|
Algemeen
Inleiding
Wat is pesten
Wat is digitaal pesten
Vormen van cyberpesten
Profiel van de dader
Profiel van het slachtoffer
Gevolgen van cyberpesten
Wat maakt cyberpesten zo populair
Onderzoeksgegevens
Preventie
en begeleiding
Hoe als hulpverlener helpen
Beschermen tegen cyberpesten
Cyberpesten en school
Volwassenen
Cyberpesten op het werk
Cyberstalken
Leerkrachten cyberpesten
Educatief materiaal
Info over bestaand materiaal
Zelf ontwikkeld materiaal
Aanverwante onderwerpen
Andere internetgevaren
Gevaar van spelletjes
Links naar andere
websites
Nederlandstalig
Engelstalig
Divers
Contact
Zoeken op deze site
Discussieforum
Cyberpesten en media(blog)
Disclaimer & copyrights
© Gerard Gielen Hasselt |
Divers onderzoek naar
(cyber)pesten
1.
Inleiding
Om gefundeerd over
cyberpesten te kunnen spreken is het nodig te kijken naar coïncidentie
van het gegeven. In dit onderdeel worden de onderzoeksgegevens die we
vonden opgedeeld in drie groepen : vooreerst krijgt u een aantal
onderzoeksgegevens over pesten in het algemeen, vervolgens vermelden we
een een hele reeks Nederlandstalige onderzoeken (Vlaanderen en
Nederland) om te eindigen met buitenlandse onderzoeksresultaten.
2. Algemeen onderzoek over pesten
2.1. Wereldgezondheidsorganisatie 2004
Kim Herbots &
Nathalie Carpentier brengen in de krant De Morgen(midden 2004) verslag
uit omtrent een grootschalig onderzoek van de
wereldgezondheidsorganisatie. Daaruit blijkt dat één op vijf Vlaamse
tienerjongens een echte pestkop is. Een op de vijf Vlaamse
vijftienjarige jongens geeft immers toe op school frequent
medeleerlingen te pesten en bijna de helft zegt de afgelopen tijd
minstens een keer gepest te hebben. Opvallend is dat hoe ouder kinderen
worden, hoe meer ze pesten. Het blijkt uit een studie van de
Wereldgezondheidsorganisatie over de fysieke en psychische
gezondheidstoestand van meer dan 162.000 jongeren tussen elf en vijftien
in 35 landen. Daarmee staat Vlaanderen in de toptien van landen waar
veel gepest wordt. Tenminste wat de jongens betreft. Meisjes scoren met
7,9 procent pestkoppen een stuk beter. Ook in Wallonië lijkt pesten niet
zo'n groot probleem: net geen zestien procent van de jongens laat weten
de afgelopen maanden minstens twee à drie keer per maand gepest te
hebben. Waalse meisjes treiteren met tien procent dan weer meer dan hun
Vlaamse leeftijdgenootjes. Er mogen dan al minder pestkoppen in Wallonië
zijn, ze gaan grondiger te werk. Bijna vijftien procent van de Waalse
vijftienjarigen geeft aan de laatste maanden regelmatig gepest te zijn.
In Vlaanderen is dat 8,5 procent.
De cijfers stijgen met de leeftijd. Zo zegt 14 procent van de Vlaamse
jongetjes van elf jaar vaak te pesten. Op dertien is dat percentage al
gestegen tot meer dan 16 procent. Dat is een trend die in zowat alle
landen merkbaar is. Kinderen laten het niet altijd bij pesten alleen.
Bijna vier op de tien elfjarigen vertellen de laatste maanden regelmatig
een robbertje gevochten te hebben. Dat aantal daalt met de leeftijd maar
tegen de tijd dat ze vijftien zijn, zegt toch nog een op de vijf op
korte tijd verschillende malen betrokken te zijn geweest in een
vechtpartij. Meer dan de helft van de puberjongens heeft het afgelopen
jaar geknokt. Bij de meisjes bedraagt dat aantal ook nog 22 procent.
Nergens wordt er onder elfjarigen zoveel geduwd en getrokken als bij de
Waalse jongens: met 69 procent voeren zij de landenlijst aan. Globaal
bekeken is Litouwen het minst leuke land om naar school te gaan. Behalve
de ene lijst die aangevoerd wordt door Wallonië scoren zij overal het
slechtst. Zo is de helft van de vijftienjarige jongens er een
geroutineerd pester. (De Morgen 05/06/2004)
2.2. Onderzoek nav de Pesten-dat-kan-niet-prijs (2005)
Dirk Van Damme,
kabinetschef van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming
Frank Vandenbroucke citeerde op de zesde uitgave van de uitreiking van
de Pesten-dat-kan-niet-prijs (april 2005) uit algemene cijfers omtrent
pesten. Zo bleek volgens hem uit onderzoek dat
• In Vlaamse scholen gemiddeld één kind op de vijf wordt gepest. Het
gaat om bijna 1 op de 4 (23%) van alle leerlingen uit het lager
onderwijs en 1 op de 7 (15%) van alle leerlingen uit het secundair
onderwijs. In het totaal 155.000 kinderen. Pesten komt het vaakst voor
bij kinderen tussen 10 en 14 jaar. Ten minste 1 kind op de 20 krijgt
wekelijks tot zelfs dagelijks met pesterijen af te rekenen.
• Het aantal pestkoppen ligt ook behoorlijk hoog. 15.9 % van de kinderen
in het basisonderwijs en 12.3% van de jongeren in het secundair
onderwijs pest andere leerlingen.
• Gemiddeld telt daarmee elke Vlaamse klas een leerling die pest en een
leerling die gepest wordt.
• Cijfers wijzen uit dat jongens meer pesten dan meisjes. Jongens doen
dat veeleer op een directe manier: uitschelden, pijn doen, eigendommen
van leerlingen beschadigen ... Meisjes pesten minder vaak en geven de
voorkeur aan indirecte pesterijen, zonder dat het tot een zichtbaar
treffen komt: roddelen, uitsluiten, leugens rondstrooien, venijnige
opmerkingen maken …
• De pesterijen vinden in iets meer dan de helft van de gevallen plaats
in de eigen klasgroep, vooral op ogenblikken dat de groep min of meer
ontsnapt aan het toezicht van volwassenen, bijvoorbeeld tijdens het
speelkwartier en de middagpauze.
Pesten gebeurt meer en meer buiten de schoolpoort. In de buurt van de
school en op weg naar huis, en sinds enige tijd ook via gsm en pc.
Cyberpesten heeft de voorbije jaren z’n kop opgestoken. Het is
laagdrempelig, onpersoonlijk en vaak anoniem. Er zijn niet noodzakelijk
getuigen.
2.3. Pesten ligt gevoelig
Een onderzoek naar pesten op school
bij hoogsensitieve kinderen en adolescenten Scriptie van Depamelaere Ann-Sophie
Iedereen is wel op de een of andere manier bekend met het
fenomeen “pesten op school”. Tegenwoordig wordt er veel
media-aandacht aan besteed en nog anderen hebben
persoonlijke ervaringen met pesten. Vaak gaat men ervan uit
dat kinderen die gepest worden enkele typerende kenmerken
bezitten. Een algemeen aanvaard kenmerk van de slachtoffers
van pesterijen is hun sensitieve en stille manier van doen
(Vergeer, 2008). Hierbij kunnen we ons afvragen of er een
link bestaat met de karaktertrek “hooggevoeligheid”. Hebben
hoogsensitieve kinderen meer kans om gepest te worden dan
niet hoogsensitieve kinderen? In dit artikel gaan we dieper
in op het verband tussen pesten en hoogsensitiviteit en
bespreken we een uniek onderzoek hieromtrent.
Hoogsensitiviteit: alweer een nieuw
begrip?
Hoogsensitiviteit is geen nieuw
uitgevonden begrip maar een begrip dat nog steeds vaak
verkeerd begrepen wordt. De beroemde psychiater Carl Jung
(1851-1961) maakte in de 19de eeuw al een onderscheid tussen
de sensitieve en de niet-sensitieve persoonlijkheid. Later
voerde Elaine Aron wetenschappelijk onderzoek naar
hoogsensitiviteit. Hoogsensitiviteit is geen ziekte maar een
karaktertrek die bij 10 tot 15% van de bevolking voorkomt.
Hoogsensitieve kinderen hebben een zenuwstelsel dat
bijzonder goed en intensief werkt. Dit zorgt ervoor dat ze
heel wat prikkels waarnemen die de meeste kinderen niet eens
opmerken. Ze zijn zich heel sterk bewust van andermans
gevoelens en zijn ook zelf heel gevoelig. Hun grote empathie
zorgt ervoor dat ze sterker geraakt worden door het lijden
van anderen. Deze kinderen hebben intense emotionele
reacties, wat hen een geliefd slachtoffer voor pesterijen
maakt. In de literatuur is het opvallend dat heel wat
kenmerken die toegeschreven worden aan gepeste kinderen
overeenkomen met het persoonlijkheidskenmerk hooggevoelig.
Daarnaast wordt HSP Vlaanderen, de Vlaamse vereniging voor
hooggevoelige personen, vaak geconfronteerd met
hooggevoelige kinderen en adolescenten die gepest worden.
Hieruit ontstond het idee om door middel van onderzoek na te
gaan of deze kinderen vaker gepest worden omwille van hun
gevoeligheid. Onze onderzoeksvraag gaat na of er een verband
bestaat tussen hooggevoeligheid en pesten op school bij
kinderen en adolescenten. Gezien er hierover nog geen
onderzoek bekend is, willen we benadrukken dat dit dus een
eerste verkennend onderzoek is dat uniek is voor België.
Resultaten
Er werden 2 vragenlijsten gebruikt voor
dit onderzoek, namelijk de Bully Victim Questionnaire en de
HSP-schaal. Beide vragenlijsten werden samengevoegd tot 1
geheel. Er bestaat een HSP-schaal voor kinderen en
volwassenen. De HSP-schaal voor kinderen werd gebruikt voor
de leeftijd tot 12 jaar en de HSP-schaal voor volwassenen
werd gebruikt vanaf 13 jaar. Dankzij de medewerking van HSP
Vlaanderen, het Vrij CLB Regio Gent vestiging Marialand en
de sociale netwerksite Netlog konden er 74 vragenlijsten
verzameld worden. Daarvan hadden 54 kinderen (32 meisjes, 22
jongens) ooit te maken gehad met pesten. De leeftijd
varieerde van 9 tot 18 jaar.
Uit de analyse van de antwoorden op de
vragenlijsten bleek dat 64,81% van de kinderen op de
speelplaats gepest worden of ooit gepest werden. Daarnaast
bleek verbaal pesten het meest voor te komen, namelijk bij
51% van de kinderen. Deze resultaten werden al gevonden in
eerder wetenschappelijk onderzoek van Pontzer (2010).
Naast de analyse van de vragenlijsten
werden ook 2 statistische toetsen gebruikt. Zo werd er een
Chi-kwadraat toets uitgevoerd om na te gaan of er een
verband bestaat tussen pesten en hooggevoeligheid. Alle
gegevens werden met het statistisch programma SPSS 17
verwerkt. Uit de analyse bleek dat er een duidelijk verband
bestaat tussen pesten en het persoonlijkheidskenmerk
hooggevoelig (c² (9)= 19.157, pc.05). In de literatuur
konden we al eerder een link leggen maar nu wordt dit ook
bevestigd door ons onderzoek. Hooggevoelige kinderen en
adolescenten bezitten heel veel positieve kwaliteiten die
lijken uitgebuit te worden bij pesten. Aanvullend op deze
resultaten besloten we nog om na te gaan of er bepaalde
items op de HSP-schaal kenmerkend waren voor gepeste
kinderen. Dit werd berekend met een logistische regressie.
Dit is een statistische methode die gebruikt wordt om een
voorspelling te maken wanneer je werkt met variabelen die je
kan onderverdelen in categorieën. Uit deze resultaten
concludeerden we dat het gebruikte model significant was (c²
(48)= 79.21, p= <.01, Nagelkerke R²=1). Item 12, 15 en 20
van de HSP-schaal bleken kenmerkend te zijn voor gepeste
kinderen. Anders gesteld: indien een leerling gepest wordt,
kunnen we voorspellen wat ze op de significante items van de
HSP-schaal zullen antwoorden. Kinderen die ooit het
slachtoffer waren geweest van pesten of dat nog steeds zijn,
antwoordden op deze items significant steeds ja. Item 12
werd als volgt omschreven in de vragenlijst voor
adolescenten: “Ik voel me opgejaagd als ik veel moet doen in
korte tijd” en bij kinderen: “Ik wil me verkleden als mijn
kleren nat of zanderig zijn geworden”. Item 15 bij wordt als
volgt omschreven bij kinderen “Als anderen blij, boos of
verdrietig zijn dan zie ik dit snel” en bij adolescenten:
“Ik doe erg mijn best om te voorkomen dat ik fouten maak of
dingen vergeet”. Uiteindelijk hebben we nog item 20 bij
kinderen: “Ik zie het als iets van plek veranderd is of als
iemand andere kleren heeft” en bij adolescenten: “Ik heb een
neus voor delicate geuren, smaken, geluiden en kunstwerken
en geniet daarvan”. Deze items zijn kenmerkend voor gepeste
kinderen en adolescenten.
Slotconclusies
Samenvattend kan gezegd worden dat deze
studie uitwijst dat er duidelijk een verband bestaat tussen
hooggevoeligheid en pesten. Dergelijk onderzoek kan o.a. een
meerwaarde zijn voor preventie. De leerkrachten correct
informeren over hoogsensitiviteit kan hierin een eerste stap
zijn. Steeds meer leerkrachten scholen zich bij wat betreft
hoogsensitiviteit. Desondanks is hoogsensitiviteit bij het
grootste deel van de leerkrachten nog onbekend. Daarnaast
was het ook opmerkelijk dat het merendeel van de leerlingen
op de speelplaats gepest wordt. Hierdoor kunnen we ook
opteren voor meer en/of beter toezicht op de speelplaats.
Activiteiten organiseren tijdens de speeltijden is ook een
optie om te voorkomen dat kinderen gaan pesten uit
verveling. Deze onderzoeksresultaten geven ons een volledig
andere kijk op hoogsensitiviteit in Vlaanderen. Uiteraard is
verder onderzoek vereist.
Gebruikte bronnen:
Pontzer, D. (2010). A Theoretical Test
of Bullying Behavior: Parenting, Personality, and
the Bully/Victim Relationship. Journal
of family violence, 25(3), 259-273.
Vergeer, L. (2008). Multilevelanalyse
van de effecten van verdedigergedrag van vrienden
en klasgenoten op slachtofferschap van
pesten. (ongepubliceerde Master scriptie).
Universiteit Utrecht, Utrecht,
Nederland.
Een onderzoek naar pesten op school bij hoogsensitieve kinderen
en adolescenten.pdf
3. Cyberpesten binnen Nederlandstalig onderzoeksgebied
3.1. Vereniging openbaar onderwijs Nederland (2001)
Na mobbing,
stalking, bullying en steaming is er nu ook cyberpesten: pesten via
nieuwe media als internet, sms- en emailberichten. LOL (Laughing Out
Loud) ten koste van de ander. De catalogus van grensoverschrijdend
gedrag - waarbij de ene mens of een groep mensen de andere tot object
van zijn eigen willekeur maakt - is weer uitgebreid.
Volksvertegenwoordiger Jan Roegiers die in het Vlaams Parlement in 2001
hierover reeds vragen stelde aan ministers Bert Anciaux en toenmalig
minister van onderwijs Marleen Vanderpoorten meldde dat een vijfde van
de ondervraagde kinderen (jonger dan 13) en een derde van de jongeren
(van 13 tot 18) in een beperkte Nederlandse steekproef door de
Vereniging Openbaar Onderwijs, De Kinderconsument en Surfkids zei al
eens slachtoffer te zijn geweest van cyberpesterij. 15 procent gaf toe
al eens iemand elektronisch te hebben gepest, soms van op een
schoolcomputer. Werkelijk pesten wordt het als het slachtoffer met hate
mail en vieze sms'jes wordt gestalkt. (Klasse, 2001)
Volgens Rogiers krijgt in Groot-Britannië een kwart van alle jongeren
met cyberpesten te maken.
De Standaard berichtte dat volgens cijfers van de federale politie in
2004 elke dat tot 65 scholieren het slachtoffer waren van steaming. Het
afpersen in groep van jongeren gebeurt meestal door leeftijdgenoten. De
afpersers dreigen ermee hun slachtoffers in elkaar te slaan als ze hun
zakgeld, gsm, mp3-speler, schoenen, fiets tot zelfs bromfiets niet
afgeven. Een groot deel van de afpersingen gebeurt via sms of via
internet. (De Standaard 23/11/2005)
3.2. Planetinternet onderzoek (2004)
Kinderen kunnen via
internet ongeremd pesten. Online pesten is anoniem en bovendien
grappig.In november 2004 deed de website www.planet.nl een onderzoek.
Planet Internet en marktonderzoeksbureau Qrius ondervroegen 500 jongeren
tussen de 11 en 15 jaar over online pesten. Van hen zei dertig procent
dat zij zich daaraan schuldig maakten.
Twaalf procent van de tieners tussen de elf en vijftien jaar werd gepest
via internet. Ingrijpen is lastig, want driekwart van de jongeren geeft
aan dat ze niet aan hun ouders of leraren vertellen dat ze gepest
werden. Kinderen die pesten stuurden meestal een anonieme e-mail of
scheldden via mail, chatbox of de msn messenger, een chatprogramma. Ze
verblijdden iemand met virussen, kraakten homepages en mailadressen, of
zetten foto’s met ’vervelende’ teksten op het net.
Uit dit onderzoek bleek wel dat kinderen het schelden via de digitale
kanalen vaker als geintje zien dan schelden in de echte wereld. Maar
soms beseften ze toch de impact niet die het kan hebben.
''Ja, ik scheld wel per msn, dan zeg ik vuile slet of zo, maar dat is
voor de grap,'' bekende een vijftienjarige jongen. Schelden per e-mail
of MSN wordt door 12 procent van de kinderen als grap gezien. Ook iemand
laten schrikken, een foto van het doelwit op internet zetten en
homepages hacken zijn pesterijen waar kinderen zich vaker schuldig aan
maken. ( www.nu.nl 01-02-2005).
Tieners durven via internet eerder ander taalgebruik te hanteren dan in
de ‘normale’ wereld bevestigt het onderzoek. Kinderen komen met
chatprogramma’s als MSN in contact met andere leeftijdgenootjes. De taal
die dan wordt gebruikt, is vaak gedurfder. Een derde van de ondervraagde
tieners geeft toe liever ‘online’ te pesten dan ‘live’. Een 11-jarige
respondent zegt: “ Ik durf meer met MSN, je bent niet bij hem en hij kan
je niet in elkaar slaan. Het feit dat niemand je iets kan doen en ouders
of leraren vaak geen weet hebben van de pesterijen, zorgt ervoor dat
kinderen ongestoord hun gang kunnen blijven gaan.
Elkaar ‘oog in oog’
uitschelden, vindt nog maar 7 procent grappig. Kinderen die niet aardig
worden gevonden, krijgen van een 11-jarige respondent teksten
toegestuurd zoals ‘rotzak’ of ‘I’m gonna kill you tonight’. Hoe lollig
tieners hun pestgedrag zelf ook mogen vinden, 82% van de ontvangers van
de pijnlijke teksten ervaarden de pesterijen als gemeen en kwetsend. Het
opzettelijk toesturen van een computervirus vond 86 procent absoluut
geen grap, maar erg kwetsend.
Vooral onaardige teksten over familie, vrienden of uiterlijk werden als
zeer kwetsend beschouwd.
Verder leert ons het onderzoek dat jongeren over het algemeen goed weten
om te gaan met de online pesterijen.
Pestmailtjes worden
direct verwijderd en pestende MSN-gebruikers worden in het chatprogramma
geblokkeerd. Uit het onderzoek van Qrius en Planet Internet blijkt
verder ook dat bij online pesten minder vaak wordt ingegrepen door
ouders of leraren dan in het werkelijke leven. ‘Bij online pesterijen
grijpt 43 procent van de ouders en leraren in, terwijl in het echte
leven dit 86 procent is. “Een kind op school kan naar de juf gaan, als
je pest via internet gebeurt dat niet”, aldus een 13-jarige. Van alle
tieners die wel eens online zijn gepest, nam 56% zijn vrienden in
vertrouwen. Daarnaast vertelde ruim een derde van de kinderen het tegen
zijn ouders. Toch blijkt dat er weinig over het onderwerp wordt
gesproken. Bijna driekwart van de tieners geeft aan dat pesten via
internet niet een onderwerp is waar ze met ouders of leraren over
praten.’ (www.pestweb.nl 01/02/2005)
3.3. Ouders willen meer informatie over internet (Onderzoek Planet
Internet 2004)
Zijn ouders voldoende betrokken op wat zich allemaal op het internet
afspeelt ? Een ander onderzoek van www.planetinternet.nl uit 2004 bij
ouders met kinderen tussen 8 en 12 jaar vertelt dat ouders maken zich
zorgen over ongewenste ervaringen van hun internettende kinderen. Zij
tonen zich zeer betrokken bij het begeleiden van hun kinderen op
internet maar voelen zich vaak onmachtig of te onbekend om de juiste
maatregelen te nemen. Een aantal neemt wel veiligheidsmaatregelen zoals
het installeren van filters en virusscanners maar vaak zijn ze niet op
de hoogte van wat allemaal mogelijk is. De grootste zorg van ouders
betreft de seksuele toenadering van kinderen via internet. Hoe kinderen
daartegen beschermd kunnen worden, is hen onvoldoende bekend. Bijna de
helft van de ouders heeft daarom behoefte aan meer informatie om hun
kinderen goed te kunnen begeleiden op internet. Maar liefst 80% van de
ouders maakt zich enigszins tot veel zorgen over ongewenste ervaringen
die hun kinderen op internet kunnen opdoen. Hun grootste zorg betreft
seksueel georiënteerde toenaderingen van vreemden. Bijna negen op de
tien ouders zijn bang voor blootstelling aan pornografische
afbeeldingen, pedofielen die contact zoeken en seksuele intimidatie.
De zorgen van ouders zijn niet ongegrond vertelt het onderzoek verder.
Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de internettende kinderen wel
eens iets vervelends meemaakte. Meer dan 50% ontving hinderlijke spam of
kreeg wel eens pornografische afbeeldingen te zien. Ook grof taalgebruik
en een agressieve benadering kwamen regelmatig voor. Een op de drie
kinderen had hier last van. Sommige ouders namen hiervoor de nodige
technische veiligheidsmaatregelen. Ze blokkeren bepaalde sites (35%),
bekijken van tijd tot tijd de historie van de browser (49%) en gebruiken
filterprogramma's (25%). Deze maatregelen nemen hun grootste bezorgdheid
echter niet weg. De helft van de ouders geeft daarom aan meer informatie
te willen over veilig internetten om hun kinderen goed te kunnen
begeleiden. Uit het onderzoek blijkt vooral dat ouders niet volledig op
de hoogte zijn van wat hun kinderen op internet doen. Kinderen kijken
bijvoorbeeld vaker rond op internet dan hun ouders denken (57% versus
38%). Ook internetten zij vaker zonder toezicht dan hun ouders denken:
vier op de tien kinderen internetten zonder dat hun ouders dat weten en
ruim de helft wel eens buitenshuis. Een kwart van de kinderen internet
bijna nooit samen met een ouder. (www.planet.nl
)
3.4. Ouders willen meer info : internetprovider Wanadoo (2005)
Een gelijkaardig
onderzoek van een andere internetprovider Wanadoo in juni 2005 stelt dan
weer dat ouders eerder laconiek zijn over internetgebruik van hun
kinderen. Ze denken dat het veilig is, schatten de risico's laag en
denken dat ze zelf goed op de hoogte zijn. Bovendien menen ze dat ze
alles in de hand hebben en vertrouwen ze hun kinderen, als die zich op
de digitale snelweg begeven, concludeert onderzoeker P. Sikkema na een
enquête in opdracht van internetaanbieder Wanadoo
Van de ondervraagde vaders en moeders maakt 64 procent zich nergens
zorgen over. De andere groep van ouders hun kinderen ontmoedigde of
verbood om bepaalde sites te bezoeken. Het gaat hierbij vooral om
pornografische of gewelddadige sites. Een op de vijf Nederlandse ouders
heeft een filter op de computer geïnstalleerd om bezoek aan gewelddadige
- of sekssites te voorkomen. (www.surfopsafe.nl)
3.5. Kinderconsument Nederland (2003)
Onderzoek in de
zomer 2003 door de Kinderconsument (Nederland) i.s.m. Surfkids leverde
volgende bevindingen op :
98% van de kinderen in Nederland gebruikt internet. 88% zit elke dag
thuis op internet.
1 op de vijf kinderen en 1 op de 3 jongeren wordt wel eens gepest via de
email of sms
2% van de kinderen en 3% van de jongeren zegt zelf wel eens te pesten
via mail of sms.
1 op de 5 kinderen / jongeren die chatten hebben last van pesten en
schelden in de chatbox.
1 op de 10 kinderen / jongeren krijgen te maken met seksuele
toespelingen tijdens het chatten.
18% van de 14 jarigen heeft wel eens tijdens het chatten zijn
telefoonnummer aan een ander gegeven. Voor één op de vijf kinderen
volgde hierna een vervelende ervaring.
Onderzoek van Qrius, januari 2005 leert verder dat 4 op de 10 kinderen
zegt dat pesten via internet in hun klas voorkomt. Een kleine 30% zegt
dat zijn/haar vrienden/-innen wel eens via internet pest.
Ongeveer 15% zegt zelf wel eens via internet te pesten waarbij 12% van
de kinderen aangeeft zelf wel eens het slachtoffer te zijn. Slachtoffers
zijn vaker meisjes dan jongens. Meer dan driekwart van de ondervraagde
kinderen/jongeren weet wie de dader is. Als ze slachtoffer zijn
vertellen de kinderen dit aan: vrienden (56%), ouders (37%), leerkracht
(24%). De gepeste kinderen reageren als volgt: ze pesten terug (een
derde), ze nemen een ander e-mailadres (19%), ze nemen andere
maatregelen, zoals het blokkeren van de pester (13%) (www.pestenislaf.nl)
3.6.Onderzoek van Action Innocence (2005)
Een derde van de
Vlaamse kinderen surft naïef. In Vlaanderen is begin sept. 2005
onderzoek gedaan naar Internetervaring van kinderen door de Universiteit
Gent en Action Innocence bij 1700 kinderen tussen 9 en 14 jaar op 79
Vlaamse scholen. De resultaten verschijnen deze week in het
onderwijsblad Klasse. Action Innocence stapt met een preventiecampagne
naar de Vlaamse scholen. De resultaten zijn vergelijkbaar met
onderzoeken in Nederland: kinderen komen op Internet porno of geweld
tegen, wat ze vervelend vinden. Meestal chatten ze met vrienden, maar 1
op de 4 chat ook met onbekenden (in de veronderstelling dat het
leeftijdgenoten zijn en meestal is dat ook zo), en ze zitten veel op
Internet. Niet alleen voor school, maar ook omdat ze het leuk vinden.
Twee op de drie kinderen is zich bewust van de gevaren. Een derde surft
dus nog redelijk naïef. Opmerkelijk: Bijna één op zes leerlingen geeft
zijn leeftijd, e-mailadres, foto, thuisadres enz. aan jan en alleman
door, zonder zich daar vragen bij te stellen. Jongens zijn daar meer
onbezonnen in dan meisjes, maar ze doen het allebei. Minder opmerkelijk:
Kinderen die thuis gehoord hebben over de risico's van dit soort
openhartig gedrag, zijn zich ook meer bewust van de gevaren. Ze gedragen
zich daar ook naar en zijn meer geneigd om hun ouders iets te vertellen
over onprettige ervaringen. Tweederde van de kinderen gedraagt zich als
bewuste Internetgebruikers. Een derde surft nog naïef
Internet is stevig ingeburgerd. 75 % van de Vlaamse leerlingen tussen 9
en 14 jaar gebruikt internet één of meer keren per week, 40 % zelfs
bijna elke dag. Slechts 4 % gebruikt nooit internet.
- Ruim de helft van de leerlingen gebruikt internet voor schoolwerk, om
informatie op te zoeken en te downloaden en om te e-mailen. Ongeveer 60
% speelt online spelletjes of gaat chatten.
- Bijna één op drie leerlingen chat elke dag en nog eens één op vier
chat één of meer keren per week. Driekwart van de leerlingen kent
iedereen met wie hij online babbelt. Meestal zijn dat klas- of
leeftijdgenoten. Eén op vier chat dus ook met vreemden. Dat doen vooral
de jongste leerlingen.
-Kinderen chatten meer naarmate ze ouder worden. - Eén op vijftien
leerlingen heeft al eens persoonlijk afgesproken met iemand die hij/zij
via internet leerde kennen. Sommigen doen dat in hun eentje, zonder dat
hun ouders op de hoogte zijn.
- 41 % van de kinderen werd al eens gechoqueerd door iets dat ze zagen
op het web, meestal porno of geweld. 72 % vertelde dat aan iemand, 28 %
zweeg erover. Hoe ouder leerlingen zijn, hoe vaker ze al gechoqueerd
werden.
- 13 % van de jongens en 20 % van de meisjes voelden zich al bedreigd.
Het is een internationaal fenomeen, dat bevestigd wordt door onderzoek
in de buurlanden.
- 65 % van de kinderen is zich bewust van de gevaren die het web met
zich meebrengt. Vooral oudere kinderen hebben dat besef. Ze spreken over
porno en geweld, stalkers, plunderaars van bankrekeningen, hackers en
computervirussen. Omgekeerd betekent dit dat één op drie zich van geen
gevaar bewust is.
- Het gevaar schuilt meer in huis dan men denkt. Negen kinderen op tien
gebruiken thuis internet. Bij 47 % daarvan staat de internetcomputer in
de woon- of eetkamer. Daar hebben ouders zicht op. Maar bijna 39 %
surft, gamet en chat in een aparte ruimte en bijna 19 % van de kinderen
heeft een internet-pc in zijn eigen slaapkamer. Daar is weinig of geen
toezicht.
- Bijna één op zes leerlingen geeft zijn leeftijd, e-mailadres, foto,
thuisadres enz. aan jan en alleman door, zonder zich daar vragen bij te
stellen. Jongens zijn daar meer onbezonnen in dan meisjes, maar ze doen
het allebei.
- 60 % van de directies zegt dat leerlingen uitleg krijgen hoe ze
internet wel of niet mogen gebruiken. In 92 % van de gevallen worden de
leerlingen ook door hun leraren gecontroleerd. Als de school een beleid
heeft rond veilig internet, is er meer controle.
- Opvallend is dat leerlingen meer worden gecontroleerd op hun
internetgebruik naarmate ze ouder worden. Die trend zet zich door in het
secundair onderwijs. Nochtans is controleren is het meest nodig bij de
jongste groepen. Die zijn het meest beïnvloedbaar en kwetsbaar.
- Vier Vlaamse scholen op tien installeren beveiligings- en
filtersoftware. Het effect daarvan is dat kinderen internet wel veiliger
gaan gebruiken op school, maar als hun ouders thuis die controle niet
overnemen, laten ze hun voorzichtigheid daar meteen weer varen.
- Naarmate leerlingen zeggen dat hun ouders hen controleren, gaan ze
voorzichtiger met internet om: ze kennen meer de mensen met wie ze
chatten, ze geven minder foto's of persoonlijke gegevens door aan hun
'internetkennissen' en vertellen makkelijker aan hun ouders wanneer ze
zich bedreigd of onveilig hebben gevoeld op internet.
- Controle, sensibilisering en over de internetgevaren praten is een
zaak van zowel ouders als scholen. Kinderen willen echt hulp,
begeleiding en controle.
( www.klasse.be en
www.destandaard.be )
3.7. Caleidoscoop (20006) Pestgedrag laat te veel leerlingen
onverschillig
In moeilijke klassen vindt één op de vier leerlingen het niet erg dat er
gepest wordt.
Gemakkelijke klassen zijn die waar zowel de leerlingen als de leraars
weinig bronnen tot ergernis hebben. In moeilijke klassen stoort iedereen
zich. Uit een studie bij 15-jarigen van het onderwijstijdschrift
Caleidoscoop (februari 2006) blijkt dat 17 procent van hen het niet erg
vindt dat er gepest wordt. Dat is het geval in gemakkelijke klassen. In
de moeilijke klassen staat zelfs 23 procent neutraal tegenover pesten.
Caleidoscoop is het tijdschrift van de koepel van vrije Centra voor
Leerlingenbegeleiding (CLB's). Hoofdredactrice Linda Graindourze koppelt
aan het onderzoek een waarschuwing voor de scholen: ,,Veel leraars
lijken de inspanningen tegen pesten op school beu te zijn. Deze gegevens
bewijzen nochtans dat blijvende aandacht nodig is.'' Ook de andere
reacties tonen niet bij iedereen verontwaardiging. ,,Anderen uitlachen''
vindt niemand in de gemakkelijke klassen positief. In de moeilijke
klassen zijn er wel enkelen die dat toejuichen (6,5 %). Eén op de vijf
leerlingen staat daar neutraal tegenover. In moeilijke klassen ligt één
op de vier leerlingen er niet van wakker. Op de vraag of het goed is dat
iemand bij pestgedrag durft tussenbeide te komen, antwoordt één op de
vijf leerlingen neutraal. In de gemakkelijke klassen daalt dat aandeel
tot 13 %. Meer dan één op de drie leerlingen blijft onverschillig
wanneer een leerling een ander dwingt om iets te doen wat die niet leuk
vindt. In de gemakkelijke klassen zijn dat ook nog een kwart van de
leerlingen. Uit het onderzoek blijkt ook dat een hechte klasgroep niet
bestaat. Klassen bestaan sowieso uit meerdere subgroepen. Volgens de
onderzoekers nemen de jongeren nu minder dan vroeger de school als
referentie. Ze zoeken hun vrienden vaker buiten de schoolmuren. Daardoor
zouden ze al tevreden zijn als er geen conflicten in de klas zijn. (De
Standaard 08/02/2006)
3.8. Jongeren en geweld : onderzoek van Universiteit Antwerpen (2006)
Twee op de drie leerlingen vinden het verkeerd om klasgenoten te pesten.
Ruim een kwart vindt het maar een ,,beetje verkeerd''. Dat staat in het
onderzoek ,,Jongeren en geweld, anders dan gedacht'' van de Universiteit
Antwerpen. De verkennende studie is begin 2006 uitgevoerd bij
vijfhonderd leerlingen van Antwerpse middelbare scholen. De meerderheid
van de jongeren staat afkeurend tegenover geweld. Maar de
onverschilligen vormen een behoorlijke groep. Net zoals eerder uit een
onderzoek van de koepel van vrije CLB's was gebleken, is voor velen
pestgedrag niet zo erg (DS 8 februari 2006 ). Uitschelden via het
internet kan volgens de leerlingen: 37 procent vindt het een ,,beetje
verkeerd'' en 27 procent heeft er geen enkel probleem mee. Uit het
onderzoek blijkt dat er nog steeds een grote kloof tussen jongens en
meisjes is. Jongens zijn niet alleen meer betrokken bij geweld, ze zijn
ook toleranter: ze keuren het geweld minder af. Aan pesten doen meisjes
en jongens evenveel. De meisjes keuren het wel strenger af. (De
Standaard 14/02/2006)
3.9. Cyberpesten wordt plaag : zes op de tien jongeren slachtoffer
(Onderzoek in Vlaanderen uitgevoerd einde 2005, gepubliceerd op 16 maart
2006) Universiteit Antwerpen
Op vraag van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Media en Sport van het
Vlaams Parlement deed de Universiteit Antwerpen in opdracht van het
VIWTA (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch
Aspectenonderzoek) een onderzoek naar cyberpesten in Vlaanderen. De
resultaten werden april 2006 bekendgemaakt. Enkele globale cijfers bij
de onderzoeksgroep van 2052 jongeren :volgens 67,7% van de Vlaamse
jongeren tussen 10 en 18 jaar is cyberpesten gemakkelijker dan pesten in
het echt, 63,2% meent ook dat je niet zo gemakkelijk gestraft kan worden
voor iets wat je op het internet deed. Toch vinden jongeren cyberpesten
even onaanvaardbaar als pesten in het echt: 86,8 % vindt cyberpesten
laf, 81,1% meent dat je je erg gekwetst kan voelen door pesten via
internet of gsm, en 71% is van oordeel dat wie via internet of gsm pest,
dezelfde straf moet krijgen als wie gewoon pest.
Zes op tien jongeren vinden bijgevolg dat pesten via internet of gsm een
groot probleem is. Eén op 10 zegt zelf het slachtoffer te zijn geweest
van pesten via internet of gsm, twee op tien beweren dader en drie op
tien beweren getuige te zijn geweest. Uit een peiling naar de ervaring
met (potentieel) kwetsende internet- en gsm-praktijken, blijkt dat
iemand beledigen of bedreigen via internet of gsm, iemand misleiden via
internet of gsm, roddels verspreiden via internet of gsm en inbreken in
iemands e-mail-postbus of Messenger en het paswoord veranderen, het
meest voorkomen.
Ongeveer zes op tien jongeren is volgens het onderzoek ooit dader,
slachtoffer of getuige geweest van internet- of gsm-praktijken die als
afwijkend van doorsnee gedrag kan worden beschouwd. Het verschil tussen
wat de jongeren zelf beschouwen als pestgedrag en wat als potentieel
kwetsend gedrag kan worden bestempeld, wijst onder meer op een verschil
in aanvoelen tussen daders en slachtoffers, maar ook in perceptie over
wat afwijkend gedrag precies inhoudt.
De studie toont aan dat daders van cyberpesterijen op internetvlak
minder gecontroleerd en begeleid worden door hun ouders en meer tijd
spenderen aan het internet. Onder hen bevinden zich ook relatief meer
daders van klassieke pesterijen én slachtoffers of bijstaanders van
cyberpesterijen. Zeven op tien daders pesten anoniem. Om te kunnen
pesten is geen grote internet- of gsm-deskundigheid noodzakelijk.
Personen met meer expertise kunnen wel op meer verschillende manieren
pesten
Slachtoffers van cyberpesterijen zijn vaker ook slachtoffer van
klassieke pesterijen, en dader of bijstaander van cyberpesterijen. Ze
hebben minder vrienden en zijn meer afhankelijk van het internet.
Slachtoffers vertonen ook meer stress-symptomen. Slechts de helft van
hen heeft aan iemand verteld dat ze gepest werden via internet of gsm.
Het stellen van risicogedrag (b.v. persoonlijke informatie op het
internet plaatsen, het eigen paswoord doorvertellen aan een vriend of
vriendin) verhoogt de kans om het slachtoffer te worden van specifieke
cyberpestvormen. Toch kunnen ook jongeren die erg voorzichtig zijn, niet
verhinderen dat ze het slachtoffer worden van cyberpesten. De
onderzoekers concluderen dat cyberpesten bij jongeren in Vlaanderen geen
randfenomeen (meer) is en dat ICT het pestprobleem verdiepen en
verbreden. Kennis bij ouders, leerkrachten en hulpverleners over hoe
jongeren elkaar momenteel pesten en vooral over de werking van de nieuwe
technologieën is noodzakelijk.
De samenvatting en het
volledige onderzoeksrapport omtrent cyberpesten in Vlaanderen zijn
beschikbaar op de volgende websites:
www.viwta.be/files/Eindrapport_cyberpesten_(nw).pdf
www.viwta.be/files/Samenvatting_cyberpesten.pdf
,,De situatie is
ernstiger dan we dachten'', vertelde Vlaams parlementslid Jan Roegiers
(Spirit). ,,Nu we zicht op de situatie hebben, moeten we het probleem
ook aanpakken. Die opdracht is vooral weggelegd voor ouders,
leerkrachten en begeleiders.'' (Het Nieuwsblad 16/03/2006)
3.10. Cyberpesten onderzoek van Open Universiteit Nederland en GGD
Zuid-Limburg (2006)
Ouders
onderschatten cyberpesten. Leerlingen op de basisschool (groep 8) zijn
vaker het slachtoffer van cyberpesten dan leerlingen van het voortgezet
onderwijs. Bovendien onderschatten ouders het verschijnsel cyberpesten
via internet en sms. Dat blijkt uit het onderzoek Cyberpesten, big deal?
dat de Open Universiteit Nederland en de GGD Zuid Limburg hebben
uitgevoerd en publiceerden midden april 2006. Ruim 1200 kinderen (groep
8 en brugklas) en 850 ouders uit de regio Westelijke Mijnstreek namen
deel aan het onderzoek. De eerste onderzoeksresultaten laten zien dat in
een half jaar tijd 24% van de basisschoolleerlingen (groep 8) en 19% van
de brugklassers slachtoffer was van cyberpesten.
Zestien procent van
de leerlingen bekenden dat ze zelf ook pesten via internet. Schelden,
roddelen, negeren, beschuldigen en hacken zijn de meest voorkomende
vormen van cyberpesten. Dat cyberpesten vaak anoniem gebeurt, wordt door
het onderzoek bevestigd. Bijna 80% van alle leerlingen weet niet wie de
dader is. Van de ouders geeft 12% aan dat hun kind dit schooljaar gepest
is via internet of sms en 5% van de ouders weet of vermoedt dat hun kind
een ‘cyberpester’ is. Uit de onderzoeksgegevens blijkt verder dat 6% van
de leerlingen van groep 8 en 3% van de brugklassers frequent het
slachtoffer is van cyberpesten. Zij worden meerdere keren per maand
gepest. Ouders onderschatten echter de problematiek. Van de ouders –
zowel wat betreft basisonderwijs als voortgezet onderwijs – denkt
slechts 1,5% dat hun kind frequent gepest wordt via internet. (Bron Open
Universiteit Nederland persbericht 25/04/2006)
Helft Nederlanders vindt digitaal pesten geen probleem. Digitaal pesten
is volgens ongeveer 44 procent van de Nederlandse bevolking geen
probleem. Toch vindt bijna 80 procent dat pesten via internet of mobiele
telefoons hard moet worden aangepakt. Dat blijkt dinsdag uit onderzoek
van de website NieuwsZicht.com.
Uit de enquête komt naar voren dat bijna 20 procent van de Nederlanders
het digitaal pesten wel als groot probleem ziet. Ongeveer een derde van
de ondervraagden heeft daarover geen mening.
De weblog noemt het opvallend dat juist slachtoffers (62 procent) het
probleem niet erkennen, terwijl het percentage veel lager ligt bij
mensen die nooit zijn gepest (38 procent).
Aan het onderzoek deden 2346 mensen mee, voornamelijk mannen. Van de
ondervraagden was ruim 85 procent tussen de 13 en 30 jaar oud.
NieuwsZicht.com werd in maart van dit jaar tijdens een verkiezing van
het digitale magazine About:Blank door het publiek als beste weblog
gekozen. (Bron : De Telegraaf 02/05/2006)
Een nieuw
onderzoek (27/06/2007) van
Pew
Internet & American Life Project
over cyberpesten laat zien dat een
derde van de Amerikaanse tieners
slachtoffer is geweest van
cyberpesten. We hebben het dan over
onderstaande ervaringen, waarvan de
eerste het meest gemeld wordt.
-
Iemand
stuurt een privé-emailtje,
msn-gesprekken, sms, of andere
persoonlijke berichten door aan
anderen, of plaatst het ergens
online
-
Iemand
verspreidt een roddel over jou.
-
Iemand
stuurt je een dreigmail,
msn-bericht of sms met een
bedreiging of agressieve tekst.
-
Iemand
plaatst een genante foto van jou
online zonder jouw toestemming.
Niet altijd
wordt dat overigens als ernstig
pesten ervaren.
Meisjes zeggen
vaker dan jongens dat ze slachtoffer
zijn geweest van een van
bovenstaande daden, en tieners die
actief aan social networking doen
(dus erg actief zijn online), zijn
kwetsbaarder dan tieners die zich
daar minder mee bezighouden. Van de
social networkers is 4 op de 10 wel
eens online belaagd, tegenover 22%
van de niet social netwerkende
tieners.
Offline pesten
is erger Net als in
ons eigen onderzoek naar
cyberpesten een tijdje geleden, dat
we overigens gehouden hebben onder
een jongere groep, komt uit dit
onderzoek naar voren dat de meeste
tieners het gevoel hebben dat
offline pesten vaker voorkomt dan
online pesten.
Privacy Opvallend is dus dat het gebrek aan
respect voor de privacy van een
ander nu naar voren komt als het
meest vervelende van online
pesterij. Reden te meer om door te
gaan met voorlichting aan tieners
over de waarde van privacy en het
nut van bescherming daarvan. Klik
hier voor het volledige
onderzoeksverslag. (Bron : Justine
Pardoen
http://www.rssonderwijs.nl/ )
3.12
Onderzoeken van studenten
GOBERECHT,T. Onderzoek naar het verband
tussen emotionele en gedragsproblemen en cyberpesten bij
jongeren uit de eerste graad secundair onderwijs. Masterproef,
Vrije Universiteit Brussel, juni 2008 Op vraag van
BEWEGING TEGEN GEWELD-Vzw ZIJN.
Download hier de masterproef
LEEMANS,K. Onderzoek naar de gehanteerde copingsstijlen bij jongeren die in contact komen met
cyberbesten. Masterproef, Vrije Universiteit Brussel, september 2008.
Op vraag van
BEWEGING TEGEN GEWELD- vzw Zijn.
Download hier de samenvatting
Download hier de masterproef
HOORNE, Elien, Cyberpesten De boze wolf in een trendy kleedje
Katho Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Download hier de scriptie
DEL CIOPPO Stèphanie
Het World Wide Web als schoolplein: een exploratieve studie
naar cyberpesten bij jongeren in het secundair onderwijs in
de Brugse regio
Auteur del Jaar van publicatie 2008
Universiteit Gent Klik
hier om het eindwerk te downloaden
3.13
Jongeren en
betaalseks
In de studie ‘Op het scherp van het net. Verkennend onderzoek
rond jongeren, internet en betaalseks.’, die recent werd
gepubliceerd vraagt Child Focus meer aandacht voor de
bescherming van kinderen en jongeren op internet. In de
studie wordt aan de hand van getuigenissen van politiemensen,
magistraten en hulpverleners aangetoond dat soms jongeren zich
soms door volwassenen laten betalen voor seksuele gedragingen op
het internet. Dit is zonder meer een vorm van betaalseks of
prostitutie.
Lees hier het volledige rapport. Zie ook de website
www.childfocus.be
3.14
Psychologische
impact cyberpesten wordt onderschat
Een kwart van de jongeren
kwam het voorbije schooljaar - als dader, slachtoffer of getuige
- in aanraking met cyberpesten. Een op de tien jongeren werd het
voorbije schooljaar het slachtoffer van de nieuwe pesttrend.
Impliciete metingen geven zelfs aan dat dat aantal in realiteit
oploopt tot vijftig procent. De cijfers komen uit onderzoek van
de Vrije Universiteit Brussel. (De Standaard 03/12/2008)
Lees
hier verder
3.15
Cyberpesten: wat doen kinderen en wat weten ouders?
F. Dehue, C. Bolman en T. Völlink Lees hier hier het integrale
onderzoek. Pedagogische studiën. 2008,85,359-370
Lees hier het integrale onderzoeksrapport.
3.16
Een op de drie jongeren is slachtoffer van cyberpesten -
10/02/2009 (Nieuwsblad)
Een op de drie jongeren was ooit al het slachtoffer van
cyberpesten; één op de vijf was al dader. Dat blijkt uit
een onderzoek dat vorig jaar werd uitgevoerd door het
Observatorium van de Rechten op het Internet. Het
Observatorium stelde het onderzoek dinsdag voor naar
aanleiding van de Safer Internet Day, die dit jaar het
groeiende fenomeen van het cyberpesten centraal stelt.
Lees hier verder
3.17
Cyberpesten
rukt op.
De afgelopen drie maanden
is ruim een tiende van de jongeren uit Leuven het
slachtoffer geworden van cyberpesten. Dat blijkt uit een
onderzoek van het hoger Instituut voor
readaptatiewetenschappen (hIrL) in Aarschot. Volgens de
onderzoekers gaat het om een «opkomend fenomeen» (Bron
Metro 11/05/2009)
Lees hier verder.
Klik
hier voor de brochure
3.18
Rapport van het Observatorium van de Rechten op het Internet.
Het Observatorium van de Rechten op het
internet heeft hierover onder meer een advies geformuleerd. Naast dit
advies, dat tot stand kwam in samenwerking met een dertigtal experten,
wordt in een boek meer uitleg gegeven over cyberpesten. Dit boek biedt
eerst een internationaal overzicht van wetenschappelijke studies over
cyberpesten. Ook wordt stilgestaan bij preventie, remediëring en
juridische aspecten. Deze informatie vormde de basis voor een
beleidsadvies dat tot stand kwam in samenwerking met diverse
organisaties en dat werd goedgekeurd door de leden van het Observatorium
voor de Rechten op het Internet.Ook zijn praktische fiches opgesteld
waarmee zowel jongeren als begeleidende volwassenen mee aan de slag
kunnen in hun strijd tegen cyberpesten.
Klik hier voor meer uitleg en om het integrale boek te downloaden.
3.19 OIVO onderzoek : Jongeren voelen zich veiliger, maar
vertonen meer risicogedrag.
Meer dan 9 jongeren op 10
gebruiken het internet. Dat is 4 % meer dan in 2007. 3 op 4 jongeren zeggen zich
veilig te voelen online behalve de 10-en 11-jarigen. Toch stellen veel jongeren
gedrag dat risico’s inhoudt. Omdat het OIVO vaststelt dat jongeren door bepaalde
marketingstrategieën worden gemanipuleerd tot meer consumptief gedrag, roept het
OIVO de overheid op om bepaalde problemen omtrent de bescherming van
minderjarigen weg te werken.
Lees hier verder
3.20 Pubers vinden cyberpesten
grappig.
‘Spring je vanavond
nog onder de trein?’ Het kon niet uitblijven. De toegenomen mogelijkheden op
internet leiden tot hele nieuwe vormen van pesten. Daar is nog nauwelijks
onderzoek naar gedaan, maar onlangs verschenen er twee afstudeerscripties over
het onderwerp. Crimelink sprak met verschillende slachtoffers en wat blijkt?
Zelfs volwassenen treiteren elkaar.
Lees hier verder
3.21 Helft Vlaamse tieners bekijkt online porno en geweld.
Zestig procent van de
Vlaamse jongeren tussen 15 en 19 jaar bekijkt online geregeld porno. Veertig
procent geeft aan vaak in contact te komen met gewelddadige of gruwelijke
beelden en bijna twintig procent bezoekt sites over racisme of zelfdoding. Dat
blijkt uit een enquête door het Centrum voor Mediacultuur en Communicatie van de
K.U.Leuven 12/11/2009 (De Standaard).
Lees
hier verder
3.22. Meer dan een vijfde is cyberpester.
Meer dan 22 procent van de jongeren doet
aan cyberpesten, 12 procent was al slachtoffer. (Onderzoek in De
Standaard 29/07/2010)
Lees
hier verder
3.23 Zeven op tien
ouders weten niet dat hun kind online gepest wordt.
Kinderen worden gepest via het internet. Dat gebeurt vaker dan
ouders beseffen. Een op twee ouders van gepeste kinderen zegt dat zijn
kind geen slachtoffer is. Een op zeven heeft er geen idee van. Dat
blijkt uit een studie bij 23.420 kinderen tussen negen en zestien en hun
ouders in vijfentwintig Europese landen. Lees
hier verder
3.24.
Cyberpesten neemt toe, vooral bij meisjes
Ruzies en
vechtpartijen op scholen ontstaan steeds vaker op sites als
Hyves, Facebook, MSN en Twitter. Vooral meisjes plaatsen
berichten waarin ze elkaar uitschelden, uitdagen, beledigen en
vernederen. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS langs
middelbare scholen.
Schooldirecteuren krijgen
bijvoorbeeld telefoontjes van ouders die zeggen dat hun kind
niet meer naar school durft omdat het is bedreigd. De
belangenorganisatie van middelbare scholen, de VO-raad, en de
Vereniging van Schoolleiders bevestigen dat het probleem groeit.
Volgens de organisaties ontstaat er steeds meer een
straatcultuur en dringt agressie op internet de scholen binnen.
Twee weken geleden was er
tussen leerlingen van drie scholen een massale vechtpartij op
station Muiderpoort in Amsterdam. Ook die ruzie was ontstaan op
populaire sociale netwerksites. (http://www.rnw.nl
27/03/2010)
3.25.Digitaal pesten
: de nieuwste feiten(maart 2011)
Uit onderzoek van CcaM, onderzoekscentrum jeugd en media
Nederland komt naar voren dat een aantal veronderstellingen over
digitaal pesten niet kloppen. Zo blijkt dat er nog vooral veel
traditioneel gepest wordt; 35% van de respondenten geeft aan op school
gepest te worden versus 17% op internet. Daarnaast wordt er helemaal
niet veel anoniem digitaal gepest; 85% van de ondervraagde jongeren die
aangaven digitaal gepest te worden wist door wie dat was gedaan. In de
media is veel aandacht geweest voor pesten via gemanipuleerde foto’s en
filmpjes. Uit het onderzoek blijkt dat pesten op internet veel
gelijkenissen vertoont met traditioneel pesten; er wordt vooral
beledigd, buitengesloten en geroddeld.
Lees hier verder
3.26.
Meer schade dan gedacht (HLN 08/08/2011)
Slachtoffers van
cyberpesten lijden meer dan wie via traditionele kanalen
gestalkt wordt, dat blijkt uit recent onderzoek. Ook komt dit
gedrag vaak voor bij online dating.
Lees hier verder
3.27. Facebook (HLN 22/11/2011)
Hoewel sociaalnetwerksites
bedoeld zijn om in contact te blijven met je vrienden, wordt er
ook veel virtueel gepest. Meer nog: door de technologische
vooruitgang lopen jonge meisjes voortdurend het risico om gepest
te worden. "Tieners hebben steeds meer manieren om elkaar uit te
sluiten, 24 uur per dag", zegt de Britse communicatie-experte
Jean Gross.
Lees hier verder
3.28 Een op tien scholieren slachtoffer cyberpesten met foto's
(december 2011 Bron De Standaard 02/11/2011)
Een op de tien leerlingen (10,1%) uit de derde graad van het secundair
onderwijs is al ooit slachtoffer geweest van cyberpesten met foto's, 9,2
procent was ooit dader. Dat blijkt uit een onderzoek door Lieve
Lembrechts van de Universiteit Hasselt waarbij 456 scholieren bevraagd
werden. De resultaten staan gepubliceerd in het criminologenvakblad
Panopticon.
Van 7,3 procent van de slachtoffers werden onbewerkte foto's
verspreid, van 4,3 procent bewerkte. De meeste slachtoffers gaven aan
dat ze weinig negatieve gevolgen ondervonden van deze vorm van
cyberpesten. 75,7 procent vond de pesterijen niet erg en 97,6 procent
was niet bang om terug naar school te gaan. "Hieruit mag evenwel niet
besloten zijn dat de gevolgen van cyberpesten verwaarloosbaar zijn.
Ander onderzoek toonde aan dat slachtoffers van pesterijen immers niet
gauw zullen toegeven dat ze lijden onder het pestgedrag", aldus
Lembrechts.
Slechts 8,4 procent van wie pestte met een onbewerkte foto en 15,7
procent van wie dat deed met een bewerkte foto stelt hiervoor een straf
gekregen te hebben
In de meeste gevallen kennen dader en slachtoffer van deze vorm van
cyberpesten mekaar. Respectievelijk slechts 5,6 en 17,5 procent van de
slachtoffers van pesterijen met onbewerkte en bewerkte foto's kennen de
dader niet. Als het gaat om een onbewerkte foto kent 14,6 procent van de
daders het slachtoffer niet. Bij bewerkte foto's is het slachtoffer
altijd bekend. In de helft van de gevallen gaan ze zelfs naar dezelfde
school. Dit verklaart ook waarom leden van jongerenorganisaties en
sportclubs vaker daders zijn dan bij andere gevallen van cyberpesten.
3.29 Onderzoek UAntwerpen (Bron De Standaard 20/11/2012)
Meer dan de helft van de jongeren (56,9 procent) reageert niet als ze
getuige zijn van cyberpesterijen. Een op de vijf zegt niet tussenbeide
te komen uit schrik zelf gepest te worden. Dat blijkt uit onderzoek aan
de Universiteit Antwerpen.
Lees hier verder
3.30. Overzichtsonderzoek van UAntwerpen
Zes jaar onderzoek naar cyberpesten in Vlaanderen, België en daarbuiten:
een overzicht van de bevindingen.
Lees hier het rapport van UAntwerpen (Bron :
www.friendlyattac.be)
4. Cyberpesten in buitenlands onderzoek
Het Algemeen Dagblad meldde dat Brits onderzoek heeft uitgewezen dat
ruim een kwart van de jongeren in dat land op elektronische wijze wordt
gepest. Vooral sms blijkt populair onder de pestkoppen. 1000 kinderen
werden door een stichting voor kinderbescherming ondervraagd. 16 procent
van hen krijgt regelmatig bedreigende boodschappen via de mobiele
telefoon. In 7 procent van de gevallen vindt het getreiter plaats via
chatrooms en in 4 procent zijn e-mailberichten de boosdoener. Er wordt
nu een nieuwe actie gestart om pesten tegen te gaan. De bestaande
maatregelen besteedden tot nu toe geen aan "cyberpesten".(Algemeen
Dagblad 17/04/2002)
Eén Fins kind op vier was al slachtoffer van cyberpesten schrijft het
Laatste nieuws in november 2005. In Finland ontvangt een groot aantal
kinderen tekstberichten of foto's die bedoeld zijn om hen te pesten of
te bedreigen, zo blijkt uit een studie van de Finse organisatie Finnish
Save the Children, die 17/11/2005 werd vrijgegeven. Ongeveer een op de
vier kinderen tussen de 7 en 15 jaar zou al het slachtoffer geworden
zijn van dergelijke praktijken. Cyberpesten komt In Finland vooral voor
bij zeven- tot negenjarigen. In deze leeftijdsgroep ontving namelijk een
derde van de kinderen dergelijke ongewenste berichten. Voor de studie
werden 5.400 kinderen en jongeren ondervraagd, citeert de krant het
Finse nieuwsagentschap STT. Kinderen die mobiele telefoons bezitten met
ingebouwde camera nemen daarnaast vaak foto's die ze vervolgens op
diverse websites posten. Ze zijn er zich echter vaak niet van bewust dat
ze zo misschien inbreuken plegen op wetten ter bescherming van de
privacy, vervolgt Finnish Save the Children, dat de ouders oproept hun
kinderen op een goede manier te leren omgaan met hun mobiele telefoon. (
http://www.hln.be/ 17/11/2005)
Pesten via de huistelefoon
In 2004 geeft 5% van de volwassenen aan te zijn lastig gevallen door
kwaadwillige telefoontjes. Pesten via telefoontjes thuis kan zich
richten op de volwassene, maar ook op de kinderen, of op het gehele
gezin. Pesten via de mobiele telefoon gebeurt vaker. Buitenlands
onderzoek uit 2005 geeft aan waaruit o.a. blijkt dat bij
kinderen/jongeren van 11-19 jaar:
14% last heeft van pesterijen via sms
1 op 10 aangeeft wel eens te zijn lastig gevallen door iemand die
hem/haar met een mobiele camera bedreigt
73% weet wie de dader (‘bully’) is
28% dit aan niemand vertelt
31% dit niet doet omdat het volgens hem/haar dit geen probleem is
12% omdat er niemand is om aan te vertellen
11% denkt dat pesten toch niet te stoppen is
10% niet weet waar ze hulp kunnen vragen
Children’s Society, NCH,
http://www.stoptextbully.com (Bron: CBS, 08-03-2005)
In 2003 deed National Children’s Home onderzoek bij 856 kinderen tussen
11-29 jaar in Groot-Britannië. In deze studie vond men dat
-16% had ooit gepest via mobiele telefoon of sms
-7% had gepest via chatrooms op internet
-4% via email
Van de groep die ooit het slachtoffer van cyberpesten was geweest had
69% het verteld aan iemand:
-42% aan sommige vrienden
-32% aan de ouders
-14% aan broers of zussen
-12% aan leerkrachten
-7% aan de politie
http://www.nch.org.uk/
In 2004 gebeurde een studie door Ybarra & Mitchell. Ze interviewden 1500
regelmatige internetgebruikers tussen 10 en 17 jaar. Daarvan was 19%
betrokken geweest in online agressie in het afgelopen jaar.
-4% alleen als slachtoffer
-12% alleen als agressor
-3% als slachtoffer en als agressor
-Slechts 31% wist wie de persoon was die hen cyberpestte
-55% was meer dan één keer door dezelfde persoon gepest (16% meer dan 4
keer)
-Een derde van diegenen die online gepest werden, rapporteerden zich
emotioneel zeer gestresseerd te voelen door het gepest.
(Ybarra & Mitchell, 2004)
De politie in Schotland is geschokt door resultaten van onderzoek van
juli 2005: de helft van de Schotse kinderen chat over seks. Een ander
opmerkelijk gegeven is dat 80% van de kinderen zegt zelf meer behoefte
te hebben aan bescherming. De politie van Strathclyde informeert nu zelf
ouders via een website.
53% van de kinderen praat online over seks
49% van de kinderen heeft ervaring met seks-chats via openbare seksboxen
1 op de 7 ouders heeft geen idee wat hun kinderen online uitspoken
75% van de kinderen heeft dingen onder ogen gekregen waardoor ze zich
onprettig voelden
2 op de 5 kinderen heeft gewelddadige voorstellen gezien
1 op de 3 kinderen heeft geen idee van de risico's van het gebruik van
Internet
80% van de kinderen zegt zelf meer behoefte te hebben aan bescherming
tegen ongewenste personen, informatie en beelden via Internet
www.strathclyde.police.uk
Onderzoek van Kowalski & Limber in 2005. Deze deden onderzoek bij 3700
studenten tussen 12-16 jaar in de VS. Gemiddeld 18% gaf aan gepest te
worden via cyberweg.
-25% van de meisjes en 11% van de jongens was minstens één keer
slachtoffer van cyberpesten
-13% van de meisjes en 9% van de jongens had op zijn minst één keer
iemand gepest via digitale weg
-12% van de meisjes was soms tot vaak bang om gecyberpest te worden.
-4% van de jongens gaf toe soms tot vaak bang te zijn om gepest te
worden via digitale weg
-de piekleeftijd waarop het meest gecyberpest werd, was 13 jaar
Meest opvallend was dat gender in dit onderzoek heel typerend was voor
het pestgedrag. Op de speelplaats en schoolgangen zijn het de jongens
die de grootste pestkoppen zijn, op het internet en via GSM zijn het
meisjes die de grootste pesters zijn. Op 13 jarige leeftijd gaf één op
drie meisjes (33%) aan dat ze de voorbije maanden online gepest werden,
tegenover 10% van de jongens. Op het internet kan je gelijk welk masker
dragen. Die anonimiteit maakt dat er heviger en wreder wordt gepest dan
bij lijfelijk contact. Psychologische terreur kan dan nog erger worden
dan een tik of mep.
Welke methodes van cyberpesten werden gebruikt ?
-58% was slachtoffer via Instant Messaging zoals bijvoorbeeld MSN
Messenger
-28% werd geplaagd via een chatroom
-20% werd gepest via een website
-19% werd gepest via e-mail
-14% werd gepest via sms’jes
-14% werd geplaagd op alle andere manieren
Wie waren de daders?
-46% werd gepest door een andere leerling op school
-38% wist niet wie hem of haar cyberpestte
-34% werd gepest door een vriend(in)
-32% werd geplaagd door een ‘vreemde’
-16% werd geplaagd door broer of zus
Van degenen die gecyberpest werden, ging 23% op zijn/haar beurt online
pesten.
(Kowalski & Limber, 2005)
Qing Li van de University of Calgary Canada publiceerde in oktober 2005
een rapport omtrent een bevraging van 177 zevende graadsleerlingen. Haar
resultaten toonden aan dat 54% van de leerlingen slachtoffer waren
geweest van klassiek pesten en dat 25% van alle leerlingen al met
cyberpesten te maken had gehad. Bijna één op drie had zelf gepest in de
klassieke vorm en 15% had reeds gepest gebruik makend van de
elektronische communicatiemiddelen. Van de slachtoffers waren 60%
meisjes terwijl bij de cyberpestkoppen 52% jongens waren. De meeste
slachtoffers van cyberpesten noch diegenen die op de hoogte waren van
het cyberpesten hadden daarvan niets gemeld aan volwassenen.
Het bleek verder uit onderzoek dat de vorm die het cyberpesten aanneemt
verschilt volgens leeftijd en geslacht. Jonge meisjes (11-14 jaar)
pesten elkaar vooral via msn of via emails. Oudere meisjes posten
anonieme boodschappen op forums, chatboxen of haatwebsites. Ze pesten
elkaar ook meer via het versturen van pestsms’jes. Jongens tussen 11-14
jaar bezondigen zich vooral in het trukeren van foto’s, terwijl oudere
jongens dan weer volledige websites ontwikkelen en daarbij dikwijls
seksueel-erotische getinte pestactiviteiten ontwikkelen, door
bijvoorbeeld foto’s van gehate meisjes te manipuleren of opgenomen
filmpjes met een webcam of gsm met camera door te sturen. Bij oudere
jongens komt ook het relationele aspect meer naar boven. Ze worden
afgewezen door een meisje en gaan haar dan maar cyberpesten. Het gaat
hier uiteraard over algemene tendensen, want uit de meeste onderzoeken
blijkt dat alle vormen van cyberpesten op alle leeftijden voorkomen.
Jongens zijn meestal beter thuis in gecompliceerde internet- en
computertoestanden en je merkt dat hun cyberpestgedrag extremer is. Ruim
60% van de slachtoffers zijn meisjes, wat aangeeft dat het fenomeen van
cyberpesten meer voorkomt bij meisjes dan bij jongens. Jongens maken
meer gebruik van het klassieke pesten terwijl meisjes zoeken naar wegen
waar ze net zo goed kunnen pesten zonder sterk, sportief of groot te
zijn.
Meer dan 10 procent Engelse kinderen gepest via internet. Pestkoppen
gebruiken het internet steeds vaker om andere kinderen buiten de school
te terroriseren, aldus een recent Engels onderzoek van MSN/YouGov onder
518 kinderen en ouders. Meer dan 10 procent van de Engelse tieners
zeggen dat ze wel eens online gepest zijn en 24 procent kent iemand die
zo gepest is. De helft van de ouders van de kinderen heeft geen idee van
het online-pestgedrag. Bovendien zijn kinderen terughoudend in het
vertellen dat ze gepest worden, omdat ze bang zijn dan niet meer op de
computer te mogen. (Bron:
http://news.bbc.co.uk/ 15/03/2006)
Research 1 in 2 victims suffer. Embarrassing personal photos and
videos circulating in the Internet: researchers at Bielefeld University
have discovered that young people who fall victim to cyberbullying or
cyber harassment suffer most when fellow pupils make them objects of
ridicule by distributing photographic material. According to an online
survey published on Thursday 19 July, about half of the victims feel
very stressed or severely stressed by this type of behaviour. 1,881
schoolchildren living in Germany took part in the survey conducted by
the Institute for Interdisciplinary Research on Conflict and Violence (IKG)
and commented on their experiences with cyberbullying as a victim,
offender or witness.
Lees hier verder

|