Onderzoeksgegevens Cyberpesten/Internetgevaren Nederlands

De onderzoeksgegevens staan van geordend van meest recent (bovenaan) naar oud (onderaan) op enkele uitzonderingen na (wegens overzetting gegevens).

Uit een grootschalig onderzoek in Vlaanderen blijkt dat ongeveer één op de tien Vlaamse jongeren recent slachtoffer of dader is geweest van online pesten*. Het totaal aantal respondenten bedroeg 2058 leerlingen. Het  aantal leerlingen per antwoordcategorie wordt vermeld tussen haakjes.  Als we de cijfers van naderbij bestuderen, dan zien we dat leeftijd een belangrijke rol speelt in het al dan niet betrokken zijn bij cyberpesten als slachtoffer. De meest recente cijfers uit de DICA studie tonen aan dat vooral leerlingen uit het zesde leerjaar en het eerste middelbaar slachtoffer zijn van cyberpesten.

Dat blijkt uit een vragenlijst van het RIVM onder 100.000 kinderen in klas 2 en 4. Ook zegt 8 procent zelf te pesten. Zo’n 1 op de 9 leerlingen in klassen 2 en 4 van het voortgezet onderwijs zegt in de afgelopen drie maanden gepest te zijn. Dat bericht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op basis van de Gezondheidsmonitor Jeugd, een digitale vragenlijst onder bijna 100.000 kinderen.

In dezelfde vragenlijst zegt ruim 8 procent zelf te pesten. Onder pesten verstaat het RIVM “schelden, roddelen, vervelende berichtjes sturen, iets afpakken, spugen of iemand buitensluiten”.

Van de Nederlandse jongeren tussen 15 en 25 jaar is in 2014 acht procent geconfronteerd met cyberpesten. In bijna twee op de drie gevallen kent het slachtoffer de dader. Van de Nederlandse jongeren tussen 15 en 25 jaar is vorig jaar 8 procent geconfronteerd met cyberpesten. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Zes tips voor scholen

1.Ruim een vijfde van de leerlingen denkt dat leraren hun verantwoordelijkheid niet nemen. Neem alle meldingen van pestgedrag dus ernstig. En leer pesters dat hun gedrag consequenties heeft. Een alerte houding zorgt voor een veilig gevoel bij alle kinderen.

2.Open de doos van Pandora niet. Zorg voor een discrete en grondige aanpak die niet uitnodigt tot wraakacties van pesters.

3.Kinderen rekenen op hun leraren, maar hebben minder vertrouwen in hun aanpak. Betrek ze daarom bij elke stap. Vergeet niet dat een actie alleen slaagt als ook de pesters zich betrokken voelen.

In het wetenschappelijke onderzoek naar cyberpesten wordt steeds meer aandacht besteed aan de bestrijding van het fenomeen. Aanvankelijk beperkten onderzoekers zich voornamelijk tot het aanreiken van aanbevelingen voor de verschillende betrokkenen, zoals beleidsmakers, scholen, leerkrachten, ouders, jongeren zelf....

In 2012 ging het Friendly Attac team van start met als doel tegen 2016 een computerspel te ontwikkelen dat effectief is in het bestrijden van cyberpesten. In de werkwijze wordt zoveel mogelijk beroep gedaan op bestaande wetenschappelijke inzichten uit het eigen domein van cyberpesten en serious games, maar ook uit de aanverwante gebieden van computer-tailoring en gezondheidspromotie. Op basis van deze inzichten wordt stapsgewijs input geleverd voor de ontwikkeling van het computerspel om zo de kans op het ontwikkelen van een effectieve interventie te verhogen. Deze werkwijze vloeit voort uit de methodiek van Intervention Mapping Protocol die de leidraad vormt voor dit project.

Het eerste onderzoek naar cyberpesten in Vlaanderen verscheen in 2006. Het werd uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Antwerpen, op vraag van het ViWTA (in opdracht van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Media en Sport van het Vlaams Parlement). Sindsdien verschenen vijf onderzoeken waarin cyberpesten werd bevraagd bij een representatief staal van de Vlaamse (of Belgische) jongeren
(zie appendix). Internationaal verschenen de eerste studies naar cyberpesten in 2004

Qing Li van de University of Calgary Canada publiceerde in oktober 2005 een rapport omtrent een bevraging van 177 zevende graadsleerlingen. Haar resultaten toonden aan dat 54% van de leerlingen slachtoffer waren geweest van klassiek pesten en dat 25% van alle leerlingen al met cyberpesten te maken had gehad. Bijna één op drie had zelf gepest in de klassieke vorm en 15% had reeds gepest gebruik makend van de elektronische communicatiemiddelen. Van de slachtoffers waren 60% meisjes terwijl bij de cyberpestkoppen 52% jongens waren.

Onderzoek van Kowalski & Limber in 2005. Deze deden onderzoek bij 3700 studenten tussen 12-16 jaar in de VS. Gemiddeld 18% gaf aan gepest te worden via cyberweg.
-25% van de meisjes en 11% van de jongens was minstens één keer slachtoffer van cyberpesten
-13% van de meisjes en 9% van de jongens had op zijn minst één keer iemand gepest via digitale weg
-12% van de meisjes was soms tot vaak bang om gecyberpest te worden.
-4% van de jongens gaf toe soms tot vaak bang te zijn om gepest te worden via digitale weg
-de piekleeftijd waarop het meest gecyberpest werd, was 13 jaar

In 2004 geeft 5% van de volwassenen aan te zijn lastig gevallen door kwaadwillige telefoontjes. Pesten via telefoontjes thuis kan zich richten op de volwassene, maar ook op de kinderen, of op het gehele gezin.  Pesten via de mobiele telefoon gebeurt vaker. Buitenlands onderzoek uit 2005 geeft aan waaruit o.a. blijkt dat bij kinderen/jongeren van 11-19 jaar:
14% last heeft van pesterijen via sms
1 op 10 aangeeft wel eens te zijn lastig gevallen door iemand die hem/haar met een mobiele camera bedreigt
73% weet wie de dader (‘bully’) is
28% dit aan niemand vertelt
31% dit niet doet omdat het volgens hem/haar dit geen probleem is

Eén Fins kind op vier was al slachtoffer van cyberpesten schrijft het Laatste nieuws in november 2005. In Finland ontvangt een groot aantal kinderen tekstberichten of foto's die bedoeld zijn om hen te pesten of te bedreigen, zo blijkt uit een studie van de Finse organisatie Finnish Save the Children, die 17/11/2005 werd vrijgegeven. Ongeveer een op de vier kinderen tussen de 7 en 15 jaar zou al het slachtoffer geworden zijn van dergelijke praktijken. Cyberpesten komt In Finland vooral voor bij zeven- tot negenjarigen. In deze leeftijdsgroep ontving namelijk een derde van de kinderen dergelijke ongewenste berichten.

Het Algemeen Dagblad meldde dat Brits onderzoek heeft uitgewezen dat ruim een kwart van de jongeren in dat land op elektronische wijze wordt gepest. Vooral sms blijkt populair onder de pestkoppen. 1000 kinderen werden door een stichting voor kinderbescherming ondervraagd. 16 procent van hen krijgt regelmatig bedreigende boodschappen via de mobiele telefoon. In 7 procent van de gevallen vindt het getreiter plaats via chatrooms en in 4 procent zijn e-mailberichten de boosdoener. Er wordt nu een nieuwe actie gestart om pesten tegen te gaan. De bestaande maatregelen besteedden tot nu toe geen aan "cyberpesten".(Algemeen Dagblad 17/04/2002)

(Cyber)pesten bij Vlaamse jongeren: kwantitatief onderzoek op basis van database Kinderen- en jongerentelefoon ‘Awel’ Pesten is een fenomeen dat in België zeer vaak voorkomt. Terwijl er in België volop geïnvesteerd wordt in onderwijs, en daardoor ook vooraanstaandis op Europees vlak, blijkt er op vlak van (cyber)pestpreventie niet veel structureels uit de bus te komen. Om dit probleem kracht bij te zetten: slechts 6 van de 29 OESO-landen, doen het slechter. Dit vormt een groot probleem gezien de pestcijfers een verband hebben met het hoge suïcidecijfer in ons land (Beel, 2013). Dimitri Cleeren Eindverhandeling tot master in de agogische wetenschappen VUBrussel 2013

Meer dan de helft van de jongeren (56,9 procent) reageert niet als ze getuige zijn van cyberpesterijen. Een op de vijf zegt niet tussenbeide te komen uit schrik zelf gepest te worden. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit Antwerpen.

Wetenschappers van de onderzoeksgroep Media & ICT in Organisations & Society van de Universiteit Antwerpen bevroegen in oktober en november vorig jaar 2.333 Vlaamse jongeren tussen de 9 en de 16 jaar over hun ervaringen met cyberpesten, op internet of via de gsm. Daarbij gaf 11,1 procent van de jongeren toe het voorbije half jaar gepest te hebben. Evenveel jongeren beweren slachtoffer te zijn geworden.

Een op de tien leerlingen (10,1%) uit de derde graad van het secundair onderwijs is al ooit slachtoffer geweest van cyberpesten met foto's, 9,2 procent was ooit dader. Dat blijkt uit een onderzoek door Lieve Lembrechts van de Universiteit Hasselt waarbij 456 scholieren bevraagd werden. De resultaten staan gepubliceerd in het criminologenvakblad Panopticon.

Hoewel sociaalnetwerksites bedoeld zijn om in contact te blijven met je vrienden, wordt er ook veel virtueel gepest. Meer nog: door de technologische vooruitgang lopen jonge meisjes voortdurend het risico om gepest te worden. "Tieners hebben steeds meer manieren om elkaar uit te sluiten, 24 uur per dag", zegt de Britse communicatie-experte Jean Gross.

Slachtoffers van cyberpesten lijden meer dan wie via traditionele kanalen gestalkt wordt, dat blijkt uit recent onderzoek. Ook komt dit gedrag vaak voor bij online dating.

Doordat het niet mogelijk is te ontsnappen aan de eeuwig actieve online wereld en door de publieke aard van de dreigingen, is cypberpesten intenser. Vier op de tien vrouwen werden al via de computer of andere elektronische apparaten lastig gevallen na online dating, 20 procent van de stalkers gebruikt sociaalnetwerksites om hun slachtoffers te raken. Het gevolg is dat gepeste persoon te maken krijgen met symptomen als stress, angst, nachtmerries, maar het stoort ook hun eet- en slaappatroon.

Uit onderzoek van CcaM, onderzoekscentrum jeugd en media Nederland komt naar voren dat een aantal veronderstellingen over digitaal pesten niet kloppen. Zo blijkt dat er nog vooral veel traditioneel gepest wordt; 35% van de respondenten geeft aan op school gepest te worden versus 17% op internet. Daarnaast wordt er helemaal niet veel anoniem digitaal gepest; 85% van de ondervraagde jongeren die aangaven digitaal gepest te worden wist door wie dat was gedaan. In de media is veel aandacht geweest voor pesten via gemanipuleerde foto’s en filmpjes.

Ruzies en vechtpartijen op scholen ontstaan steeds vaker op sites als Hyves, Facebook, MSN en Twitter. Vooral meisjes plaatsen berichten waarin ze elkaar uitschelden, uitdagen, beledigen en vernederen. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS langs middelbare scholen.
Schooldirecteuren krijgen bijvoorbeeld telefoontjes van ouders die zeggen dat hun kind niet meer naar school durft omdat het is bedreigd. De belangenorganisatie van middelbare scholen, de VO-raad, en de Vereniging van Schoolleiders bevestigen dat het probleem groeit. Volgens de organisaties ontstaat er steeds meer een straatcultuur en dringt agressie op internet de scholen binnen.

Kinderen worden gepest via het internet. Dat gebeurt vaker dan ouders beseffen. Een op twee ouders van gepeste kinderen zegt dat zijn kind geen slachtoffer is. Een op zeven heeft er geen idee van. Dat blijkt uit een studie bij 23.420 kinderen tussen negen en zestien en hun ouders in vijfentwintig Europese landen. 

Bron Klasse

Pagina's

Abonneren op Onderzoeksgegevens  Cyberpesten/Internetgevaren Nederlands