesten is anoniem en bovendien grappig.In november 2004 deed de website www.planet.nl een onderzoek. Planet Internet en marktonderzoeksbureau Qrius ondervroegen 500 jongeren tussen de 11 en 15 jaar over online pesten. Van hen zei dertig procent dat zij zich daaraan schuldig maakten.
Twaalf procent van de tieners tussen de elf en vijftien jaar werd gepest via internet. Ingrijpen is lastig, want driekwart van de jongeren geeft aan dat ze niet aan hun ouders of leraren vertellen dat ze gepest werden. Kinderen die pesten stuurden meestal een anonieme e-mail of scheldden via mail, chatbox of de msn messenger, een chatprogramma. Ze verblijdden iemand met virussen, kraakten homepages en mailadressen, of zetten foto’s met ’vervelende’ teksten op het net.

Uit dit onderzoek bleek wel dat kinderen het schelden via de digitale kanalen vaker als geintje zien dan schelden in de echte wereld. Maar soms beseften ze toch de impact niet die het kan hebben.
''Ja, ik scheld wel per msn, dan zeg ik vuile slet of zo, maar dat is voor de grap,'' bekende een vijftienjarige jongen. Schelden per e-mail of MSN wordt door 12 procent van de kinderen als grap gezien. Ook iemand laten schrikken, een foto van het doelwit op internet zetten en homepages hacken zijn pesterijen waar kinderen zich vaker schuldig aan maken. ( www.nu.nl  01-02-2005). Tieners durven via internet eerder ander taalgebruik te hanteren dan in de ‘normale’ wereld bevestigt het onderzoek. Kinderen komen met chatprogramma’s als MSN in contact met andere leeftijdgenootjes. De taal die dan wordt gebruikt, is vaak gedurfder. Een derde van de ondervraagde tieners geeft toe liever ‘online’ te pesten dan ‘live’. Een 11-jarige respondent zegt: “ Ik durf meer met MSN, je bent niet bij hem en hij kan je niet in elkaar slaan. Het feit dat niemand je iets kan doen en ouders of leraren vaak geen weet hebben van de pesterijen, zorgt ervoor dat kinderen ongestoord hun gang kunnen blijven gaan.

Elkaar ‘oog in oog’ uitschelden, vindt nog maar 7 procent grappig. Kinderen die niet aardig worden gevonden, krijgen van een 11-jarige respondent teksten toegestuurd zoals ‘rotzak’ of ‘I’m gonna kill you tonight’. Hoe lollig tieners hun pestgedrag zelf ook mogen vinden, 82% van de ontvangers van de pijnlijke teksten ervaarden de pesterijen als gemeen en kwetsend. Het opzettelijk toesturen van een computervirus vond 86 procent absoluut geen grap, maar erg kwetsend.
Vooral onaardige teksten over familie, vrienden of uiterlijk werden als zeer kwetsend beschouwd.
Verder leert ons het onderzoek dat jongeren over het algemeen goed weten om te gaan met de online pesterijen.

Pestmailtjes worden direct verwijderd en pestende MSN-gebruikers worden in het chatprogramma geblokkeerd. Uit het onderzoek van Qrius en Planet Internet blijkt verder ook dat bij online pesten minder vaak wordt ingegrepen door ouders of leraren dan in het werkelijke leven. ‘Bij online pesterijen grijpt 43 procent van de ouders en leraren in, terwijl in het echte leven dit 86 procent is. “Een kind op school kan naar de juf gaan, als je pest via internet gebeurt dat niet”, aldus een 13-jarige. Van alle tieners die wel eens online zijn gepest, nam 56% zijn vrienden in vertrouwen. Daarnaast vertelde ruim een derde van de kinderen het tegen zijn ouders. Toch blijkt dat er weinig over het onderwerp wordt gesproken. Bijna driekwart van de tieners geeft aan dat pesten via internet niet een onderwerp is waar ze met ouders of leraren over praten.’ (www.pestweb.nl 01/02/2005)

3.3. Ouders willen meer informatie over internet (Onderzoek Planet Internet 2004)

Zijn ouders voldoende betrokken op wat zich allemaal op het internet afspeelt ? Een ander onderzoek van www.planetinternet.nl uit 2004 bij ouders met kinderen tussen 8 en 12 jaar vertelt dat ouders maken zich zorgen over ongewenste ervaringen van hun internettende kinderen. Zij tonen zich zeer betrokken bij het begeleiden van hun kinderen op internet maar voelen zich vaak onmachtig of te onbekend om de juiste maatregelen te nemen. Een aantal neemt wel veiligheidsmaatregelen zoals het installeren van filters en virusscanners maar vaak zijn ze niet op de hoogte van wat allemaal mogelijk is. De grootste zorg van ouders betreft de seksuele toenadering van kinderen via internet. Hoe kinderen daartegen beschermd kunnen worden, is hen onvoldoende bekend. Bijna de helft van de ouders heeft daarom behoefte aan meer informatie om hun kinderen goed te kunnen begeleiden op internet. Maar liefst 80% van de ouders maakt zich enigszins tot veel zorgen over ongewenste ervaringen die hun kinderen op internet kunnen opdoen. Hun grootste zorg betreft seksueel georiënteerde toenaderingen van vreemden. Bijna negen op de tien ouders zijn bang voor blootstelling aan pornografische afbeeldingen, pedofielen die contact zoeken en seksuele intimidatie.


De zorgen van ouders zijn niet ongegrond vertelt het onderzoek verder. Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de internettende kinderen wel eens iets vervelends meemaakte. Meer dan 50% ontving hinderlijke spam of kreeg wel eens pornografische afbeeldingen te zien. Ook grof taalgebruik en een agressieve benadering kwamen regelmatig voor. Een op de drie kinderen had hier last van. Sommige ouders namen hiervoor de nodige technische veiligheidsmaatregelen. Ze blokkeren bepaalde sites (35%), bekijken van tijd tot tijd de historie van de browser (49%) en gebruiken filterprogramma's (25%). Deze maatregelen nemen hun grootste bezorgdheid echter niet weg. De helft van de ouders geeft daarom aan meer informatie te willen over veilig internetten om hun kinderen goed te kunnen begeleiden. Uit het onderzoek blijkt vooral dat ouders niet volledig op de hoogte zijn van wat hun kinderen op internet doen. Kinderen kijken bijvoorbeeld vaker rond op internet dan hun ouders denken (57% versus 38%). Ook internetten zij vaker zonder toezicht dan hun ouders denken: vier op de tien kinderen internetten zonder dat hun ouders dat weten en ruim de helft wel eens buitenshuis. Een kwart van de kinderen internet bijna nooit samen met een ouder. (www.planet.nl )

3.4. Ouders willen meer info : internetprovider Wanadoo (2005)

Een gelijkaardig onderzoek van een andere internetprovider Wanadoo in juni 2005 stelt dan weer dat ouders eerder laconiek zijn over internetgebruik van hun kinderen. Ze denken dat het veilig is, schatten de risico's laag en denken dat ze zelf goed op de hoogte zijn. Bovendien menen ze dat ze alles in de hand hebben en vertrouwen ze hun kinderen, als die zich op de digitale snelweg begeven, concludeert onderzoeker P. Sikkema na een enquête in opdracht van internetaanbieder Wanadoo
Van de ondervraagde vaders en moeders maakt 64 procent zich nergens zorgen over. De andere groep van ouders hun kinderen ontmoedigde of verbood om bepaalde sites te bezoeken. Het gaat hierbij vooral om pornografische of gewelddadige sites. Een op de vijf Nederlandse ouders heeft een filter op de computer geïnstalleerd om bezoek aan gewelddadige - of sekssites te voorkomen. (www.surfopsafe.nl)

3.5. Kinderconsument Nederland (2003)

Onderzoek in de zomer 2003 door de Kinderconsument (Nederland) i.s.m. Surfkids leverde volgende bevindingen op :
98% van de kinderen in Nederland gebruikt internet. 88% zit elke dag thuis op internet.
1 op de vijf kinderen en 1 op de 3 jongeren wordt wel eens gepest via de email of sms
2% van de kinderen en 3% van de jongeren zegt zelf wel eens te pesten via mail of sms.
1 op de 5 kinderen / jongeren die chatten hebben last van pesten en schelden in de chatbox.
1 op de 10 kinderen / jongeren krijgen te maken met seksuele toespelingen tijdens het chatten.
18% van de 14 jarigen heeft wel eens tijdens het chatten zijn telefoonnummer aan een ander gegeven. Voor één op de vijf kinderen volgde hierna een vervelende ervaring.
Onderzoek van Qrius, januari 2005 leert verder dat 4 op de 10 kinderen zegt dat pesten via internet in hun klas voorkomt. Een kleine 30% zegt dat zijn/haar vrienden/-innen wel eens via internet pest.
Ongeveer 15% zegt zelf wel eens via internet te pesten waarbij 12% van de kinderen aangeeft zelf wel eens het slachtoffer te zijn. Slachtoffers zijn vaker meisjes dan jongens. Meer dan driekwart van de ondervraagde kinderen/jongeren weet wie de dader is. Als ze slachtoffer zijn vertellen de kinderen dit aan: vrienden (56%), ouders (37%), leerkracht (24%). De gepeste kinderen reageren als volgt: ze pesten terug (een derde), ze nemen een ander e-mailadres (19%), ze nemen andere maatregelen, zoals het blokkeren van de pester (13%) (www.pestenislaf.nl)

3.6.Onderzoek van Action Innocence (2005)

Een derde van de Vlaamse kinderen surft naïef. In Vlaanderen is begin sept. 2005 onderzoek gedaan naar Internetervaring van kinderen door de Universiteit Gent en Action Innocence bij 1700 kinderen tussen 9 en 14 jaar op 79 Vlaamse scholen. De resultaten verschijnen deze week in het onderwijsblad Klasse. Action Innocence stapt met een preventiecampagne naar de Vlaamse scholen. De resultaten zijn vergelijkbaar met onderzoeken in Nederland: kinderen komen op Internet porno of geweld tegen, wat ze vervelend vinden. Meestal chatten ze met vrienden, maar 1 op de 4 chat ook met onbekenden (in de veronderstelling dat het leeftijdgenoten zijn en meestal is dat ook zo), en ze zitten veel op Internet. Niet alleen voor school, maar ook omdat ze het leuk vinden. Twee op de drie kinderen is zich bewust van de gevaren. Een derde surft dus nog redelijk naïef. Opmerkelijk: Bijna één op zes leerlingen geeft zijn leeftijd, e-mailadres, foto, thuisadres enz. aan jan en alleman door, zonder zich daar vragen bij te stellen. Jongens zijn daar meer onbezonnen in dan meisjes, maar ze doen het allebei. Minder opmerkelijk:
Kinderen die thuis gehoord hebben over de risico's van dit soort openhartig gedrag, zijn zich ook meer bewust van de gevaren. Ze gedragen zich daar ook naar en zijn meer geneigd om hun ouders iets te vertellen over onprettige ervaringen. Tweederde van de kinderen gedraagt zich als bewuste Internetgebruikers. Een derde surft nog naïef

Internet is stevig ingeburgerd. 75 % van de Vlaamse leerlingen tussen 9 en 14 jaar gebruikt internet één of meer keren per week, 40 % zelfs bijna elke dag. Slechts 4 % gebruikt nooit internet.
- Ruim de helft van de leerlingen gebruikt internet voor schoolwerk, om informatie op te zoeken en te downloaden en om te e-mailen. Ongeveer 60 % speelt online spelletjes of gaat chatten.
- Bijna één op drie leerlingen chat elke dag en nog eens één op vier chat één of meer keren per week. Driekwart van de leerlingen kent iedereen met wie hij online babbelt. Meestal zijn dat klas- of leeftijdgenoten. Eén op vier chat dus ook met vreemden. Dat doen vooral de jongste leerlingen.
-Kinderen chatten meer naarmate ze ouder worden. - Eén op vijftien leerlingen heeft al eens persoonlijk afgesproken met iemand die hij/zij via internet leerde kennen. Sommigen doen dat in hun eentje, zonder dat hun ouders op de hoogte zijn.
- 41 % van de kinderen werd al eens gechoqueerd door iets dat ze zagen op het web, meestal porno of geweld. 72 % vertelde dat aan iemand, 28 % zweeg erover. Hoe ouder leerlingen zijn, hoe vaker ze al gechoqueerd werden.
- 13 % van de jongens en 20 % van de meisjes voelden zich al bedreigd. Het is een internationaal fenomeen, dat bevestigd wordt door onderzoek in de buurlanden.
- 65 % van de kinderen is zich bewust van de gevaren die het web met zich meebrengt. Vooral oudere kinderen hebben dat besef. Ze spreken over porno en geweld, stalkers, plunderaars van bankrekeningen, hackers en computervirussen. Omgekeerd betekent dit dat één op drie zich van geen gevaar bewust is.
- Het gevaar schuilt meer in huis dan men denkt. Negen kinderen op tien gebruiken thuis internet. Bij 47 % daarvan staat de internetcomputer in de woon- of eetkamer. Daar hebben ouders zicht op. Maar bijna 39 % surft, gamet en chat in een aparte ruimte en bijna 19 % van de kinderen heeft een internet-pc in zijn eigen slaapkamer. Daar is weinig of geen toezicht.
- Bijna één op zes leerlingen geeft zijn leeftijd, e-mailadres, foto, thuisadres enz. aan jan en alleman door, zonder zich daar vragen bij te stellen. Jongens zijn daar meer onbezonnen in dan meisjes, maar ze doen het allebei.
- 60 % van de directies zegt dat leerlingen uitleg krijgen hoe ze internet wel of niet mogen gebruiken. In 92 % van de gevallen worden de leerlingen ook door hun leraren gecontroleerd. Als de school een beleid heeft rond veilig internet, is er meer controle.
- Opvallend is dat leerlingen meer worden gecontroleerd op hun internetgebruik naarmate ze ouder worden. Die trend zet zich door in het secundair onderwijs. Nochtans is controleren is het meest nodig bij de jongste groepen. Die zijn het meest beïnvloedbaar en kwetsbaar.
- Vier Vlaamse scholen op tien installeren beveiligings- en filtersoftware. Het effect daarvan is dat kinderen internet wel veiliger gaan gebruiken op school, maar als hun ouders thuis die controle niet overnemen, laten ze hun voorzichtigheid daar meteen weer varen.
- Naarmate leerlingen zeggen dat hun ouders hen controleren, gaan ze voorzichtiger met internet om: ze kennen meer de mensen met wie ze chatten, ze geven minder foto's of persoonlijke gegevens door aan hun 'internetkennissen' en vertellen makkelijker aan hun ouders wanneer ze zich bedreigd of onveilig hebben gevoeld op internet.
- Controle, sensibilisering en over de internetgevaren praten is een zaak van zowel ouders als scholen. Kinderen willen echt hulp, begeleiding en controle.
( www.klasse.be  en  www.destandaard.be )

3.7. Caleidoscoop (20006) Pestgedrag laat te veel leerlingen onverschillig

In moeilijke klassen vindt één op de vier leerlingen het niet erg dat er gepest wordt.
Gemakkelijke klassen zijn die waar zowel de leerlingen als de leraars weinig bronnen tot ergernis hebben. In moeilijke klassen stoort iedereen zich. Uit een studie bij 15-jarigen van het onderwijstijdschrift Caleidoscoop (februari 2006) blijkt dat 17 procent van hen het niet erg vindt dat er gepest wordt. Dat is het geval in gemakkelijke klassen. In de moeilijke klassen staat zelfs 23 procent neutraal tegenover pesten. Caleidoscoop is het tijdschrift van de koepel van vrije Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB's). Hoofdredactrice Linda Graindourze koppelt aan het onderzoek een waarschuwing voor de scholen: ,,Veel leraars lijken de inspanningen tegen pesten op school beu te zijn. Deze gegevens bewijzen nochtans dat blijvende aandacht nodig is.'' Ook de andere reacties tonen niet bij iedereen verontwaardiging. ,,Anderen uitlachen'' vindt niemand in de gemakkelijke klassen positief. In de moeilijke klassen zijn er wel enkelen die dat toejuichen (6,5 %). Eén op de vijf leerlingen staat daar neutraal tegenover. In moeilijke klassen ligt één op de vier leerlingen er niet van wakker. Op de vraag of het goed is dat iemand bij pestgedrag durft tussenbeide te komen, antwoordt één op de vijf leerlingen neutraal. In de gemakkelijke klassen daalt dat aandeel tot 13 %. Meer dan één op de drie leerlingen blijft onverschillig wanneer een leerling een ander dwingt om iets te doen wat die niet leuk vindt. In de gemakkelijke klassen zijn dat ook nog een kwart van de leerlingen. Uit het onderzoek blijkt ook dat een hechte klasgroep niet bestaat. Klassen bestaan sowieso uit meerdere subgroepen. Volgens de onderzoekers nemen de jongeren nu minder dan vroeger de school als referentie. Ze zoeken hun vrienden vaker buiten de schoolmuren. Daardoor zouden ze al tevreden zijn als er geen conflicten in de klas zijn. (De Standaard 08/02/2006)

3.8. Jongeren en geweld : onderzoek van Universiteit Antwerpen (2006)

Twee op de drie leerlingen vinden het verkeerd om klasgenoten te pesten. Ruim een kwart vindt het maar een ,,beetje verkeerd''. Dat staat in het onderzoek ,,Jongeren en geweld, anders dan gedacht'' van de Universiteit Antwerpen. De verkennende studie is begin 2006 uitgevoerd bij vijfhonderd leerlingen van Antwerpse middelbare scholen. De meerderheid van de jongeren staat afkeurend tegenover geweld. Maar de onverschilligen vormen een behoorlijke groep. Net zoals eerder uit een onderzoek van de koepel van vrije CLB's was gebleken, is voor velen pestgedrag niet zo erg (DS 8 februari 2006 ). Uitschelden via het internet kan volgens de leerlingen: 37 procent vindt het een ,,beetje verkeerd'' en 27 procent heeft er geen enkel probleem mee. Uit het onderzoek blijkt dat er nog steeds een grote kloof tussen jongens en meisjes is. Jongens zijn niet alleen meer betrokken bij geweld, ze zijn ook toleranter: ze keuren het geweld minder af. Aan pesten doen meisjes en jongens evenveel. De meisjes keuren het wel strenger af. (De Standaard 14/02/2006)

3.9. Cyberpesten wordt plaag : zes op de tien jongeren slachtoffer (Onderzoek in Vlaanderen uitgevoerd einde 2005, gepubliceerd op 16 maart 2006) Universiteit Antwerpen

Op vraag van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Media en Sport van het Vlaams Parlement deed de Universiteit Antwerpen in opdracht van het VIWTA (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek) een onderzoek naar cyberpesten in Vlaanderen. De resultaten werden april 2006 bekendgemaakt. Enkele globale cijfers bij de onderzoeksgroep van 2052 jongeren :volgens 67,7% van de Vlaamse jongeren tussen 10 en 18 jaar is cyberpesten gemakkelijker dan pesten in het echt, 63,2% meent ook dat je niet zo gemakkelijk gestraft kan worden voor iets wat je op het internet deed. Toch vinden jongeren cyberpesten even onaanvaardbaar als pesten in het echt: 86,8 % vindt cyberpesten laf, 81,1% meent dat je je erg gekwetst kan voelen door pesten via internet of gsm, en 71% is van oordeel dat wie via internet of gsm pest, dezelfde straf moet krijgen als wie gewoon pest.

Zes op tien jongeren vinden bijgevolg dat pesten via internet of gsm een groot probleem is. Eén op 10 zegt zelf het slachtoffer te zijn geweest van pesten via internet of gsm, twee op tien beweren dader en drie op tien beweren getuige te zijn geweest. Uit een peiling naar de ervaring met (potentieel) kwetsende internet- en gsm-praktijken, blijkt dat iemand beledigen of bedreigen via internet of gsm, iemand misleiden via internet of gsm, roddels verspreiden via internet of gsm en inbreken in iemands e-mail-postbus of Messenger en het paswoord veranderen, het meest voorkomen.

Ongeveer zes op tien jongeren is volgens het onderzoek ooit dader, slachtoffer of getuige geweest van internet- of gsm-praktijken die als afwijkend van doorsnee gedrag kan worden beschouwd. Het verschil tussen wat de jongeren zelf beschouwen als pestgedrag en wat als potentieel kwetsend gedrag kan worden bestempeld, wijst onder meer op een verschil in aanvoelen tussen daders en slachtoffers, maar ook in perceptie over wat afwijkend gedrag precies inhoudt.

De studie toont aan dat daders van cyberpesterijen op internetvlak minder gecontroleerd en begeleid worden door hun ouders en meer tijd spenderen aan het internet. Onder hen bevinden zich ook relatief meer daders van klassieke pesterijen én slachtoffers of bijstaanders van cyberpesterijen. Zeven op tien daders pesten anoniem. Om te kunnen pesten is geen grote internet- of gsm-deskundigheid noodzakelijk. Personen met meer expertise kunnen wel op meer verschillende manieren pesten

Slachtoffers van cyberpesterijen zijn vaker ook slachtoffer van klassieke pesterijen, en dader of bijstaander van cyberpesterijen. Ze hebben minder vrienden en zijn meer afhankelijk van het internet. Slachtoffers vertonen ook meer stress-symptomen. Slechts de helft van hen heeft aan iemand verteld dat ze gepest werden via internet of gsm. Het stellen van risicogedrag (b.v. persoonlijke informatie op het internet plaatsen, het eigen paswoord doorvertellen aan een vriend of vriendin) verhoogt de kans om het slachtoffer te worden van specifieke cyberpestvormen. Toch kunnen ook jongeren die erg voorzichtig zijn, niet verhinderen dat ze het slachtoffer worden van cyberpesten. De onderzoekers concluderen dat cyberpesten bij jongeren in Vlaanderen geen randfenomeen (meer) is en dat ICT het pestprobleem verdiepen en verbreden. Kennis bij ouders, leerkrachten en hulpverleners over hoe jongeren elkaar momenteel pesten en vooral over de werking van de nieuwe technologieën is noodzakelijk.

De samenvatting en het volledige onderzoeksrapport omtrent cyberpesten in Vlaanderen zijn beschikbaar op de volgende websites:  
www.viwta.be/files/Eindrapport_cyberpesten_(nw).pdf

www.viwta.be/files/Samenvatting_cyberpesten.pdf

,,De situatie is ernstiger dan we dachten'', vertelde Vlaams parlementslid Jan Roegiers (Spirit). ,,Nu we zicht op de situatie hebben, moeten we het probleem ook aanpakken. Die opdracht is vooral weggelegd voor ouders, leerkrachten en begeleiders.'' (Het Nieuwsblad 16/03/2006)

3.10. Cyberpesten onderzoek van Open Universiteit Nederland en GGD Zuid-Limburg (2006)

Ouders onderschatten cyberpesten. Leerlingen op de basisschool (groep 8) zijn vaker het slachtoffer van cyberpesten dan leerlingen van het voortgezet onderwijs. Bovendien onderschatten ouders het verschijnsel cyberpesten via internet en sms. Dat blijkt uit het onderzoek Cyberpesten, big deal? dat de Open Universiteit Nederland en de GGD Zuid Limburg hebben uitgevoerd en publiceerden midden april 2006. Ruim 1200 kinderen (groep 8 en brugklas) en 850 ouders uit de regio Westelijke Mijnstreek namen deel aan het onderzoek. De eerste onderzoeksresultaten laten zien dat in een half jaar tijd 24% van de basisschoolleerlingen (groep 8) en 19% van de brugklassers slachtoffer was van cyberpesten.

Zestien procent van de leerlingen bekenden dat ze zelf ook pesten via internet. Schelden, roddelen, negeren, beschuldigen en hacken zijn de meest voorkomende vormen van cyberpesten. Dat cyberpesten vaak anoniem gebeurt, wordt door het onderzoek bevestigd. Bijna 80% van alle leerlingen weet niet wie de dader is. Van de ouders geeft 12% aan dat hun kind dit schooljaar gepest is via internet of sms en 5% van de ouders weet of vermoedt dat hun kind een ‘cyberpester’ is. Uit de onderzoeksgegevens blijkt verder dat 6% van de leerlingen van groep 8 en 3% van de brugklassers frequent het slachtoffer is van cyberpesten. Zij worden meerdere keren per maand gepest. Ouders onderschatten echter de problematiek. Van de ouders – zowel wat betreft basisonderwijs als voortgezet onderwijs – denkt slechts 1,5% dat hun kind frequent gepest wordt via internet. (Bron Open Universiteit Nederland persbericht 25/04/2006)

Helft Nederlanders vindt digitaal pesten geen probleem. Digitaal pesten is volgens ongeveer 44 procent van de Nederlandse bevolking geen probleem. Toch vindt bijna 80 procent dat pesten via internet of mobiele telefoons hard moet worden aangepakt. Dat blijkt dinsdag uit onderzoek van de website NieuwsZicht.com.
Uit de enquête komt naar voren dat bijna 20 procent van de Nederlanders het digitaal pesten wel als groot probleem ziet. Ongeveer een derde van de ondervraagden heeft daarover geen mening.
De weblog noemt het opvallend dat juist slachtoffers (62 procent) het probleem niet erkennen, terwijl het percentage veel lager ligt bij mensen die nooit zijn gepest (38 procent).
Aan het onderzoek deden 2346 mensen mee, voornamelijk mannen. Van de ondervraagden was ruim 85 procent tussen de 13 en 30 jaar oud. NieuwsZicht.com werd in maart van dit jaar tijdens een verkiezing van het digitale magazine About:Blank door het publiek als beste weblog gekozen. (Bron : De Telegraaf 02/05/2006)

3.11 Online pesterij komt voort uit gebrek aan respect voor privacy

Een nieuw onderzoek (27/06/2007) van Pew Internet & American Life Project over cyberpesten laat zien dat een derde van de Amerikaanse tieners slachtoffer is geweest van cyberpesten. We hebben het dan over onderstaande ervaringen, waarvan de eerste het meest gemeld wordt.

  1. Iemand stuurt een privé-emailtje, msn-gesprekken, sms, of andere persoonlijke berichten door aan anderen, of plaatst het ergens online

  2. Iemand verspreidt een roddel over jou.

  3. Iemand stuurt je een dreigmail, msn-bericht of sms met een bedreiging of agressieve tekst.

  4. Iemand plaatst een genante foto van jou online zonder jouw toestemming.

Niet altijd wordt dat overigens als ernstig pesten ervaren.

Meisjes zeggen vaker dan jongens dat ze slachtoffer zijn geweest van een van bovenstaande daden, en tieners die actief aan social networking doen (dus erg actief zijn online), zijn kwetsbaarder dan tieners die zich daar minder mee bezighouden. Van de social networkers is 4 op de 10 wel eens online belaagd, tegenover 22% van de niet social netwerkende tieners.

Offline pesten is erger
Net als in ons eigen onderzoek naar cyberpesten een tijdje geleden, dat we overigens gehouden hebben onder een jongere groep, komt uit dit onderzoek naar voren dat de meeste tieners het gevoel hebben dat offline pesten vaker voorkomt dan online pesten.

Privacy
Opvallend is dus dat het gebrek aan respect voor de privacy van een ander nu naar voren komt als het meest vervelende van online pesterij. Reden te meer om door te gaan met voorlichting aan tieners over de waarde van privacy en het nut van bescherming daarvan. Klik hier voor het volledige onderzoeksverslag. (Bron : Justine Pardoen http://www.rssonderwijs.nl/ )

3.12 Onderzoeken van studenten
 

GOBERECHT,T. Onderzoek naar het verband tussen emotionele en gedragsproblemen en cyberpesten bij jongeren uit de eerste graad secundair onderwijs. Masterproef, Vrije Universiteit Brussel, juni 2008 
Op vraag van BEWEGING TEGEN GEWELD-Vzw ZIJN.
Download hier de masterproef
 

LEEMANS,K. Onderzoek naar de gehanteerde copingsstijlen bij jongeren die in contact komen met cyberbesten.
Masterproef, Vrije Universiteit Brussel, september 2008.
Op vraag van BEWEGING TEGEN GEWELD- vzw Zijn.
Download hier de samenvatting
Download hier de masterproef

 

HOORNE, Elien, Cyberpesten De boze wolf in een trendy kleedje  Katho Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen. Download hier de scriptie

 

DEL CIOPPO Stèphanie Het World Wide Web als schoolplein: een exploratieve studie naar cyberpesten bij jongeren in het secundair onderwijs in de Brugse regio
Auteur del Jaar van publicatie 2008 Universiteit Gent  Klik hier om het eindwerk te downloaden

 

3.13 Jongeren en betaalseks

In de studie ‘Op het scherp van het net. Verkennend onderzoek rond jongeren, internet en betaalseks.’, die recent werd gepubliceerd vraagt Child Focus meer aandacht voor de bescherming van kinderen en jongeren op internet.  In de studie wordt aan de hand van getuigenissen van politiemensen, magistraten en hulpverleners aangetoond dat soms jongeren zich soms door volwassenen laten betalen voor seksuele gedragingen op het internet. Dit is zonder meer een vorm van betaalseks of prostitutie. Lees hier het volledige rapport. Zie ook de website www.childfocus.be

3.14 Psychologische impact cyberpesten wordt onderschat

Een kwart van de jongeren kwam het voorbije schooljaar - als dader, slachtoffer of getuige - in aanraking met cyberpesten. Een op de tien jongeren werd het voorbije schooljaar het slachtoffer van de nieuwe pesttrend. Impliciete metingen geven zelfs aan dat dat aantal in realiteit oploopt tot vijftig procent. De cijfers komen uit onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel. (De Standaard 03/12/2008) Lees hier verder

3.15 Cyberpesten: wat doen kinderen en wat weten ouders?
F. Dehue, C. Bolman en T. Völlink Lees hier hier het integrale onderzoek. Pedagogische studiën. 2008,85,359-370 Lees hier het integrale onderzoeksrapport.

3.16 Een op de drie jongeren is slachtoffer van cyberpesten - 10/02/2009 (Nieuwsblad)

Een op de drie jongeren was ooit al het slachtoffer van cyberpesten; één op de vijf was al dader. Dat blijkt uit een onderzoek dat vorig jaar werd uitgevoerd door het Observatorium van de Rechten op het Internet. Het Observatorium stelde het onderzoek dinsdag voor naar aanleiding van de Safer Internet Day, die dit jaar het groeiende fenomeen van het cyberpesten centraal stelt.
Lees hier verder
 

3.17 Cyberpesten rukt op.

De afgelopen drie maanden is ruim een tiende van de jongeren uit Leuven het slachtoffer geworden van cyberpesten. Dat blijkt uit een onderzoek van het hoger Instituut voor readaptatiewetenschappen (hIrL) in Aarschot. Volgens de onderzoekers gaat het om een «opkomend fenomeen» (Bron Metro 11/05/2009) Lees hier verder.  Klik hier voor de brochure

3.18 Rapport van het Observatorium van de Rechten op het Internet.

Het Observatorium van de Rechten op het internet heeft hierover onder meer een advies geformuleerd. Naast dit advies, dat tot stand kwam in samenwerking met een dertigtal experten, wordt in een boek meer uitleg gegeven over cyberpesten. Dit boek biedt eerst een internationaal overzicht van wetenschappelijke studies over cyberpesten. Ook wordt stilgestaan bij preventie, remediëring en juridische aspecten. Deze informatie vormde de basis voor een beleidsadvies dat tot stand kwam in samenwerking met diverse organisaties en dat werd goedgekeurd door de leden van het Observatorium voor de Rechten op het Internet.Ook zijn praktische fiches opgesteld waarmee zowel jongeren als begeleidende volwassenen mee aan de slag kunnen in hun strijd tegen cyberpesten. Klik hier voor meer uitleg en om het integrale boek te downloaden.

3.19 OIVO onderzoek  : Jongeren voelen zich veiliger, maar vertonen meer risicogedrag.

Meer dan 9 jongeren op 10 gebruiken het internet. Dat is 4 % meer dan in 2007. 3 op 4 jongeren zeggen zich veilig te voelen online behalve de 10-en 11-jarigen. Toch stellen veel jongeren gedrag dat risico’s inhoudt. Omdat het OIVO vaststelt dat jongeren door bepaalde marketingstrategieën worden gemanipuleerd tot meer consumptief gedrag, roept het OIVO de overheid op om bepaalde problemen omtrent de bescherming van minderjarigen weg te werken. Lees hier verder

3.20 Pubers vinden cyberpesten grappig.

‘Spring je vanavond nog onder de trein?’ Het kon niet uitblijven. De toegenomen mogelijkheden op internet leiden tot hele nieuwe vormen van pesten. Daar is nog nauwelijks onderzoek naar gedaan, maar onlangs verschenen er twee afstudeerscripties over het onderwerp. Crimelink sprak met verschillende slachtoffers en wat blijkt? Zelfs volwassenen treiteren elkaar. Lees hier verder

3.21 Helft Vlaamse tieners bekijkt online porno en geweld.

Zestig procent van de Vlaamse jongeren tussen 15 en 19 jaar bekijkt online geregeld porno. Veertig procent geeft aan vaak in contact te komen met gewelddadige of gruwelijke beelden en bijna twintig procent bezoekt sites over racisme of zelfdoding. Dat blijkt uit een enquête door het Centrum voor Mediacultuur en Communicatie van de K.U.Leuven 12/11/2009  (De Standaard). Lees hier verder

3.22. Meer dan een vijfde is cyberpester.

Meer dan 22 procent van de jongeren doet aan cyberpesten, 12 procent was al slachtoffer. (Onderzoek in De Standaard 29/07/2010) Lees hier verder

3.23 Zeven op tien ouders weten niet dat hun kind online gepest wordt.

Kinderen worden gepest via het internet. Dat gebeurt vaker dan ouders beseffen. Een op twee ouders van gepeste kinderen zegt dat zijn kind geen slachtoffer is. Een op zeven heeft er geen idee van. Dat blijkt uit een studie bij 23.420 kinderen tussen negen en zestien en hun ouders in vijfentwintig Europese landen. Lees hier verder

3.24. Cyberpesten neemt toe, vooral bij meisjes

Ruzies en vechtpartijen op scholen ontstaan steeds vaker op sites als Hyves, Facebook, MSN en Twitter. Vooral meisjes plaatsen berichten waarin ze elkaar uitschelden, uitdagen, beledigen en vernederen. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS langs middelbare scholen.

Schooldirecteuren krijgen bijvoorbeeld telefoontjes van ouders die zeggen dat hun kind niet meer naar school durft omdat het is bedreigd. De belangenorganisatie van middelbare scholen, de VO-raad, en de Vereniging van Schoolleiders bevestigen dat het probleem groeit. Volgens de organisaties ontstaat er steeds meer een straatcultuur en dringt agressie op internet de scholen binnen.

Twee weken geleden was er tussen leerlingen van drie scholen een massale vechtpartij op station Muiderpoort in Amsterdam. Ook die ruzie was ontstaan op populaire sociale netwerksites.   (http://www.rnw.nl 27/03/2010)

3.25.Digitaal pesten : de nieuwste feiten(maart 2011)

Uit onderzoek van CcaM, onderzoekscentrum jeugd en media Nederland komt naar voren dat een aantal veronderstellingen over digitaal pesten niet kloppen. Zo blijkt dat er nog vooral veel traditioneel gepest wordt; 35% van de respondenten geeft aan op school gepest te worden versus 17% op internet. Daarnaast wordt er helemaal niet veel anoniem digitaal gepest; 85% van de ondervraagde jongeren die aangaven digitaal gepest te worden wist door wie dat was gedaan. In de media is veel aandacht geweest voor pesten via gemanipuleerde foto’s en filmpjes. Uit het onderzoek blijkt dat pesten op internet veel gelijkenissen vertoont met traditioneel pesten; er wordt vooral beledigd, buitengesloten en geroddeld. Lees hier verder

3.26. Meer schade dan gedacht (HLN 08/08/2011)
Slachtoffers van cyberpesten lijden meer dan wie via traditionele kanalen gestalkt wordt, dat blijkt uit recent onderzoek. Ook komt dit gedrag vaak voor bij online dating. Lees hier verder

3.27. Facebook (HLN 22/11/2011)
Hoewel sociaalnetwerksites bedoeld zijn om in contact te blijven met je vrienden, wordt er ook veel virtueel gepest. Meer nog: door de technologische vooruitgang lopen jonge meisjes voortdurend het risico om gepest te worden. "Tieners hebben steeds meer manieren om elkaar uit te sluiten, 24 uur per dag", zegt de Britse communicatie-experte Jean Gross. Lees hier verder

3.28 Een op tien scholieren slachtoffer cyberpesten met foto's (december 2011 Bron De Standaard 02/11/2011)

Een op de tien leerlingen (10,1%) uit de derde graad van het secundair onderwijs is al ooit slachtoffer geweest van cyberpesten met foto's, 9,2 procent was ooit dader. Dat blijkt uit een onderzoek door Lieve Lembrechts van de Universiteit Hasselt waarbij 456 scholieren bevraagd werden. De resultaten staan gepubliceerd in het criminologenvakblad Panopticon.

Van 7,3 procent van de slachtoffers werden onbewerkte foto's verspreid, van 4,3 procent bewerkte. De meeste slachtoffers gaven aan dat ze weinig negatieve gevolgen ondervonden van deze vorm van cyberpesten. 75,7 procent vond de pesterijen niet erg en 97,6 procent was niet bang om terug naar school te gaan. "Hieruit mag evenwel niet besloten zijn dat de gevolgen van cyberpesten verwaarloosbaar zijn. Ander onderzoek toonde aan dat slachtoffers van pesterijen immers niet gauw zullen toegeven dat ze lijden onder het pestgedrag", aldus Lembrechts.
Slechts 8,4 procent van wie pestte met een onbewerkte foto en 15,7 procent van wie dat deed met een bewerkte foto stelt hiervoor een straf gekregen te hebben
In de meeste gevallen kennen dader en slachtoffer van deze vorm van cyberpesten mekaar. Respectievelijk slechts 5,6 en 17,5 procent van de slachtoffers van pesterijen met onbewerkte en bewerkte foto's kennen de dader niet. Als het gaat om een onbewerkte foto kent 14,6 procent van de daders het slachtoffer niet. Bij bewerkte foto's is het slachtoffer altijd bekend. In de helft van de gevallen gaan ze zelfs naar dezelfde school. Dit verklaart ook waarom leden van jongerenorganisaties en sportclubs vaker daders zijn dan bij andere gevallen van cyberpesten.

3.29 Onderzoek UAntwerpen (Bron De Standaard 20/11/2012)
Meer dan de helft van de jongeren (56,9 procent) reageert niet als ze getuige zijn van cyberpesterijen. Een op de vijf zegt niet tussenbeide te komen uit schrik zelf gepest te worden. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit Antwerpen. Lees hier verder

3.30. Overzichtsonderzoek van UAntwerpen
Zes jaar onderzoek naar cyberpesten in Vlaanderen, België en daarbuiten: een overzicht van de bevindingen. Lees hier het rapport van UAntwerpen (Bron : www.friendlyattac.be)

4. Cyberpesten in buitenlands onderzoek

Het Algemeen Dagblad meldde dat Brits onderzoek heeft uitgewezen dat ruim een kwart van de jongeren in dat land op elektronische wijze wordt gepest. Vooral sms blijkt populair onder de pestkoppen. 1000 kinderen werden door een stichting voor kinderbescherming ondervraagd. 16 procent van hen krijgt regelmatig bedreigende boodschappen via de mobiele telefoon. In 7 procent van de gevallen vindt het getreiter plaats via chatrooms en in 4 procent zijn e-mailberichten de boosdoener. Er wordt nu een nieuwe actie gestart om pesten tegen te gaan. De bestaande maatregelen besteedden tot nu toe geen aan "cyberpesten".(Algemeen Dagblad 17/04/2002)


Eén Fins kind op vier was al slachtoffer van cyberpesten schrijft het Laatste nieuws in november 2005. In Finland ontvangt een groot aantal kinderen tekstberichten of foto's die bedoeld zijn om hen te pesten of te bedreigen, zo blijkt uit een studie van de Finse organisatie Finnish Save the Children, die 17/11/2005 werd vrijgegeven. Ongeveer een op de vier kinderen tussen de 7 en 15 jaar zou al het slachtoffer geworden zijn van dergelijke praktijken. Cyberpesten komt In Finland vooral voor bij zeven- tot negenjarigen. In deze leeftijdsgroep ontving namelijk een derde van de kinderen dergelijke ongewenste berichten. Voor de studie werden 5.400 kinderen en jongeren ondervraagd, citeert de krant het Finse nieuwsagentschap STT. Kinderen die mobiele telefoons bezitten met ingebouwde camera nemen daarnaast vaak foto's die ze vervolgens op diverse websites posten. Ze zijn er zich echter vaak niet van bewust dat ze zo misschien inbreuken plegen op wetten ter bescherming van de privacy, vervolgt Finnish Save the Children, dat de ouders oproept hun kinderen op een goede manier te leren omgaan met hun mobiele telefoon. ( http://www.hln.be/  17/11/2005)

Pesten via de huistelefoon
In 2004 geeft 5% van de volwassenen aan te zijn lastig gevallen door kwaadwillige telefoontjes. Pesten via telefoontjes thuis kan zich richten op de volwassene, maar ook op de kinderen, of op het gehele gezin.  Pesten via de mobiele telefoon gebeurt vaker. Buitenlands onderzoek uit 2005 geeft aan waaruit o.a. blijkt dat bij kinderen/jongeren van 11-19 jaar:
14% last heeft van pesterijen via sms
1 op 10 aangeeft wel eens te zijn lastig gevallen door iemand die hem/haar met een mobiele camera bedreigt
73% weet wie de dader (‘bully’) is
28% dit aan niemand vertelt
31% dit niet doet omdat het volgens hem/haar dit geen probleem is
12% omdat er niemand is om aan te vertellen
11% denkt dat pesten toch niet te stoppen is
10% niet weet waar ze hulp kunnen vragen
Children’s Society, NCH, http://www.stoptextbully.com (Bron: CBS, 08-03-2005)


In 2003 deed National Children’s Home onderzoek bij 856 kinderen tussen 11-29 jaar in Groot-Britannië. In deze studie vond men dat
-16% had ooit gepest via mobiele telefoon of sms
-7% had gepest via chatrooms op internet
-4% via email
Van de groep die ooit het slachtoffer van cyberpesten was geweest had 69% het verteld aan iemand:
-42% aan sommige vrienden
-32% aan de ouders
-14% aan broers of zussen
-12% aan leerkrachten
-7% aan de politie
http://www.nch.org.uk/

In 2004 gebeurde een studie door Ybarra & Mitchell. Ze interviewden 1500 regelmatige internetgebruikers tussen 10 en 17 jaar. Daarvan was 19% betrokken geweest in online agressie in het afgelopen jaar.
-4% alleen als slachtoffer
-12% alleen als agressor
-3% als slachtoffer en als agressor
-Slechts 31% wist wie de persoon was die hen cyberpestte
-55% was meer dan één keer door dezelfde persoon gepest (16% meer dan 4 keer)
-Een derde van diegenen die online gepest werden, rapporteerden zich emotioneel zeer gestresseerd te voelen door het gepest.
(Ybarra & Mitchell, 2004)

De politie in Schotland is geschokt door resultaten van onderzoek van juli 2005: de helft van de Schotse kinderen chat over seks. Een ander opmerkelijk gegeven is dat 80% van de kinderen zegt zelf meer behoefte te hebben aan bescherming. De politie van Strathclyde informeert nu zelf ouders via een website.
53% van de kinderen praat online over seks
49% van de kinderen heeft ervaring met seks-chats via openbare seksboxen
1 op de 7 ouders heeft geen idee wat hun kinderen online uitspoken
75% van de kinderen heeft dingen onder ogen gekregen waardoor ze zich onprettig voelden
2 op de 5 kinderen heeft gewelddadige voorstellen gezien
1 op de 3 kinderen heeft geen idee van de risico's van het gebruik van Internet
80% van de kinderen zegt zelf meer behoefte te hebben aan bescherming tegen ongewenste personen, informatie en beelden via Internet
www.strathclyde.police.uk

Onderzoek van Kowalski & Limber in 2005. Deze deden onderzoek bij 3700 studenten tussen 12-16 jaar in de VS. Gemiddeld 18% gaf aan gepest te worden via cyberweg.
-25% van de meisjes en 11% van de jongens was minstens één keer slachtoffer van cyberpesten
-13% van de meisjes en 9% van de jongens had op zijn minst één keer iemand gepest via digitale weg
-12% van de meisjes was soms tot vaak bang om gecyberpest te worden.
-4% van de jongens gaf toe soms tot vaak bang te zijn om gepest te worden via digitale weg
-de piekleeftijd waarop het meest gecyberpest werd, was 13 jaar
Meest opvallend was dat gender in dit onderzoek heel typerend was voor het pestgedrag. Op de speelplaats en schoolgangen zijn het de jongens die de grootste pestkoppen zijn, op het internet en via GSM zijn het meisjes die de grootste pesters zijn. Op 13 jarige leeftijd gaf één op drie meisjes (33%) aan dat ze de voorbije maanden online gepest werden, tegenover 10% van de jongens. Op het internet kan je gelijk welk masker dragen. Die anonimiteit maakt dat er heviger en wreder wordt gepest dan bij lijfelijk contact. Psychologische terreur kan dan nog erger worden dan een tik of mep.
Welke methodes van cyberpesten werden gebruikt ?
-58% was slachtoffer via Instant Messaging zoals bijvoorbeeld MSN Messenger
-28% werd geplaagd via een chatroom
-20% werd gepest via een website
-19% werd gepest via e-mail
-14% werd gepest via sms’jes
-14% werd geplaagd op alle andere manieren
Wie waren de daders?
-46% werd gepest door een andere leerling op school
-38% wist niet wie hem of haar cyberpestte
-34% werd gepest door een vriend(in)
-32% werd geplaagd door een ‘vreemde’
-16% werd geplaagd door broer of zus
Van degenen die gecyberpest werden, ging 23% op zijn/haar beurt online pesten.
(Kowalski & Limber, 2005)


Qing Li van de University of Calgary Canada publiceerde in oktober 2005 een rapport omtrent een bevraging van 177 zevende graadsleerlingen. Haar resultaten toonden aan dat 54% van de leerlingen slachtoffer waren geweest van klassiek pesten en dat 25% van alle leerlingen al met cyberpesten te maken had gehad. Bijna één op drie had zelf gepest in de klassieke vorm en 15% had reeds gepest gebruik makend van de elektronische communicatiemiddelen. Van de slachtoffers waren 60% meisjes terwijl bij de cyberpestkoppen 52% jongens waren. De meeste slachtoffers van cyberpesten noch diegenen die op de hoogte waren van het cyberpesten hadden daarvan niets gemeld aan volwassenen.
Het bleek verder uit onderzoek dat de vorm die het cyberpesten aanneemt verschilt volgens leeftijd en geslacht. Jonge meisjes (11-14 jaar) pesten elkaar vooral via msn of via emails. Oudere meisjes posten anonieme boodschappen op forums, chatboxen of haatwebsites. Ze pesten elkaar ook meer via het versturen van pestsms’jes. Jongens tussen 11-14 jaar bezondigen zich vooral in het trukeren van foto’s, terwijl oudere jongens dan weer volledige websites ontwikkelen en daarbij dikwijls seksueel-erotische getinte pestactiviteiten ontwikkelen, door bijvoorbeeld foto’s van gehate meisjes te manipuleren of opgenomen filmpjes met een webcam of gsm met camera door te sturen. Bij oudere jongens komt ook het relationele aspect meer naar boven. Ze worden afgewezen door een meisje en gaan haar dan maar cyberpesten. Het gaat hier uiteraard over algemene tendensen, want uit de meeste onderzoeken blijkt dat alle vormen van cyberpesten op alle leeftijden voorkomen. Jongens zijn meestal beter thuis in gecompliceerde internet- en computertoestanden en je merkt dat hun cyberpestgedrag extremer is. Ruim 60% van de slachtoffers zijn meisjes, wat aangeeft dat het fenomeen van cyberpesten meer voorkomt bij meisjes dan bij jongens. Jongens maken meer gebruik van het klassieke pesten terwijl meisjes zoeken naar wegen waar ze net zo goed kunnen pesten zonder sterk, sportief of groot te zijn.

Meer dan 10 procent Engelse kinderen gepest via internet. Pestkoppen gebruiken het internet steeds vaker om andere kinderen buiten de school te terroriseren, aldus een recent Engels onderzoek van MSN/YouGov onder 518 kinderen en ouders. Meer dan 10 procent van de Engelse tieners zeggen dat ze wel eens online gepest zijn en 24 procent kent iemand die zo gepest is. De helft van de ouders van de kinderen heeft geen idee van het online-pestgedrag. Bovendien zijn kinderen terughoudend in het vertellen dat ze gepest worden, omdat ze bang zijn dan niet meer op de computer te mogen. (Bron:  http://news.bbc.co.uk/ 15/03/2006)


Research 1 in 2 victims suffer. Embarrassing personal photos and videos circulating in the Internet: researchers at Bielefeld University have discovered that young people who fall victim to cyberbullying or cyber harassment suffer most when fellow pupils make them objects of ridicule by distributing photographic material. According to an online survey published on Thursday 19 July, about half of the victims feel very stressed or severely stressed by this type of behaviour. 1,881 schoolchildren living in Germany took part in the survey conducted by the Institute for Interdisciplinary Research on Conflict and Violence (IKG) and commented on their experiences with cyberbullying as a victim, offender or witness. Lees hier verder