Inleiding

"Ik heb zelf al een steekproef gedaan door met de directeurs van scholen te praten en alleen al daaruit is gebleken dat het ook hier een wijd verspreid probleem is waar jongeren erg ver in gaan. En dan gaat het nog maar om de gevallen die aan het licht komen", zegt pestspecialist Gie Deboutte (KU Leuven). Vooreerst is uiteraard de anonimiteit die het internet biedt een verklaring voor de populariteit van cyberpesten bij jongeren. De ondervraagde jongeren voeren zelf aan dat docenten dubbel zo vaak ingrijpen bij direct pesten dan wanneer er sprake is van cyberpesten. Film wachten op niets foto

Juriste Kaat Raes van Sasam, de Stichting Antistalking en Antimobbing, is niet verbaasd over die cijfers. Ze wijst erop dat de anonimiteit een extra gewicht geeft aan het getreiter, omdat het slachtoffer zich dan geïsoleerd en belaagd voelt en op den duur niemand meer vertrouwt. "De jonge cyberpesters weten meestal veel van computers en kunnen hun anonimiteit verzekeren. Dat zorgt ervoor dat de pester zich minder verantwoordelijk voelt, maar voor het slachtoffer is het extra bedreigend. Bovendien is die anonimiteit op zich soms de aanzet op te gaan pesten zonder dat er een specifiek slachtoffer geviseerd wordt. Het gaat om mensen die er een grote behoefte aan hebben anderen uit te schelden en te treiteren, maar dat niet openlijk durven vanwege hun imago."

Net het belang van zoiets als een imago zorgt er overigens voor dat cyberpesten vooral een zaak van jonge tieners is. Zowel Deboutte als Raes geven aan dat zeker ook volwassenen anderen het leven zuur maken via digitale weg, maar op de leeftijd tussen elf en vijftien is het extra populair. Deboutte: "In die fase primeert de druk van leeftijdsgenoten, zijn jongeren erg bezig met zich spiegelen aan anderen en met laten zien wat ze kunnen. Anderen pesten omdat ze niet voldoen aan de 'norm', het juiste 'imago', komt daarom veel voor op die leeftijd."
Deboutte . "Je kunt het je niet aantrekken, de website negeren en een ander e-mailadres nemen, maar als tiener moet je al een heel sterke persoonlijkheid ontwikkeld hebben om het van je af te laten glijden. Op school kan het aangepakt worden door iedereen er ten eerste op te wijzen dat het bestaat en door leerlingen aan te moedigen zelf te bepalen wat zij te verregaand vinden. Verder kun je hen laten nagaan bij wie ze ermee terechtkunnen. Daarnaast is het ook essentieel dat ouders toch een beetje zicht hebben op waar hun kinderen mee bezig zijn. Ik ken een vader die zo gechoqueerd was toen hij de pestsite zag die zijn zoon voor een ander had gemaakt dat hij ermee naar de school stapte omdat nog anderen erin betrokken waren. Te veel afstandelijkheid of desinteresse van ouders werkt cyberpesten alleen maar in de hand." (De Morgen, 03/02/2005)

Een kind dat wordt gepest, schaamt zich daar vaak voor. Het wil zijn ouders niet teleurstellen. Een gepest kind is geen populair kind en dat hadden haar/zijn vader en moeder wél graag gewild. Dat voelt een kind haarscherp aan. Het kan ook zijn dat een kind thuis niets zegt omdat het pestprobleem onoplosbaar lijkt. Het is misschien bang dat het probleem juist groter wordt. Het kind denkt misschien :vader of moeder zouden wel eens contact kunnen opnemen met de ouders van de pestkop of met de leerkracht op school! Misschien brengt de leerkracht in de klas het probleem ter sprake, dan weten de klasgenoten dat er 'geklikt' is. De pesterijen worden dan misschien juist erger.

Meisje ligt op bed Verborgen verhalen film SkinnyOok kinderen die zelf pesten zullen thuis niet gemakkelijk over het pesten praten. Zij kunnen er alleen over beginnen als ze zich bewust zijn van hun gedrag en van de ernstige gevolgen daarvan.
Pesters weten vaak zelf niet waarom ze iemand pesten. Ook dringt het niet tot ze door hoe erg hun gepest voor het slachtoffer is: 'ze lokte het toch zelf uit, wie loopt er nou nog met zo'n stomme schooltas?' is hun redenering. Daarnaast willen veel pestende kinderen de machtspositie die ze door het pesten verkrijgen, niet verliezen. Toch is het niet waar dat pesters nooit willen dat een volwassene het probleem aanpakt. Misschien willen ze wel anders omgaan met andere kinderen, maar hoe moet dat dan? De meeste kinderen houden zich het liefst afzijdig als er wordt gepest. Als ze het zouden opnemen voor het slachtoffer, lopen ze de kans zelf gepest te worden. En iedere dag zien ze hoe erg dat is. Veel kinderen voelen zich schuldig dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of een volwassene te hulp roepen. Er zijn ook kinderen die absoluut niet in de gaten hebben dat er gepest wordt. Ze zien misschien wel iets gebeuren, maar kunnen de ernst van de situatie niet inschatten.

Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen.

Dat betekent dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen bij de volwassenen om hen heen. Voor volwassenen betekent het, dat ze aandacht moeten hebben voor de signalen van de kinderen. Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daar over praten. Voor leerkrachten en opvoeders-begeleiders van groepen betekent het dat ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels ook werken.
Het pestprobleem wordt lang niet altijd serieus aangepakt: ouders zeggen dat een kind maar van zich af moet bijten, leerkrachten hebben het te druk en de trainer van de sportclub vindt het zijn verantwoordelijkheid niet. Als volwassenen alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer het slachtoffer omdat ze 'geklikt' hebben.
Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem.

Pesten en vooral cyberpesten is een vreselijk iets. Ouders en begeleiders staan vaak machteloos om kinderen te helpen wanneer ze gepest worden. Toch zijn er enkele mogelijkheden. We vermelden eerst algemene tips om met pesten om te gaan en geven dan tips die specifiek bruikbaar zijn bij cyberpesten.