1.
Hoe als slachtoffer of begeleider (cyber)pesten aanpakken.
"Ik heb zelf al een steekproef gedaan door met de directeurs van
scholen te praten en alleen al daaruit is gebleken dat het ook hier een
wijd verspreid probleem is waar jongeren erg ver in gaan. En dan gaat
het nog maar om de gevallen die aan het licht komen", zegt
pestspecialist Gie Deboutte (KU Leuven). Vooreerst is uiteraard de
anonimiteit die het internet biedt een verklaring voor de populariteit
van cyberpesten bij jongeren. De ondervraagde jongeren voeren zelf aan
dat docenten dubbel zo vaak ingrijpen bij direct pesten dan wanneer er
sprake is van cyberpesten. Juriste Kaat Raes van Sasam, de Stichting
Antistalking en Antimobbing, is niet verbaasd over die cijfers. Ze wijst
erop dat de anonimiteit een extra gewicht geeft aan het getreiter, omdat
het slachtoffer zich dan geďsoleerd en belaagd voelt en op den duur
niemand meer vertrouwt. "De jonge cyberpesters weten meestal veel van
computers en kunnen hun anonimiteit verzekeren. Dat zorgt ervoor dat de
pester zich minder verantwoordelijk voelt, maar voor het slachtoffer is
het extra bedreigend. Bovendien is die anonimiteit op zich soms de
aanzet op te gaan pesten zonder dat er een specifiek slachtoffer
geviseerd wordt. Het gaat om mensen die er een grote behoefte aan hebben
anderen uit te schelden en te treiteren, maar dat niet openlijk durven
vanwege hun imago."
Net het belang van zoiets als een imago zorgt er overigens voor dat
cyberpesten vooral een zaak van jonge tieners is. Zowel Deboutte als
Raes geven aan dat zeker ook volwassenen anderen het leven zuur maken
via digitale weg, maar op de leeftijd tussen elf en vijftien is het
extra populair. Deboutte: "In die fase primeert de druk van
leeftijdsgenoten, zijn jongeren erg bezig met zich spiegelen aan anderen
en met laten zien wat ze kunnen. Anderen pesten omdat ze niet voldoen
aan de 'norm', het juiste 'imago', komt daarom veel voor op die
leeftijd."
Deboutte . "Je kunt het je niet aantrekken, de website negeren en een
ander e-mailadres nemen, maar als tiener moet je al een heel sterke
persoonlijkheid ontwikkeld hebben om het van je af te laten glijden. Op
school kan het aangepakt worden door iedereen er ten eerste op te wijzen
dat het bestaat en door leerlingen aan te moedigen zelf te bepalen wat
zij te verregaand vinden. Verder kun je hen laten nagaan bij wie ze
ermee terechtkunnen. Daarnaast is het ook essentieel dat ouders toch een
beetje zicht hebben op waar hun kinderen mee bezig zijn. Ik ken een
vader die zo gechoqueerd was toen hij de pestsite zag die zijn zoon voor
een ander had gemaakt dat hij ermee naar de school stapte omdat nog
anderen erin betrokken waren. Te veel afstandelijkheid of desinteresse
van ouders werkt cyberpesten alleen maar in de hand." (De Morgen,
03/02/2005)
Een kind dat wordt gepest, schaamt zich daar vaak voor. Het wil zijn
ouders niet teleurstellen. Een gepest kind is geen populair kind en dat
hadden haar/zijn vader en moeder wél graag gewild. Dat voelt een kind
haarscherp aan. Het kan ook zijn dat een kind thuis niets zegt omdat het
pestprobleem onoplosbaar lijkt. Het is misschien bang dat het probleem
juist groter wordt. Het kind denkt misschien :vader of moeder zouden wel
eens contact kunnen opnemen met de ouders van de pestkop of met de
leerkracht op school! Misschien brengt de leerkracht in de klas het
probleem ter sprake, dan weten de klasgenoten dat er 'geklikt' is. De
pesterijen worden dan misschien juist erger.
Ook kinderen die zelf pesten zullen thuis niet gemakkelijk over het
pesten praten. Zij kunnen er alleen over beginnen als ze zich bewust
zijn van hun gedrag en van de ernstige gevolgen daarvan.
Pesters weten vaak zelf niet waarom ze iemand pesten. Ook dringt het
niet tot ze door hoe erg hun gepest voor het slachtoffer is: 'ze lokte
het toch zelf uit, wie loopt er nou nog met zo'n stomme schooltas?' is
hun redenering. Daarnaast willen veel pestende kinderen de machtspositie
die ze door het pesten verkrijgen, niet verliezen. Toch is het niet waar
dat pesters nooit willen dat een volwassene het probleem aanpakt.
Misschien willen ze wel anders omgaan met andere kinderen, maar hoe moet
dat dan? De meeste kinderen houden zich het liefst afzijdig als er wordt
gepest. Als ze het zouden opnemen voor het slachtoffer, lopen ze de kans
zelf gepest te worden. En iedere dag zien ze hoe erg dat is. Veel
kinderen voelen zich schuldig dat ze niet in de bres springen voor het
slachtoffer of een volwassene te hulp roepen. Er zijn ook kinderen die
absoluut niet in de gaten hebben dat er gepest wordt. Ze zien misschien
wel iets gebeuren, maar kunnen de ernst van de situatie niet inschatten.
Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar.
Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen.
Dat betekent dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen
bij de volwassenen om hen heen. Voor volwassenen betekent het, dat ze
aandacht moeten hebben voor de signalen van de kinderen. Ze moeten
luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daar over praten.
Voor leerkrachten en opvoeders-begeleiders van groepen betekent het dat
ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat
die regels ook werken.
Het pestprobleem wordt lang niet altijd serieus aangepakt: ouders zeggen
dat een kind maar van zich af moet bijten, leerkrachten hebben het te
druk en de trainer van de sportclub vindt het zijn verantwoordelijkheid
niet. Als volwassenen alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd
uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer het slachtoffer omdat
ze 'geklikt' hebben.
Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken.
Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kan een begin maken
met het oplossen van het pestprobleem.
Pesten en vooral cyberpesten is een vreselijk iets. Ouders en
begeleiders staan vaak machteloos om kinderen te helpen wanneer ze
gepest worden. Toch zijn er enkele mogelijkheden. We vermelden eerst
algemene tips om met pesten om te gaan en geven dan tips die specifiek
bruikbaar zijn bij cyberpesten.
2. Algemene tips omtrent pesten
2.1.Wanneer je zelf gepest wordt als kind of jongere
Vertel wat je gebeurd is. Vertel het aan een vriend of vriendin die je
vertrouwt. Zij kunnen je steunen
Vertel het aan je ouders. Zij zijn er voor jou. Hoe moeilijk het ook is.
Ze zullen voor je opkomen en je proberen te helpen zo goed als het kan.
Vertel het je mentor, leerkracht of trainer.
Praat er met iemand over. Bedenk je dat je niet de enige bent die gepest
wordt; pesten komt juist veel voor. Je hoeft je niet te schamen, want
het is niet jouw schuld. Het gebeurt gewoon, om de een of andere reden.
De pesters moeten zich juist schamen, want zij doen iets lafs. Het
belangrijkste is dat je weet dat er een oplossing te vinden is. Het zal
echt niet altijd zo blijven. Het is heel gewoon als het je, in je eentje
niet lukt om van het pesten af te komen. Praat er daarom over met
iemand, bijvoorbeeld een vriend, je ouders, je opa of een buurvrouw. Zeg
het ook tegen de meester of juf, misschien kan die iets bedenken om jou
te helpen. Je kunt het verder vertellen aan je knuffel of je dagboek,
dat kan opluchten.
Wanneer je aan niemand durft te vertellen dat je gepest wordt is het
misschien een goed idee om de kindertelefoon te bellen. Je kunt er je
verhaal kwijt zonder te vertellen wie je bent, je hoeft niets te
vertellen wat je niet wilt Je verhaal wordt niet verder verteld. Samen
kun je misschien zoeken naar manieren om het pesten te stoppen. Het is
geen klikken als je het vertelt. De pesters doen iets fouts, en dat
probleem kun je niet in je eentje kunt oplossen. Elke dag (buiten zon-
en feestdagen) kun je tussen 14.00 en 22.00 bellen. Het telefoonnummer
voor Vlaanderen is 102. Dit is een gratis en anoniem nummer.
www.kjt.org In Nederland 0800 0432 (dec 2005). Je vindt alle
info over de Kindertelefoon ook op het internet als je in www.google.be
het woord Kindertelefoon intikt. Het is een gratis dus je ouders zien
het niet op de telefoonrekening en als je niet wilt dat iedereen het
hoort kun je ook in een telefooncel bellen.
Schaam je niet voor wat er gebeurd is. Dat jij gepest bent wil niet
zeggen dat jij minder bent of slechter bent. Iedereen kan gepest worden.
Iedereen kan het slachtoffer worden. Dit ligt niet aan jou.
Als je je schaamt om het aan je ouders te vertellen, bedenk je dan dat
als ze het niet weten, ze je ook niet kunnen helpen.
Ben trots op wie je bent. Ben trots op wat je bent en hoe je bent. Als
je uitstraalt dat het je niks uit maakt dat je fors bent of een dikke
bril hebt, of dat je kak-kleren hebt, of dat je zou stinken, of wat ze
ook maar over je kunnen verzinnen, dan kunnen ze er ook minder goed mee
kwetsen. Natuurlijk doet het nog altijd pijn wat ze zeggen, maar als je
geraakt wordt, hebben ze gewonnen.
Houd een spreekbeurt over pesten. Als je gepest wordt kan het een goed
idee zijn om een spreekbeurt te houden over pesten. Dit is natuurlijk
wel heel eng maar het heeft ook voordelen. Door een spreekbeurt te
houden over pesten, krijg de kans om aan de kinderen uit je klas
vertellen wat het voor jou betekent om gepest te worden. Door uit te
leggen hoe pesten werkt en wat voor gevolgen het heeft begrijpt de klas
waarschijnlijk beter wat je bedoelt. Bovendien gaan de kinderen nadenken
over wat ze doen. Meelopers, die het eigenlijk helemaal niet leuk vinden
dat er gepest wordt durven dat misschien tegen de pesters te zeggen en
kiezen dus eigenlijk partij voor jou. Hierdoor wordt de pesters niet
meer zo aangemoedigd door te gaan met pesten en de kans dat hij of zij
ermee stopt wordt dan heel groot.
Maak een plan waarin je;
- opschrijft waarom je denkt dat ze je pesten
- vind je dat zelf een goede reden? Nee natuurlijk niet
- bedenk waar je goed in bent en hoe je daar gebruik van kan maken
- bedenk (samen met iemand anders) oplossingen en probeer ze uit
Door een plan te maken kom je erachter wat het voor jou betekent om
gepest te worden. Het geeft je meer duidelijkheid. Bovendien kun je het
gebruiken om oplossingen op te schrijven en uit te proberen. Schrijf je
plan op een groot gekleurd vel papier en hang het op een plek waar je
het goed kunt zien. Zo wordt je er telkens aan herinnert dat het niet
jou schuld is dat je gepest wordt. Bovendien kun je oplossingen die je
hebt uitgeprobeerd doorstrepen en erbij zetten of ze goed werkten.
Als je de zoektermen pesten en cyberpesten intikt in www.google.be vind
je alvast heel veel informatie en je kunt uiteraard ook de informatie
uit dit werk ter hand nemen.
Verbeter je sociale vaardigheden door bijvoorbeeld naar een sportclub,
natuurvereniging, jeugdbeweging of eender welke jongerengroep te gaan,
waar ze jou nog niet kennen. Als je daar leuke andere kinderen leert
kennen, merk je vanzelf dat er ook nog anderen zijn in de wereld,
waarmee je het wčl fijn kunt hebben.
Je kan ook een training in sociale vaardigheden gaan volgen. Via de
schoolbegeleidingsdienst kan je adressen bekomen waar je deze trainingen
kunt volgen. Een sociale vaardigheidstraining ook wel
assertiviteitstraining genoemgd is een soort cursus waarin je leert om
voor jezelf op te komen. Je leert er bijvoorbeeld de goede kanten van
jezelf te zien, kritiek geven en krijgen,luisteren, een praatje
maken,nee zeggen, je gevoelens uiten. Zo’n cursus kan je helpen om meer
voor jezelf op te komen en dus minder bang te worden. Je leert allerlei
trucjes die je kunnen helpen bij het maken van nieuwe vrienden of
vriendinnen. Ook leer je hoe je duidelijk maar toch vriendelijk kunt
zeggen dat je iets niet wilt. Bovendien doe je de training samen met
kinderen die net als jij ook niet zo goed voor zichzelf durven op te
komen, erg verlegen zijn of moeilij vrienden maken. Er zijn dus meer
kinderen zo als jij! Natuurlijk ga je naar een sociale
vaardigheidstraining om wat te leren maar je zult zien dat het ook heel
gezellig is!
Ga eens een boek lezen over pesten. In de bibliotheek zijn boeken te
vinden over pesten. Het kan prettig zijn om die te lezen, omdat je dan
merkt dat je niet de enige bent en omdat het je op ideeën kan brengen.
2.2. Tips voor jongeren om met hun ouders of begeleiders over pesten
te praten
Is er iets?’, vraagt mijn moeder. ‘Nee, hoor’, zeg ik ontkennend en ik
kijk weg. ‘Volgens mij wel, je doet de laatste tijd zo anders’. ‘Mam, er
is niets, dat heb ik toch al gezegd, stop eens met dat gezeur’, mompel
ik kwaad. Stampend ren ik de trap op naar boven, naar mijn slaapkamer.
Vele gedachten schieten door mijn hoofd; ik vraag me af waarom ik het
niet gewoon durf en kan zeggen, waarom ik mij schaam. Zouden ze boos
worden als ik het ze vertel of naar school gaan? Ik voel me ellendig,
maar het is ook allemaal mijn eigen schuld. ’
Een voorbeeld dat voor velen herkenbaar zal zijn. Praten over pesten is
heel moeilijk. Toch is het enorm belangrijk. Wanneer je ouders of andere
belangrijke personen in je leven weten dat je gepest wordt, kunnen ze je
helpen en steunen.
Vaak is er een schuldgevoel, je denkt dat je stom bent dat het je eigen
schuld is dat je gepest wordt. Of dat het jouw probleem is en jij het
zelf moet oplossen en dat je anderen niet tot last moet zijn. Wanneer je
er met niemand over praat kan niemand je steun geven of je helpen. Twee
dingen die je juist hard nodig hebt; steun en hulp. Veel kinderen maar
ook volwassenen willen wel over het pesten of hun pestverleden praten
maar durven dit niet. Vaak speelt schaamte daarin grote rol in. En hoe
moet je zoiets bespreken? Het onderwerp ligt heel gevoelig en je weet
niet hoe de ander op jouw verhaal zal reageren.
Er zijn een aantal dingen waar je op kunt letten, wanneer je het wilt
bespreken:
-Bedenk van te voren wat je wilt bepraten (maak eventueel een lijstje)
-Bedenk van te voren hoe je het wilt bespreken (je kunt ook een brief
gebruiken)
-Zeg tegen de persoon dat je over iets (belangrijks) wilt praten
-Vraag ook of die persoon tijd heeft, maak eventueel een afspraak
-Zoek een rustige ruimte op, waar je niet gestoord wordt
-Vertel feiten, maar ook wat je voelt en denkt
-Geef ook aan wat je van de persoon verwacht (wil je dat hij/zij iets
doet?)
Deze punten kunnen je helpen om het gesprek goed te laten verlopen.
Wanneer je het moeilijk vind om er over te praten, kun je dit ook aan
het begin van het gesprek zeggen. Wanneer de persoon met wie je wilt
praten dat weet kan hij/zij daar rekening mee houden.
Het is echt belangrijk dat je met iemand over je problemen kunt praten.
Dit hoeven niet je ouders te zijn, maar denk ook aan collega’s,
klasgenoten, vrienden en andere familieleden. Je hoeft het niet alleen
te doen er zijn altijd mensen die voor je klaar staan, die om je geven
en je echt willen helpen. Natuurlijk kun je altijd op het forum van
tegenpesten.nl terecht, daar kun je ook om meer tips vragen of
ervaringen van anderen.
(www.tegenpesten.nl)
3.Tips over pesten op school
Pesten gebeurt meestal op school. Er zijn een heel aantal tips die voor
iedereen gelden op alle scholen, die je maar net even moet weten. Je
hebt namelijk rechten als slachtoffer.
De school moet jou serieus nemen als je met een klacht over pesten komt.
Of je dat nu zelf doet of je ouders, dat mag geen verschil uitmaken.
Het is belangrijk dat je zo compleet mogelijk vertelt wat de daders
hebben gedaan. Niets is niet erg genoeg om te vertellen. Soms wordt je
gevraagd om je verhaal vaker te vertellen en aan andere personen. De
school mag je hiertoe niet verplichten.
De school mag jou niet verplichten je verhaal te doen in bijzijn van de
daders. Als je er geen problemen mee hebt, is dat ook geen probleem. Als
je er wel problemen mee hebt, dan mag je hiervoor kiezen om het niet te
doen.
De school zal je vragen om daders aan te wijzen. Wijs ze dan ook
allemaal aan. Je hoeft niemand te beschermen die meegedaan heeft. Wijs
ze dan ook echt allemaal aan.
Op de meeste scholen zal je leerkracht of je mentor een gesprek met de
daders hebben. Dit kan negatieve gevolgen voor jou hebben als dit niet
goed gebeurd. Wordt het na zo’n gesprek erger, ga dan direct naar je
leerkracht of mentor en vertel wat er gebeurd is. Wacht niet.
Heb je het gevoel dat het allemaal niet helpt of dat je mentor of
leerkracht je niet serieus neemt, vraag dan naar de vertrouwenspersoon.
Deze is er voor jou en kan en mag meer dan je mentor of leerkracht. Als
er geen vertrouwenspersoon is, vraag dan naar de medewerker van het CLB
(Centrum voor leerlingenbegeleiding België) of iemand van de
schoolbegeleidingsdienst (Nederland)
Tips wat kan ik doen tegen pesten
Vaak hoor je mensen zeggen: “Hij moet maar wat flinker zijn en er tegen
kunnen.” Of: “kom nou, daar kun je toch wel tegen?”
4.Hoe als ouders/begeleiders cyberpesten aanpakken
Het klopt dat heel veel daarom draait bij kinderen. Ik sprak eens een
jongen van negen die een gsm aan zijn riem had hangen maar het ding
werkte niet. Nou, dat gaf niet, zo zei hij, als hij maar kon tonen dat
hij er eentje had. En zo zijn er talloze voorbeelden.
"De helft van de Nederlandse meisjes in de basisschool zit in over haar
gewicht. Ze zien clipjes en reclame en denken dat je een beter, leuker
mens bent als je er zo gestroomlijnd uitziet. Zeker rond twaalf en
dertien jaar, een overgangsleeftijd, wordt er veel gepest en die
kinderen voelen een gigantische druk om te voldoen aan de eisen van de
leeftijdsgroep en dat zet zich over op de ouders. Die willen het beste
voor hun kind en zeker niet dat het gepest wordt. En dus kopen ze die
dure schoenen. Aan ouders leggen wij uit dat je daarmee enkel het
probleem uitstelt, want volgende maand wordt hij gepest omdat hij niet
de juiste boekentas heeft. Dat pesten, daar moet op ingepikt worden.
"De kinderen stellen we vragen over hun zelfbeeld en statusangst. 'Mijn
moeder koopt ook alles', is soms een antwoord, en dat klopt natuurlijk.
Als ouders geen 'nee' kunnen zeggen, kunnen kinderen dat zeker niet. Uit
de sessies met de kinderen blijkt echter dat ze ook op het emotionelere
vlak van zelfbeeld en pesten weerbaarder kunnen worden. Je stelt ze het
best zoveel mogelijk open vragen. 'Waarom denk je dat jij te dik bent?',
'Hoeveel weeg je dan?' enzovoort. Opvoeders die zeggen 'dat is stom' of
'je bent niet sloom of dik' hebben niet veel effect. Door kinderen uit
te horen over hun zelfbeeld of over pesterijen doe je hen inzien wat de
belachelijke mechanismen erachter zijn. Het is ook belangrijk om thuis
van media en reclame een gespreksonderwerp te maken. Dat wakkert hun
zelfbewustzijn aan." (De Morgen 04/12/2004)
Laura (14) heeft wat pikante foto's van zichzelf doorgestuurd naar haar
vriend. Maar na enkele weken raakt het uit. Laura stelt tot haar grote
schrik vast dat haar pikante zelf overal opduikt: haar ex-vriendje heeft
de foto's naar al zijn vrienden rondgestuurd, die ze op hun beurt hebben
doorgemaild. Zo krijgt de halve school ze te zien. Marjan Gerarts van
Action Innocence: ,,En niet alleen de halve school, maar de halve
wereld. Laura staat voor de rest van haar leven op het internet.
Jongeren zijn zich hier niet van bewust. Ze zitten veilig thuis achter
hun computer, en schatten de grote gevolgen niet in. Dat geldt evengoed
voor Laura als voor haar ex-vriend. Voor scholen is dit een heikel
probleem: moeten ze zich dit aantrekken? Het gaat duidelijk om pesten,
en elke school heeft tegenwoordig een goed antipestplan. Maar dit
gebeurde strikt genomen niet binnen de schoolmuren. Scholen en ouders
moeten hiertegen de handen in elkaar slaan.,Ouders en jongeren moeten
zich er ook van bewust zijn dat 'spaces' en 'weblogs' toegankelijk zijn
voor iedereen, over de hele wereld. Let dus op met wat je daar van
jezelf, of anderen, laat zien”'
Bij Lien thuis bellen er ineens vreemde mannen aan, die naar haar
vragen. Ze duiken ook op bij de sportclub. Na onderzoek blijkt een
klasgenoot een profiel te hebben aangemaakt op haar naam en adres, en
die persoon heeft geile, uitnodigende mails rondgestuurd. Marjan Gerarts
van Action Innocence: ,,Dit gaat om pestgedrag dat echt een zaak voor de
politie is. Lien werd gestalkt als gevolg van cyberpesten, en stalken is
bij wet strafbaar. Er doen zich allerlei vormen van cyberpesten voor:
men vormt netwerken waarbij men afspreekt om iemand op school te pesten,
of om iemand uit te schelden via mail. Of men trukeert foto's. Je hoofd
op een ander lichaam zetten bijvoorbeeld. En dat lichaam is dan naakt of
het wordt gefolterd en er is overal bloed te zien. Dat choqueert enorm,
als je zoiets van jezelf ziet.,In het verlengde hiervan zijn er sites
die expliciete geweldscčnes laten zien: verminkte lichamen, bloed,
uiteengerukte ledematen. Namen van die sites worden doorverteld met een
zekere bravoure: 'durf je wel?' Ik verzeker je, kinderen en jongeren die
dit 'durven' bekijken, liggen er 's nachts van wakker.'' (De Standaard
01/06/2006)
Het is niet prettig om als ouders of begeleiders te merken dat een kind
of jongere wordt gepest. De gevolgen van pesten kunnen heel zwaar zijn,
maar het probleem likt niet altijd even erg. Soms zeggen ouders tegen
hun kinderen dat ze maar van zich af moeten bijten of dat ze maar moeten
terugpesten. Maar voor het kind is dat niet zo eenvoudig. Moeten we er
ons als ouders of begeleiders maar bij neerleggen dat kinderen elkaar
altijd zullen pesten of kwellen : het hoort bij het kinderleven horen we
vaak. Agressie en geweld zijn inderdaad even oud als de mens zelf. Maar
dat is geen reden om er machteloos bij neer te gaan zitten. We mogen
niet toestaan dat iemand voortdurend door anderen wordt getreiterd. Dat
is een inbreuk op zijn recht om in vrijheid te leven.
Pesten gaat ook niet vanzelf over. Als er niet wordt ingegrepen, worden
pesterijen vaak steeds brutaler en gemener. Een pestkliek beweert altijd
dat het pesten maar een spel of een grap is, maar ze kunnen er moeilijk
mee stoppen. Elk apart zullen de pestkoppen in bijzijn van een
volwassene toegeven dat ze de pesterijen niet zo onschuldig of grappig
vinden, maar als ze in groep vertoeven en de anonimiteit van het
internet hen beschermt, schakelen ze hun persoonlijk geweten uit.
De beste manier om iets tegen pesten te doen is daarom de hele groep aan
te pakken. Als de pestkoppen hun achterban van meelopers en supporters
verliezen is het meestal snel uit met het pesten. Hoe kun je kinderen
die gepest worden helpen ?
Een gezonde reactie is het kind extra in bescherming te nemen. Je kan
het kind thuis extra gezellig maken of eens samen gaan winkelen. Het is
goed dat kinderen en jongeren zich bij hun ouders veilig kunnen voelen.
Daarnaast is het belangrijk het slachtoffer van het pesten te helpen bij
het opbouwen van zelfvertrouwen. De jongere moet (opnieuw) leren om
contacten te leggen en te onderhouden met leeftijdgenoten. Als hij of
zij zich vrijer gaat voelen in de omgang met leeftijdgenoten, wordt ook
het zelfvertrouwen groter. Praat er met de jongere over hoe zij of hij
dat zou kunnen aanpakken. Het zelfvertrouwen van uw kinderen wordt ook
bevorderd als u hen stimuleert om zelfstandig iets te ondernemen. Geef
hen inspraak waar dat kan, bijvoorbeeld bij de inrichting van hun kamer
of het bepalen van de vakantiebestemming.
Dit soort positieve ervaringen kan uw kinderen net die kracht geven die
nodig is om zich tegen het pesten door andere kinderen te verzetten.
Gevoel van eigenwaarde opbouwen
Veel ouders hebben de neiging om hun kind extra te gaan beschermen tegen
teleurstellingen als ze weten dat het kind wordt gepest. Misschien
brengt u haar of hem wat vaker weg en gaat u vaker mee naar activiteiten
dan u zelf zou willen. Dat is een heel begrijpelijke reactie.
Toch is het belangrijk om dit na een tijdje wat af te bouwen. Het kind
moet leren, of opnieuw leren, om contacten met leeftijdgenoten op te
bouwen op zijn eigen manier. Als hij of zij zich vrijer gaat voelen in
de omgang met leeftijdgenoten, wordt ook het zelfvertrouwen groter.
Natuurlijk kunt u daarbij best eens een steuntje in de rug geven,
bijvoorbeeld door uw kind te vragen om een aardig klasgenootje eens mee
naar huis te nemen. Hou het echter wel bescheiden. Soms willen ouders zo
graag dat hun kinderen populairder worden, dat ze andere kinderen wel
willen overstelpen met snoep en cadeautjes als ze maar aardig zijn tegen
hun eigen kind. Dit werkt vrijwel nooit, kinderen laten zich niet
omkopen. Het zelfvertrouwen van het kind wordt ook bevorderd als u haar
of hem stimuleert om zelfstandig iets te ondernemen. Geef hem of haar
inspraak waar dat kan, bijvoorbeeld bij het kopen van kleren of het
bepalen van het doel van een dagje uit.
U helpt uw kinderen ook als u ze de kans geeft om over de gang van zaken
in het gezin hun zegje te doen. Wat zit ze dwars? Wat vinden ze
oneerlijk? Hoe kan het volgens hen beter? Zonder dat ze altijd hun zin
zullen krijgen, leren kinderen op deze manier voor zichzelf op te komen.
Ze leren dat ze hun eigen mening kunnen laten horen en dat die mening er
iets toe doet. Dat er naar wordt geluisterd en dat er rekening mee wordt
gehouden. Dit soort positieve ervaringen kan uw kinderen net die kracht
geven die nodig is om zich tegen het pesten door andere kinderen te
verzetten.
Het zelfvertrouwen van kinderen kun je versterken door ze frequent een
spiegel voor te houden, waarin te lezen valt dat ze het goed doen of op
de goede weg zijn. Zelfs compleet ‘falen’ kan een positieve wending
krijgen, als de waarde van de poging om iets tot stand te brengen wordt
onderstreept. Je kunt kinderen helpen eigen mogelijkheden, kenmerken,
wensen, gevoelens, beperkingen en voorkeuren te ontdekken en die te
waarderen of mee leren om te gaan. Hierdoor komen kinderen minder
onzeker over in een groep en zullen ze minder snel het slachtoffer
worden van pesterijen. (Bron : http://lessen.cyberstar.nl/documenten/)
Hoe ga je nu concreet met een pestprobleem om. In een apart onderdeel
geven we specifieke tips inzake bescherming (voorkomen) bij cyberpesten.
Hier bespreken we algemene tips inzake omgaan met het pestgedrag.
Het is niet zo makkelijk om pestproblemen aan te pakken omdat het vaak
om verschillende situaties gaat. Iedere pestsituatie is anders.
Als hulpverlener moet je eerst en vooral genoeg informatie over het
probleem trachten in te zamelen : wie pest wie en hoe lang, wat is de
reden, wat is er gebeurd, wie is er allemaal betrokken, enz. Als je weet
waarom iemand wordt gepest, wat de drijfveren van de pestkop zijn, kun
je proberen de reden voor het pesten of gepest worden weg te halen.
Zeker als de pester voordelen haalt uit het pesten, kan je trachten deze
voordelen weg te halen, bijvoorbeeld de macht die de pester haalt uit
zijn pestgedrag. Beter nog is te zoeken naar andere wegen waarbij de
pester op een positieve manier aan die voordelen kan geraken.
Als er sprake is van een pestgroep, tracht dan zoveel mogelijk de leden
uit elkaar te halen en vooral ze afzonderlijk aan te spreken. In groep
voelt men zich sterker en wordt er niet graag toegegeven dat men fout
is.
Pesterijen moet je bespreekbaar maken, want velen reageren er niet tegen
uit angst om op dezelfde manier behandeld te worden of omdat ze niet
weten wat ze ertegen kunnen doen.
Slachtoffers van pesterijen moeten ergens terecht kunnen met hun verhaal
en het gevoel ervaren dat ze begrepen worden en dat de verzekering
krijgen dat er naar een oplossing wordt gezocht.
Bij
voorkeur gaat de begeleider bemiddelen en niet veroordelen. Het risico
is immers als hij de pestkop gaat veroordelen of straffen, dit zich
achteraf nog erger wreekt naar het slachtoffer toe. Het goede voorbeeld
geven en positief gedrag belonen levert meer resultaten op dan alles op
zijn beloop te laten en autoritair op te treden en te straffen. Straffen
op zich brengt de pester niet tot een ander inzicht.
Uiteraard moet de aanpak van pesten op een of andere manier in een
schoolreglement of clubgedragsregel duidelijk omschreven worden, dat men
weet dat het niet getolereerd zal worden. Het is ook van belang dat
tussen begeleiders, bijvoorbeeld in een school duidelijke richtlijnen
zijn hoe men omgaat met pesten, opdat niet situaties verschillend
aangepakt worden.
Tenslotte
is het van belang dat het slachtoffer aan zichzelf werkt. Ook al is het
belangrijk dat de pestkop op zijn gedrag en de gevolgen daarvan wordt
gewezen, verdient het aanbeveling dat men op alle mogelijke manieren de
weerstand van het slachtoffer probeert te versterken. Het pesten zal
immers misschien niet onmiddellijk stoppen of er kunnen later nog andere
pestsituaties ontstaan. Dit kan onder meer door weerbaarheids- en
assertiviteitstrainingen. Bij een assertiviteitstraining traint men
vooral de mentale en fysieke weerbaarheid, terwijl bij
weerbaarheidstraining ook het fysieke aspect een rol speelt. Wie fysiek
sterker staat, krijgt daardoor ook een groot deel extra mentaal
zelfvertrouwen. Nu is dit bij cyberpesten wellicht niet zo noodzakelijk,
maar meestal beperkt pesten zich niet tot cyberpesten alleen. Wanneer
ook in reële contacten van zich leert afbijten, zowel verbaal als
fysiek, kan men ook digitale pestboodschappen beter aan.
5.Omgaan met cyberpesten
5.1. Algemene tips voor ouders
Weinig jongeren praten met hun ouders over de contacten die ze on line
leggen. Ouders voelen zich vaak dom omdat hun kinderen beter vertrouwd
zijn met de technologie, de forums en de chatrooms dan zijzelf. Toch
blijven ouders (en leerkrachten) onmisbaar. Kinderen en jongeren
beschikken immers niet over voldoende levenservaring. Opvoeders kunnen
kinderen en jongeren helpen om de valstrikken op het internet te
herkennen en te vermijden. Een belangrijke rol om te vervullen!
Enkele tips
1. Zet de pc op een centrale plek in de woning zodat je je kind in de
gaten kunt houden. Ook al heeft het kind zijn pc op zijn of haar kamer
staan, houdt dan toch steeds een oogje in het zeil door regelmatig
binnen te springen en te vragen wat men op internet doet. Kinderen
worden niet graag bespioneerd en zeker niet wanneer ze ouder worden,
maar het kan geen kwaad actieve oprechte belangstelling te tonen.
2. Leer uw kind wat netiquette is. Blijf hoffelijk en strooi geen
kletspraatjes rond
Onder netiquette verstaan we: de gedragsregels op het Internet. Leer je
kind altijd vriendelijk, eerlijk en beleefd te blijven, en niet (terug)
te gaan schelden als iemand vervelend doet. Online gelden dezelfde
omgangsvormen als offline. En wat anderen kunnen, kan uw eigen kind
natuurlijk ook. Denk niet dat uw eigen kinderen altijd het lieverdje
zijn. Ook zij kunnen andere kinderen uitdagen, pesten of lastigvallen.
Ze kunnen zich anders voordoen dan ze zijn. Zorg dat ze geen beledigende
berichten of bedreigingen posten. Wie zich bij het chatten en mailen aan
dit soort fatsoensregels houdt, zal zelf ook minder snel in de problemen
komen.
3. Op de website www.planet.nl vind je een aantal vuistregels voor goed
internetgebruik voor zowel kinderen van 9 tot 13 jaar als voor kinderen
ouder dan 13 jaar. Print de vuistregels uit en hang ze naast de
computer.
4. Weet waar u het over hebt als ouders
Zorg dat u zelf genoeg weet van Internet, om te begrijpen waar uw kind
mee bezig is. Maak uzelf vertrouwd met de belangrijkste mogelijkheden.
Ga chatten, MSN-en, surfen en zoeken, downloaden en mp3’tjes delen.
Alleen op die manier kun je je kind echt webwijs maken.
5. Praat over internet
Praat regelmatig met uw kinderen en hun vrienden en vriendinnen over wat
ze doen en meemaken op Internet, en hoe ze dat vinden. Vertel ook over
uw eigen ervaringen. Op die manier laat u weten dat u ontvankelijk bent
voor hun ervaringen en zullen ze eerder naar u toekomen als dat nodig
is.
5.2. Tips voor ouders van via internet gepeste kinderen
Als je merkt dat jezelf of je kind gecyberpest wordt, ga je een
moeilijke periode tegemoet. Naast de emotionele last die je moet dragen
moet er ook tijd geďnvesteerd worden in contacten met providers om de
daders te achterhalen, in het contacteren van school, leerkrachten,
hulpverleners of zelfs politie als het een ernstige vorm van pesten is (vb
verspreiden van naaktfoto’s). Hieronder volgen een aantal tips.
1. Reageer niet op pest-mails. Negeren ontmoedigt de pesters.
2. Zorg ervoor dat alle bewijsmaterialen bewaard blijven. Vertel
kinderen dat ze pest-mails bewaren als bewijs. Van websites kan je
eenvoudig afprints maken door te klikken op de knop ‘PrintScreen’ op je
toetsenbord en dan te plakken in een tekstverwerker zoals bijvoorbeeld
Word.
3. Praat met de school over het antipestbeleid zonder expliciet klacht
in te dienen tegen pestkoppen.
Als het pesten in de klas wordt aangekaart, bestaat het gevaar dat het
slachtoffer opnieuw door de pester(s) te grazen wordt genomen. Dat
gevaar is echter kleiner wanneer de school een goed anti-pest-beleid
hanteert. Bespreek dit met een leerkracht of met de directie.
4. Praat erover met andere ouders, bijvoorbeeld via het discussieforum
van Ouders Online (www.ouders.nl) of andere websites waar pesten het
thema is. (meer info op www.cyberpesten.be of www.digitaalpesten.be)
Hoe zorg je dat kinderen zorgeloos, veilig op het net kunnen vertoeven?
Door betrokken te zijn bij wat ze doen. Geen enkele ouder stuurt zijn
kinderen zomaar de straat op, de grote stad in. Je vertelt ze wat ze
daar kunnen verwachten, wat leuk is en wat niet, wat wel mag en wat
niet. En in het begin blijf je er een beetje bij. Hetzelfde zou
eigenlijk voor Internet moeten gelden. Maar dan moet je natuurlijk wel
weten waar het over gaat. De beste tips krijgt u van collega-ouders die,
net als u, kunnen putten uit de praktijk.
5. Maak een melding bij de politie bijvoorbeeld de lokale wijkagent of,
als het echt ernstig is, doe aangifte bij de politie. Bij een gewone
melding zonder indienen van klacht onderneemt de politie geen actie. Er
wordt geen proces-verbaal opgemaakt en men gaat niet op zoek naar de
dader. Er gebeurt dus verder niets, maar het voordeel is wel dat de
politie op de hoogte is. Een melding kan van belang zijn voor eventuele
vervolgmeldingen of andere (latere) aangiftes van een klacht. Tijdens de
melding kunt u tegelijkertijd informeren wat de gevolgen zijn van het
doen van aangifte.
6. Neem uw kind serieus, maar leer hem of haar ook te relativeren. Een
kind denkt al snel dat het zijn eigen schuld is dat hij gepest wordt.
Probeer dat schuldgevoel te voorkomen en neem alles waarmee uw kind zich
tot u wendt serieus. Het komt niet gauw in een kind op om te denken dat
iemand ‘voor de lol’ een hatemail stuurt en dat het eigenlijk helemaal
niet speciaal voor jou bedoeld is, terwijl het vaak wel zo gaat. Je hebt
het dus niet in de hand dat iemand zulke mail naar je stuurt, maar je
kunt wel zelf bepalen in hoeverre je jezelf erdoor laat beďnvloeden.
Wimpel het probleem niet weg, maar probeer het wel wat te relativeren.
5.3. Tips voor de leraar
De pester is gekend.
Hoe reageer je op de pester?
1. Maak duidelijk dat jij/de school dat pestgedrag niet accepteert.
2. Praat met de pester. Probeer samen zicht te krijgen op de diepere
beweegredenen. Waarom doet hij dat? («'t Is maar een spelletje», «Uit
verveling»...) Welke pestspelletjes haalt hij uit?
3. Speel in op zijn inlevingsvermogen («Hoe zou jij reageren mocht dit
jou overkomen?» «Zou je wat hier staat ook 'in real life' durven
zeggen?»).
4. De meeste leerlingen zijn erg gevoelig voor die inleving en begrijpen
achteraf wel dat cyberpesten niet kan. Maar sommigen ook niet («Het kan
me niet schelen wat met die ander gebeurt»). Ze blijven de feiten
minimaliseren. Die jongeren hebben vaak zelf een probleem en vragen
extra begeleiding (de leerlingenbegeleiding op school, CLB, externe
hulp...).
5. Stel een mogelijke sanctie zo lang mogelijk uit. Doe een beroep op
het verantwoordelijkheidsgevoel en het gezond verstand van de
cyberpester. Vraag hem wel op te houden met zijn pestgedrag en mogelijke
sites, berichten enz. te verwijderen. Laat hem of haar zijn excuses
aanbieden. Vaak volstaat dit al voor diegene die gepest werd.
6. Verwittig de ouders van de leerling bij ernstige vormen van
cyberpesten.
7. Praat erover in de klas, zeker als andere leerlingen in het spel
zijn. Je kan kiezen voor de 'no blame'-aanpak, de klasthermometer of een
andere veilige gespreksvorm. Dezelfde manier van werken kan je aan
ouders van een pester aanraden.
8. Spreek regels af over hoe je met elkaar omgaat op internet
Niet schelden, niet terugschelden, niet hacken, geen virussen versturen,
elkaar niet laten schrikken, niet roddelen.
9. Stel een vertrouwenspersoon aan. Dit kan bijvoorbeeld een groene
leerkracht zijn. Kinderen en ouders moeten bij iemand aankloppen die
kennis van zaken heeft en – door de grootst mogelijke zorgvuldigheid in
acht te nemen -- kan helpen. In sommige scholen gaat men nog verder. De
school KTA2 in Hasselt plaatste een oude caravan op de speelplaats waar
jongeren die dat willen kunnen gaan babbelen met andere jongeren. Het
project noemt ‘peermediation’. Leerlingen van het vijfde en zesde jaar
zijn aanwezig tijdens de middagpauze op de speelplaats van de leerlingen
van het eerste en tweede jaar en lossen probleempjes op tussen deze
leerlingen. In totaal zijn er 10 peermediators actief, acht meisjes en
twee jongens. De caravan waarin alles gebeurt, noemen ze de babbelbox.
Het voordeel is dat de oudere leerlingen niet optreden als bestraffer,
zoals een leerkracht vaak wel overkomt. Men nodigt pestkop en
slachtoffer uit en probeert via bemiddeling uit de impasse te geraken. (Noega,
2006, p.8) Andere scholen werken met projecten van groene leerlingen,
dit zijn leerlingen die de rol van contactpersoon spelen en problemen op
school helpen oplossen. Een aantal JAC’s organiseren opleidingen voor
deze leerlingen met bijzondere aandacht.
De pester is niet gekend
1. Wat doe je zeker niet? Jezelf opstellen als machteloos («Wat kunnen
wij daar nu aan doen?» «Wat buiten de school en op internet gebeurt, is
toch onze zaak niet?»). Leerlingen kijken uit naar een volwassen
antwoord. Dit helpt hen om zelf een mening te vormen.
2. Toon interesse in wat kinderen doen op internet. Pas als je weet wat
ze doen online en het er met ze over hebt, kun je ze helpen
3. Zorg voor een positief klas- en schoolklimaat: in een sfeer die
vertrouwen en degelijkheid uitstraalt, kaarten leerlingen en ouders
makkelijker een probleem aan. Het versterkt ook de draagkracht van het
team.
4. Heb aandacht voor hoe leerlingen (en leerkrachten) omgaan binnen de
klas- of lesgroepen. Neem hun sociaal functioneren mee op in
(zelf)evaluaties en klasbesprekingen.
5. Zorg voor een laagdrempelig meldpunt op school waar leerlingen en
ouders terecht kunnen met hun vragen en problemen en dus ook
pestklachten. Communiceer daar ook duidelijk over.
6.Zorg dat er genoeg expertise is op school. Wie coördineert, heeft
kennis van zaken, boezemt ook omwille van zijn expertise genoeg
vertrouwen in bij de leerlingen en de collega's.
7.Maak afspraken over gsm- en computergebruik tijdens de lesuren. Zorg
dat er bij elke schoolcomputer een logboek ligt dat elke gebruiker
invult. Zo weet je op elk moment wie achter welke computer zit.
Cyberpesten gebeurt soms van op school.
8. Probeer pesters en slachtoffers actief te betrekken bij het
antipestbeleid. Laat ze in plaats van 'deskundigen' een bijeenkomst
organiseren waarin ze laten zien wat de mogelijkheden van het internet
zijn. Op die manier toon je ook respect voor hun digitale wereld.
9. Bekijk welke foto's je op de schoolwebsite plaatst (geen close-ups
bv.) en vraag expliciete toestemming aan de ouders.
10. Soms is de identiteit van de dader te achterhalen door uit te zoeken
van welke computer het bericht is verzonden. Als het op school is
gebeurd, kan de leerkracht nagaan wanneer het bericht is verstuurd en
welke klas op dat moment gebruik maakte van de computer. De stijl van
het bericht en eventuele taalfouten kunnen de dader verraden. De dader
kan wellicht ook worden gevonden door in de klas te praten over wat er
is gebeurd. Het kan nodig zijn de politie te betrekken.
11. De school heeft een anti-pest-beleid nodig. Dit is een document
waarin niet alleen is opgenomen hoe de school moet omgaan met pesten op
het schoolplein en in de klas maar ook met pesten via internet. Dat
werkt namelijk ook door in de klas. In een apart onderdeel stellen we
een voorbeeld van zo’n protocol voor.
12.Leraren zouden minstens eenmaal in hun loopbaan tijdens
inservice-trainingen een cursus tegen pesten moeten volgen zodat ze dit
verschijnsel gemakkelijker herkennen en het de kop kunnen indrukken. Op
lerarenopleidingen moeten aankomende leerkrachten geďnformeerd worden
over pesten in het algemeen en cyberpesten in het bijzonder.
5.4.Hulp aan het gepeste kind
1. Internet-pesters kunnen gemakkelijk anoniem blijven. Daarom is het
vaak niet mogelijk om een dader te achterhalen en zit er niets anders op
dan het effect te minimaliseren. Dat kan het beste door niet te reageren
op haat-mailtjes of andere ongewenste e-mail. Als de dader geen respons
krijgt, gaat de lol er snel af.
2 Stel hem/haar gerust, ook al komen de boodschappen hard aan. Zeg dat
hij de beledigingen of bedreigingen niet persoonlijk of ernstig moet
nemen. Wijs erop dat hij/zij geen schuld draagt. Help om te achterhalen
wie de dader zou kunnen zijn, door bijvoorbeeld tips te geven om de
computer te onderzoeken.
3 Onderzoek samen de manier van pesten. Is dat vluchtig, voorbijgaand?
Kan je het wat relativeren of gaat het om ernstige gevallen en moet
gepast gereageerd worden (bv. stalken)?
4 Beloof geen snelle oplossing: «Ik zorg ervoor dat dat snel stopt.»
Cyberpesten is complex.
5. Geef enkele tips zoals : Blokkeer afzender mail of blokkeer MSN'er.
Het is zo simpel, zonder dat degene die je blokkeert het door heeft. Als
er iets vervelend gebeurt in de chat, ga dan weg
Log eventueel opnieuw in met een andere bijnaam (nickname). Vat
scheldpartijen of beledigingen niet persoonlijk op, zeker als het komt
van mensen die je niet kent. Vaak zegt men vervelende dingen uit
verveling. Heb het er met iemand over die veel van computers en internet
weet en die niet meteen iedereen vertelt dat je gepest wordt.
6 Vraag het kind om bewijsmateriaal te verzamelen en niet te deleten
(via de archieffunctie van zijn gsm of de printscreen-functie van de
computer).
7 Misschien kan je helpen het pesten op een technische manier te
stoppen. In een chatroom breng je de administrator op de hoogte. Die kan
de pestkop waarschuwen en zelfs verwijderen. Providers kunnen pestsites
verwijderen. Bij ontvangst van ongewenste e-mails, sms'jes of berichten
op msn kan je de zender blokkeren. Dat klinkt mooi in theorie, maar in
de praktijk loopt dat wel wat minder vlot (providers doen stroef,
pesters veranderen voortdurend van identiteit). In een aparte rubriek
vind je over deze technische zaken meer informatie.
8 Bij ernstige gevallen (stalken, reële bedreigingen) kan je het Federal
Computer Crime Unit (FCCU) van de politie inschakelen. Die kan bv. op
zoek gaan naar het IP-adres van de computer van waaruit pestboodschappen
vertrekken. Cyberpesters vinden altijd ontsnappingswegen. Maar alles is
ook te traceren. Kinderen denken dat ze nooit gesnapt zullen worden.
Maar zelfs aan een Worddocument hangt de naam van de persoon die het
programma geďnstalleerd heeft. Eigenschappen van documenten verraden de
geregistreerde eigenaar van het programma.
Websites waar je klachten kan indienen zijn :
www.nlip.nl
www.meldpunt.org
www.meldpunt.nl
www.gpj.be/nl/meld_kp.htm
http://www.cyberhate.be/ Bij dit meldpunt kun je terecht voor het melden
van racistische of andere haatberichten op internet
http://www.kinderrechtencommissariaat.be/
(Bronnen o.a. www.klasse.be en www.planet.nl)
Als je
cyberpestende informatie van internet wil laten verwijderen kan je
natuurlijk eerst en vooral de makers van de website zelf contacteren.
Als er bijvoorbeeld een vals profiel is opgemaakt in Facebook,
contacteer dan de facebookmakers, dat kan rechtstreeks via de website
zelf of via emailcontact met het facebookteam. Een voorbeeldcontactadres
dat werkt (een beledigende facebookpagina werd effectief verwijderd na
contact met dit adres) is "The Facebook Team"
ip+0frejxe@support.facebook.com Denk er wel aan om je
informatie steeds in het Engels te verzenden. Onder account/helpcentrum
vind je informatie over alle mogelijke beschermingsinstellingen en hoe
je contact kunt opnemen bij misbruik. Je vindt daar ook info over wat te
doen bij cybepesten in facebook. Op elke pagina staat overigens een link
met
1. Tel tot tien als je ergens over geďrriteerd bent op internet/msn, zeg
geen dingen waar je later spijt van krijgt
2. Een geintje hoeft niet altijd als een geintje over te komen.
Stuur je iemand een virus via MSN bijvoorbeeld, dan lijkt dat misschien
heel amusant. Maar een computer kan zo vast lopen dat er veel geld moet
worden besteed om de computer te repareren.
3. Zet geen informatie over anderen op je eigen homepage, ook niet voor
de grap.
4. Bewaar je wachtwoord voor je mail en MSN zorgvuldig en geef ook niet
te snel je mailadres weg
Inbreken op het account van een ander is een strafbaar feit. Je geeft je
adres en telefoonnummer ook niet zomaar aan iemand, dus ook niet op
internet.
5. Blijf aardig en vriendelijk, wees niet lomp.
6. Doe de “veiliginternettest” op de site van Klasse. “Ben je een
chatchampignon of een mailmuskiet? Een webkip zonder kop of een surfslak
zonder huis? Hoe veilig surf jij op de digitale golven? Doe de test en
laat je hangen in het kleverige web.” http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=11679
6. Pesten en politie en gerecht
Over de justitiële aspecten over cyberpesten gaan we dieper in bij het
onderdeel stalken. Ten aanzien van minderjarigen wordt er immers amper
opgetreden. Bij het (cyber)stalken van en door volwassenen bestaat een
duidelijkere reglementering. Soms zijn er lokale initiatieven. We melden
hier eentje.
Pesters
uit scholen in de regio Wetteren kunnen voortaan op het matje geroepen
worden bij de lokale politie. Dat was al zo voor spijbelaars. Dat de
regel nu ook voor pesters geldt, is een primeur voor Belgische scholen.
Bedoeling is dat gepeste kinderen al dan niet via een
vertrouwensleerkracht contact met de politie kunnen opnemen. Die gaat
vervolgens achter de pester aan. Verwacht wordt dat de interventie van
de politie op heel wat tieners behoorlijk indruk zal maken. De politie
zal in eerste instantie proberen om de jonge pester de gevolgen van zijn
gedrag te doen inzien. Lukt dat niet, dan kan er een proces-verbaal
opgesteld worden en doorgestuurd worden naar de jeugdrechtbank. Het
initiatief in Wetteren gaat uit van de politie. (Bron : HLN, 01/09/2006)
Sinds enige tijd zijn er in Vlaanderen meldpunten om misbruik en
cyberpesten via digitale weg aan te klagen. Je kunt daarvoor terecht op
volgende links.
http://www.cyberhate.be/ Bij dit meldpunt kun je terecht voor het melden van racistische of andere haatberichten op internet.
http://www.ecops.be/
Internetgebruikers kunnen alle inbreuken die ze op het internet vaststellen, melden bij de federale politie via
de website, www.ecops.be. De website brengt surfers in contact met de Computer Crime Unit (FCCU), de cel van de federale politie die bevoegd is voor de strijd tegen de internetcriminaliteit. Internetgebruikers kunnen er heel uiteenlopende inbreuken melden, zoals seksueel misbruik van kinderen op het internet, illegale
reclame, internetfraude, racisme, stalking...Wie een
inbreuk meldt, kan dat volledig anoniem doen. Het blijft evenwel bij een
melding; via de website kan geen klacht worden ingediend. Indien nodig
maakt de politie de melding over aan het Belgische gerecht, als de dader
uit België komt, of aan een buitenlandse politiedienst via Interpol, als
het gaat om een buitenlandse dader.
Let op : ik probeerde
de website
www.ecops.be
uit voor een persoonlijke klacht inzake misbruik op internet. Ik
kreeg een automatische bevestiging dat de klacht verzonden was maar
hoorde er daarna nooit meer iets van, zelfs maanden later niet.
M.a.w. stel niet alle hoop op
www.ecops.be
Het werkt niet, er wordt geen gevolg aan gegeven. Ondanks de
promotie van de website wordt er door de politie dus helemaal niets
mee gedaan. Je krijgt zelfs niet eens een reactie van ontvangst. Heb
je een klacht, probeer de andere mogelijkheden bovenaan deze pagina
of stap rechtstreeks naar de politie in de hoop dat die er wel
gevolg aan willen geven.
Tiener aangeklaagd voor bedreigen Bush CHICAGO - Een dertienjarige
jongen is in de Verenigde Staten aangeklaagd voor het bedreigen van
president Bush. De tiener uit een voorstad van Cincinnati (Ohio) stuurde
twee e-mails kort voor het bezoek van de president aan de stad. In de
aanklacht is sprake van ‘terroristische dreigementen’, meldden
plaatselijke media woensdag. De jongen stuurde een anonieme mail aan de
burgemeester van Cincinnati, een tweede mail tevens aan het Witte Huis,
vicepresident Cheney en het Pentagon (ministerie van Defensie). Volgens
de politie kon de jongen niet zeggen waarom hij tot zijn daad was
gekomen. (Bron : De Volkskrant 29/03/2006)
Jongen van 15 jaar bood ‘uit verveling’ baby te koop aan. Begin januari
2006 schrok de internetwereld op toen op
www.marktplaats.nl een
advertentie werd geplaatst van een baby die gratis werd aangeboden. In
Leeuwarden zette het Friese politiekorps twee rechercheurs op de zaak om
de moeder op te sporen die haar kind aanbood. Uiteindelijk bleek na veel
speurwerk dat de advertentie werd geplaatst door een 15-jarige jongen.
Hij zette een jongetje van 1 jaar te koop. ‘Ik verveelde me gisteren en
ik dacht ik ga wat ouwehoeren. Dus zette ik een kind te koop voor de
grap’ schreef de onbekende, ietwat geschrokken tiener in een nieuw
bericht op de website. ‘Ik dacht dat ze het niet zo serieus zouden
opvatten. Sorry’. De schrijver van het bericht had de uitwerking van
zijn bericht schromelijk onderschat. De politie nam de advertentie over
de gratis baby uiterst serieus en het bericht haalde voorpaginanieuws.
Nadat de agenten de dader hadden opgespoord, werd er een hartig woordje
met de knaap gesproken. Hij kreeg echter geen straf. (Bron : Het Belang
van Limburg 13/01/2006)
Internetfilmpje verraadt jonge brandstichters. Drie jongens van 15, 16
en 17 jaar, die in 2004 met een molotovcocktail brand probeerden te
stichten bij een school in Adorp, zijn bijna twee jaar na dato alsnog
opgepakt. Dat heeft de politie in Groningen gisteren bekendgemaakt. Het
drietal ondervond op pijnlijke wijze dat ook de politie over een
internetaansluiting beschikt. Op internet dook namelijk begin dit jaar
een filmpje op waarop keurig was te zien hoe het drietal een
molotovcocktail op het schoolplein gooide. Eén van de jongens had het
voorval zelf gefilmd en online gezet. Op de website stonden bovendien de
namen van de drie jongens genoemd. Voor de politie was het vervolgens
een koud kunstje om de boosdoeners op te sporen. Via bureau Halt hebben
ze een alternatieve straf gekregen. (Bron :Algemeen Dagblad 29/03/2006)
Rijense pubers zetten nepwapen online Twee jongens van dertien en
vijftien uit Rijen hebben zichzelf in de vingers gesneden door
webcamfoto's te maken van hun metalen nepvuurwapen. De wijkagent
ontdekte de foto's op internet tijdens een onderzoek naar hun
spijbelgedrag. Kennelijk was hij gaan Googelen naar de jongens en op hun
websites kwam hij de webcam-afbeeldingen tegen.
Het vuurwapen was door de jongens begraven in een speeltuintje in Rijen.
De gemeente Rijen staat nu op haar kop: "Ik heb zelf kleinkinderen. Je
moet er toch niet aan denken dat zij dat wapen opgraven", zegt een
bewoonster. Voor de twee tieners dreigt nu jeugddetentie. (Bron:
Brabantsdagblad 09/04/2006)
Meisje telefoneert 1.000 keer naar 911. Een tienermeisje uit Buffalo (in
de staat New York) gaf toe meer dan duizend keer gebeld te hebben naar
het noodnummer 911. Ze maakte de meeste telefoontjes met haar GSM. De
hulpverleners in het callcenter werden gepest, uitgelachen en uitgedaagd
, onder andere met de woorden: "Je kan me toch niet pakken." Dit werd
bekendgemaakt door de politie. Afgelopen weekend werd het meisje
opgepakt omdat ze twee maal foutief een ongeval had gemeld en zes keer
met de kerktelefoon naar het noodnummer belde. Sommige van de
telefoontjes eerder deze maand duurden maar enkele minuten, eentje
duurde meer dan een uur. "Ze gaf ons geen enkele reden waarom ze dit
heeft gedaan," vertelde Dennis Richards, hoofd van de politie. "Ze was
heel onrespectvol en zei onder meer 911 te zullen blijven bellen."
Eerder dit jaar deed zich een soortgelijk geval voor. Juan Merced
pleegde samen met zijn vrouw en oudste zoon meer dan duizend
telefoontjes vanuit hun thuis in Buffalo. Volgens de politie werd het
meisje geďnspireerd door dit trio en kopieerde ze hun gedrag. Vorig jaar
nog wees Canadees onderzoek uit dat slechts negen procent van de
telefoontjes gerechtvaardigd is. (Bron : Het Laatste Nieuws, 12/04/2006)
Kinderen en jongeren zijn niet alleen slachtoffer van cyberpesten maar
soms ook dader. Stel dat je zoon of dochter een foto van een vrouwelijke
leerkracht tot een naaktfoto bewerkt en dit op internet publiceert met
naam en adres van de leerkracht erbij zodat deze onophoudelijk wordt
gebeld door mannen met obscene voorstellen. De leerkracht geraakt
daardoor in een ernstige depressie en gaat in langdurig ziekteverlof en
heeft daarenboven kosten om haar telefoonlijn te laten veranderen. Of
een andere jongere publiceert een webcamfilmpje met een striptease van
een medeleerlinge op het internet waar het meisje dit te goeder trouw
dacht dit enkel voor haar vriend te doen. Het filmpje verspreidt zich
razendsnel op internet, het meisje geraakt in een zware depressie, durft
niet meer naar school en moet haar jaar overdoen. Een jongere plaatst
illegale muziek in mp3 formaat op zijn eigen website en verspreidt op
die manier duizenden illegale liedjes.
Of het kan ook minder extreem. Een jongere hackt een website van een
bedrijf of school zodat die lange tijd onbruikbaar wordt of spamt de
mailbox van een medeleerling waardoor ook de ouders geen toegang meer
hebben tot hun electronische post.
In de meeste gevallen zijn de ouders aansprakelijk voor dit soort
stommiteiten die als grap beginnen, maar waar de zware gevolgen de
jongere en zijn ouders blijven achtervolgen. Volgens het Burgerlijk
Wetboek zijn ouders aansprakelijk voor de fouten van hun minderjarige
kinderen en de schade die ze veroorzaken. Het prijskaartje kan hoog
oplopen.
Tot nu toe bleef het bij beentje lichten op de speelplaats, een kaars
aansteken op een hooizolder of rijden zonder rijbewijs en een ongeval
veroorzaken, maar met de computer, internet en mobiele telefonie is er
een ernstige risico bijgekomen inzake verantwoordelijkheid. In
voornoemde situaties zijn de ouders praktisch altijd aansprakelijk.
Volgens het Burgerlijk Wetboek geldt een vermoeden dat ouders
aansprakelijk zijn voor de fouten van hun minderjarige kinderen en de
schade die deze veroorzaken. De wetgever gaat er bovendien van uit dat
ouders de onrechtmatige daden van hun kinderen kunnen verhinderen als ze
hun ouderlijke macht zorgvuldig uitoefenen (goede opvoeding en voldoende
toezicht). De enige manier om te ontsnappen aan hun verantwoordelijkheid
is kunnen aantonen dat ze voldoende toezicht hebben uitgeoefend op de
kinderen en dat ze hun een behoorlijke opvoeding hebben gegeven. Voor
dingen die buitenshuis gebeuren is het niet altijd duidelijk dat ouders
nalatig kunnen zijn, maar hoe zit het met dingen die jongeren met hun
computer thuis uithalen. Daar kunnen ouders toch voldoende toezicht
uitoefenen.
Tot nu toe zijn ons omtrent cyberpesten of ander internetmisbruik nog
geen specifieke uitspraken gekend. Ofwel kon men de daders niet
achterhalen ofwel werd er een minnelijke regeling getroffen. In de
meeste gevallen betaalt de familiale verzekering de kosten die kinderen
door hun stommiteiten veroorzaken. De gaat dan bijvoorbeeld op voor
kinderen die met hun GSM of via een telefooncel een valse bommelding
doen of vandalisme plegen. Maar een gezins-of familiale verzekering is
niet verplicht zodat nogal wat onbemiddelde gezinnen moedwillig of
andere gezinnen uit vergetelheid dit soort verzekering niet afsluiten en
volledig zelf moeten opdraaien voor alle kosten.
Kan men ouders aansprakelijk stellen als hun kinderen stommiteiten via
internet of met mobiele telefoon uithalen. In principe wel, temeer als
het verkeerd gedrag thuis gebeurt en ouders toezicht hadden kunnen
houden. Soms zijn ouders onvoldoende vertrouwd met internet en GSM
toestanden. Het is dan maar de vraag of ouders aansprakelijk kunnen
worden gesteld voor wat er daar mis kan gaan. Naar onze mening kunnen
ouders, zelfs al roepen ze hun gebrek aan kennis en vertrouwdheid in,
hier wel degelijk aansprakelijk worden gesteld. Of de familiale
verzekering in zulke gevallen uitbetaalt, hangt af van de aard van de
stommiteit, de opzettelijkheid ervan en de leeftijd van de dader. In de
praktijk hangt de aansprakelijkheid vaak af van de interpretatie van de
rechters. Ze kunnen een eigen invulling geven aan de begrippen
‘voldoende toezicht’ en ‘goede opvoeding’. Het is soms ook moeilijk om
een causaal verband aan te tonen tussen de ene foute daad en een slechte
opvoeding.
Kamerlid Guido De Padt (VLD België) diende begin 2006 een wetsvoorstel
in om meer duidelijkheid te creëren. Hij pleit voor een objectief
criterium voor de ouderlijke aansprakelijkheid : ouders zijn altijd
aansprakelijk, behalve wanneer ze overmacht kunnen aantonen. Dat zou
vooral de slachtoffers beter moeten beschermen, omdat die automatisch
vergoed zullen worden door de verzekering van de ouders of de ouders
zelf indien ze geen verzekering hebben. De Belgische
consumentenorganisatie Test-Aankoop pleit ook al langer voor een
hervorming van de huidige regeling voor de aansprakelijkheid van ouders
voor de daden van minderjarige kinderen.
Test-Aankoop meldde al eerder dat rechter heel wat tegenstrijdige
uitspraken vellen omdat ze verschillende opvattingen hebben over wat een
goede opvoeding en voldoende toezicht inhouden. Volgens hen zouden
ouders steeds aansprakelijk worden geacht zodra er sprake is van een
onrechtmatige daad tenzij ze kunnen bewijzen dat er overmacht in het
spel is. Bijkomende voorwaarde is wel dat ze een verplichte familiale
verzekering willen invoeren. (De Standaard 09/01/2009)
Heel wat websites dekken zich in hun aansprakelijkheid door expliciet te
wijzen op de ouderlijke verantwoordelijkheid. Op de website van MTV
vonden we volgende clausule : Ouderlijke verantwoordelijkheid. Wij zijn
begaan met de veiligheid en het welzijn van al onze gebruikers, doch in
het bijzonder van kinderen. Ouders die hun kinderen toestaan gebruik te
maken van de Dienst dienen ervoor te zorgen dat zij toezicht houden op
hun kinderen en hen helpen. Wij brengen je in herinnering dat de Dienst
bedoeld is om te appelleren aan een breed publiek. Wij brengen de
ouders, als wettig vertegenwoordigers, in herinnering dat zij
verantwoordelijk zijn voor toezicht op hun kinderen en voor de
beslissing welke specifieke Diensten geschikt zijn voor hun kinderen
Bekijk hier een preventiefilmpje van Sire
Bekijk hier een filmpje over cyberpesten van een
jongen
Bekijk hier een reportage over (cyber)pesten en
autisme : Ben X