Informatieve website over cyberpesten  

Algemeen
Inleiding
Wat is pesten
Wat is digitaal pesten
Vormen van cyberpesten
Profiel van de dader
Profiel van het slachtoffer
Gevolgen van cyberpesten
Wat maakt cyberpesten zo populair
Onderzoeksgegevens

Preventie en begeleiding

Hoe als hulpverlener helpen
Beschermen tegen cyberpesten
Cyberpesten en school

Volwassenen
Cyberpesten op het werk
Cyberstalken
Leerkrachten cyberpesten

Educatief materiaal
Info over  bestaand materiaal
Zelf ontwikkeld materiaal

Aanverwante onderwerpen
Andere internetgevaren
Gevaar van spelletjes

Links naar andere websites
Nederlandstalig
Engelstalig

Divers
Contact
Zoeken op deze site
Discussieforum
Cyberpesten en media(blog)
Disclaimer & copyrights

© Gerard Gielen Hasselt

Hoe als hulpverlener helpen ?

1. Hoe als slachtoffer of begeleider (cyber)pesten aanpakken.

"Ik heb zelf al een steekproef gedaan door met de directeurs van scholen te praten en alleen al daaruit is gebleken dat het ook hier een wijd verspreid probleem is waar jongeren erg ver in gaan. En dan gaat het nog maar om de gevallen die aan het licht komen", zegt pestspecialist Gie Deboutte (KU Leuven). Vooreerst is uiteraard de anonimiteit die het internet biedt een verklaring voor de populariteit van cyberpesten bij jongeren. De ondervraagde jongeren voeren zelf aan dat docenten dubbel zo vaak ingrijpen bij direct pesten dan wanneer er sprake is van cyberpesten. Juriste Kaat Raes van Sasam, de Stichting Antistalking en Antimobbing, is niet verbaasd over die cijfers. Ze wijst erop dat de anonimiteit een extra gewicht geeft aan het getreiter, omdat het slachtoffer zich dan geďsoleerd en belaagd voelt en op den duur niemand meer vertrouwt. "De jonge cyberpesters weten meestal veel van computers en kunnen hun anonimiteit verzekeren. Dat zorgt ervoor dat de pester zich minder verantwoordelijk voelt, maar voor het slachtoffer is het extra bedreigend. Bovendien is die anonimiteit op zich soms de aanzet op te gaan pesten zonder dat er een specifiek slachtoffer geviseerd wordt. Het gaat om mensen die er een grote behoefte aan hebben anderen uit te schelden en te treiteren, maar dat niet openlijk durven vanwege hun imago."
Net het belang van zoiets als een imago zorgt er overigens voor dat cyberpesten vooral een zaak van jonge tieners is. Zowel Deboutte als Raes geven aan dat zeker ook volwassenen anderen het leven zuur maken via digitale weg, maar op de leeftijd tussen elf en vijftien is het extra populair. Deboutte: "In die fase primeert de druk van leeftijdsgenoten, zijn jongeren erg bezig met zich spiegelen aan anderen en met laten zien wat ze kunnen. Anderen pesten omdat ze niet voldoen aan de 'norm', het juiste 'imago', komt daarom veel voor op die leeftijd."
Deboutte . "Je kunt het je niet aantrekken, de website negeren en een ander e-mailadres nemen, maar als tiener moet je al een heel sterke persoonlijkheid ontwikkeld hebben om het van je af te laten glijden. Op school kan het aangepakt worden door iedereen er ten eerste op te wijzen dat het bestaat en door leerlingen aan te moedigen zelf te bepalen wat zij te verregaand vinden. Verder kun je hen laten nagaan bij wie ze ermee terechtkunnen. Daarnaast is het ook essentieel dat ouders toch een beetje zicht hebben op waar hun kinderen mee bezig zijn. Ik ken een vader die zo gechoqueerd was toen hij de pestsite zag die zijn zoon voor een ander had gemaakt dat hij ermee naar de school stapte omdat nog anderen erin betrokken waren. Te veel afstandelijkheid of desinteresse van ouders werkt cyberpesten alleen maar in de hand." (De Morgen, 03/02/2005)

Een kind dat wordt gepest, schaamt zich daar vaak voor. Het wil zijn ouders niet teleurstellen. Een gepest kind is geen populair kind en dat hadden haar/zijn vader en moeder wél graag gewild. Dat voelt een kind haarscherp aan. Het kan ook zijn dat een kind thuis niets zegt omdat het pestprobleem onoplosbaar lijkt. Het is misschien bang dat het probleem juist groter wordt. Het kind denkt misschien :vader of moeder zouden wel eens contact kunnen opnemen met de ouders van de pestkop of met de leerkracht op school! Misschien brengt de leerkracht in de klas het probleem ter sprake, dan weten de klasgenoten dat er 'geklikt' is. De pesterijen worden dan misschien juist erger.

Ook kinderen die zelf pesten zullen thuis niet gemakkelijk over het pesten praten. Zij kunnen er alleen over beginnen als ze zich bewust zijn van hun gedrag en van de ernstige gevolgen daarvan.
Pesters weten vaak zelf niet waarom ze iemand pesten. Ook dringt het niet tot ze door hoe erg hun gepest voor het slachtoffer is: 'ze lokte het toch zelf uit, wie loopt er nou nog met zo'n stomme schooltas?' is hun redenering. Daarnaast willen veel pestende kinderen de machtspositie die ze door het pesten verkrijgen, niet verliezen. Toch is het niet waar dat pesters nooit willen dat een volwassene het probleem aanpakt. Misschien willen ze wel anders omgaan met andere kinderen, maar hoe moet dat dan? De meeste kinderen houden zich het liefst afzijdig als er wordt gepest. Als ze het zouden opnemen voor het slachtoffer, lopen ze de kans zelf gepest te worden. En iedere dag zien ze hoe erg dat is. Veel kinderen voelen zich schuldig dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of een volwassene te hulp roepen. Er zijn ook kinderen die absoluut niet in de gaten hebben dat er gepest wordt. Ze zien misschien wel iets gebeuren, maar kunnen de ernst van de situatie niet inschatten.
Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen.

Dat betekent dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen bij de volwassenen om hen heen. Voor volwassenen betekent het, dat ze aandacht moeten hebben voor de signalen van de kinderen. Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daar over praten. Voor leerkrachten en opvoeders-begeleiders van groepen betekent het dat ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels ook werken.
Het pestprobleem wordt lang niet altijd serieus aangepakt: ouders zeggen dat een kind maar van zich af moet bijten, leerkrachten hebben het te druk en de trainer van de sportclub vindt het zijn verantwoordelijkheid niet. Als volwassenen alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer het slachtoffer omdat ze 'geklikt' hebben.
Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem.

Pesten en vooral cyberpesten is een vreselijk iets. Ouders en begeleiders staan vaak machteloos om kinderen te helpen wanneer ze gepest worden. Toch zijn er enkele mogelijkheden. We vermelden eerst algemene tips om met pesten om te gaan en geven dan tips die specifiek bruikbaar zijn bij cyberpesten.

2. Algemene tips omtrent pesten

2.1.Wanneer je zelf gepest wordt als kind of jongere

Vertel wat je gebeurd is. Vertel het aan een vriend of vriendin die je vertrouwt. Zij kunnen je steunen
Vertel het aan je ouders. Zij zijn er voor jou. Hoe moeilijk het ook is. Ze zullen voor je opkomen en je proberen te helpen zo goed als het kan. Vertel het je mentor, leerkracht of trainer.
Praat er met iemand over. Bedenk je dat je niet de enige bent die gepest wordt; pesten komt juist veel voor. Je hoeft je niet te schamen, want het is niet jouw schuld. Het gebeurt gewoon, om de een of andere reden. De pesters moeten zich juist schamen, want zij doen iets lafs. Het belangrijkste is dat je weet dat er een oplossing te vinden is. Het zal echt niet altijd zo blijven. Het is heel gewoon als het je, in je eentje niet lukt om van het pesten af te komen. Praat er daarom over met iemand, bijvoorbeeld een vriend, je ouders, je opa of een buurvrouw. Zeg het ook tegen de meester of juf, misschien kan die iets bedenken om jou te helpen. Je kunt het verder vertellen aan je knuffel of je dagboek, dat kan opluchten.
Wanneer je aan niemand durft te vertellen dat je gepest wordt is het misschien een goed idee om de kindertelefoon te bellen. Je kunt er je verhaal kwijt zonder te vertellen wie je bent, je hoeft niets te vertellen wat je niet wilt Je verhaal wordt niet verder verteld. Samen kun je misschien zoeken naar manieren om het pesten te stoppen. Het is geen klikken als je het vertelt. De pesters doen iets fouts, en dat probleem kun je niet in je eentje kunt oplossen. Elke dag (buiten zon- en feestdagen)  kun je tussen  14.00 en 22.00 bellen. Het telefoonnummer voor Vlaanderen is
102. Dit is een gratis en anoniem nummer.  www.kjt.org  In Nederland 0800 0432 (dec 2005). Je vindt alle info over de Kindertelefoon ook op het internet als je in www.google.be het woord Kindertelefoon intikt. Het is een gratis dus je ouders zien het niet op de telefoonrekening en als je niet wilt dat iedereen het hoort kun je ook in een telefooncel bellen.

Schaam je niet voor wat er gebeurd is. Dat jij gepest bent wil niet zeggen dat jij minder bent of slechter bent. Iedereen kan gepest worden. Iedereen kan het slachtoffer worden. Dit ligt niet aan jou.
Als je je schaamt om het aan je ouders te vertellen, bedenk je dan dat als ze het niet weten, ze je ook niet kunnen helpen.

Ben trots op wie je bent. Ben trots op wat je bent en hoe je bent. Als je uitstraalt dat het je niks uit maakt dat je fors bent of een dikke bril hebt, of dat je kak-kleren hebt, of dat je zou stinken, of wat ze ook maar over je kunnen verzinnen, dan kunnen ze er ook minder goed mee kwetsen. Natuurlijk doet het nog altijd pijn wat ze zeggen, maar als je geraakt wordt, hebben ze gewonnen.


Houd een spreekbeurt over pesten. Als je gepest wordt kan het een goed idee zijn om een spreekbeurt te houden over pesten. Dit is natuurlijk wel heel eng maar het heeft ook voordelen. Door een spreekbeurt te houden over pesten, krijg de kans om aan de kinderen uit je klas vertellen wat het voor jou betekent om gepest te worden. Door uit te leggen hoe pesten werkt en wat voor gevolgen het heeft begrijpt de klas waarschijnlijk beter wat je bedoelt. Bovendien gaan de kinderen nadenken over wat ze doen. Meelopers, die het eigenlijk helemaal niet leuk vinden dat er gepest wordt durven dat misschien tegen de pesters te zeggen en kiezen dus eigenlijk partij voor jou. Hierdoor wordt de pesters niet meer zo aangemoedigd door te gaan met pesten en de kans dat hij of zij ermee stopt wordt dan heel groot.
Maak een plan waarin je;
- opschrijft waarom je denkt dat ze je pesten
- vind je dat zelf een goede reden? Nee natuurlijk niet
- bedenk waar je goed in bent en hoe je daar gebruik van kan maken
- bedenk (samen met iemand anders) oplossingen en probeer ze uit
Door een plan te maken kom je erachter wat het voor jou betekent om gepest te worden. Het geeft je meer duidelijkheid. Bovendien kun je het gebruiken om oplossingen op te schrijven en uit te proberen. Schrijf je plan op een groot gekleurd vel papier en hang het op een plek waar je het goed kunt zien. Zo wordt je er telkens aan herinnert dat het niet jou schuld is dat je gepest wordt. Bovendien kun je oplossingen die je hebt uitgeprobeerd doorstrepen en erbij zetten of ze goed werkten.
Als je de zoektermen pesten en cyberpesten intikt in www.google.be vind je alvast heel veel informatie en je kunt uiteraard ook de informatie uit dit werk ter hand nemen.

Verbeter je sociale vaardigheden door bijvoorbeeld naar een sportclub, natuurvereniging, jeugdbeweging of eender welke jongerengroep te gaan, waar ze jou nog niet kennen. Als je daar leuke andere kinderen leert kennen, merk je vanzelf dat er ook nog anderen zijn in de wereld, waarmee je het wčl fijn kunt hebben.

Je kan ook een training in sociale vaardigheden gaan volgen. Via de schoolbegeleidingsdienst kan je adressen bekomen waar je deze trainingen kunt volgen. Een sociale vaardigheidstraining ook wel assertiviteitstraining genoemgd is een soort cursus waarin je leert om voor jezelf op te komen. Je leert er bijvoorbeeld de goede kanten van jezelf te zien, kritiek geven en krijgen,luisteren, een praatje maken,nee zeggen, je gevoelens uiten. Zo’n cursus kan je helpen om meer voor jezelf op te komen en dus minder bang te worden. Je leert allerlei trucjes die je kunnen helpen bij het maken van nieuwe vrienden of vriendinnen. Ook leer je hoe je duidelijk maar toch vriendelijk kunt zeggen dat je iets niet wilt. Bovendien doe je de training samen met kinderen die net als jij ook niet zo goed voor zichzelf durven op te komen, erg verlegen zijn of moeilij vrienden maken. Er zijn dus meer kinderen zo als jij! Natuurlijk ga je naar een sociale vaardigheidstraining om wat te leren maar je zult zien dat het ook heel gezellig is!

Ga eens een boek lezen over pesten. In de bibliotheek zijn boeken te vinden over pesten. Het kan prettig zijn om die te lezen, omdat je dan merkt dat je niet de enige bent en omdat het je op ideeën kan brengen.

2.2. Tips voor jongeren om met hun ouders of begeleiders over pesten te praten

Is er iets?’, vraagt mijn moeder. ‘Nee, hoor’, zeg ik ontkennend en ik kijk weg. ‘Volgens mij wel, je doet de laatste tijd zo anders’. ‘Mam, er is niets, dat heb ik toch al gezegd, stop eens met dat gezeur’, mompel ik kwaad. Stampend ren ik de trap op naar boven, naar mijn slaapkamer. Vele gedachten schieten door mijn hoofd; ik vraag me af waarom ik het niet gewoon durf en kan zeggen, waarom ik mij schaam. Zouden ze boos worden als ik het ze vertel of naar school gaan? Ik voel me ellendig, maar het is ook allemaal mijn eigen schuld. ’

Een voorbeeld dat voor velen herkenbaar zal zijn. Praten over pesten is heel moeilijk. Toch is het enorm belangrijk. Wanneer je ouders of andere belangrijke personen in je leven weten dat je gepest wordt, kunnen ze je helpen en steunen.

Vaak is er een schuldgevoel, je denkt dat je stom bent dat het je eigen schuld is dat je gepest wordt. Of dat het jouw probleem is en jij het zelf moet oplossen en dat je anderen niet tot last moet zijn. Wanneer je er met niemand over praat kan niemand je steun geven of je helpen. Twee dingen die je juist hard nodig hebt; steun en hulp. Veel kinderen maar ook volwassenen willen wel over het pesten of hun pestverleden praten maar durven dit niet. Vaak speelt schaamte daarin grote rol in. En hoe moet je zoiets bespreken? Het onderwerp ligt heel gevoelig en je weet niet hoe de ander op jouw verhaal zal reageren.

Er zijn een aantal dingen waar je op kunt letten, wanneer je het wilt bespreken:
-Bedenk van te voren wat je wilt bepraten (maak eventueel een lijstje)
-Bedenk van te voren hoe je het wilt bespreken (je kunt ook een brief gebruiken)
-Zeg tegen de persoon dat je over iets (belangrijks) wilt praten
-Vraag ook of die persoon tijd heeft, maak eventueel een afspraak
-Zoek een rustige ruimte op, waar je niet gestoord wordt
-Vertel feiten, maar ook wat je voelt en denkt
-Geef ook aan wat je van de persoon verwacht (wil je dat hij/zij iets doet?)
Deze punten kunnen je helpen om het gesprek goed te laten verlopen. Wanneer je het moeilijk vind om er over te praten, kun je dit ook aan het begin van het gesprek zeggen. Wanneer de persoon met wie je wilt praten dat weet kan hij/zij daar rekening mee houden.

Het is echt belangrijk dat je met iemand over je problemen kunt praten. Dit hoeven niet je ouders te zijn, maar denk ook aan collega’s, klasgenoten, vrienden en andere familieleden. Je hoeft het niet alleen te doen er zijn altijd mensen die voor je klaar staan, die om je geven en je echt willen helpen. Natuurlijk kun je altijd op het forum van tegenpesten.nl terecht, daar kun je ook om meer tips vragen of ervaringen van anderen.

(www.tegenpesten.nl)


3.Tips over pesten op school

Pesten gebeurt meestal op school. Er zijn een heel aantal tips die voor iedereen gelden op alle scholen, die je maar net even moet weten. Je hebt namelijk rechten als slachtoffer.
De school moet jou serieus nemen als je met een klacht over pesten komt. Of je dat nu zelf doet of je ouders, dat mag geen verschil uitmaken.
Het is belangrijk dat je zo compleet mogelijk vertelt wat de daders hebben gedaan. Niets is niet erg genoeg om te vertellen. Soms wordt je gevraagd om je verhaal vaker te vertellen en aan andere personen. De school mag je hiertoe niet verplichten.

De school mag jou niet verplichten je verhaal te doen in bijzijn van de daders. Als je er geen problemen mee hebt, is dat ook geen probleem. Als je er wel problemen mee hebt, dan mag je hiervoor kiezen om het niet te doen.

De school zal je vragen om daders aan te wijzen. Wijs ze dan ook allemaal aan. Je hoeft niemand te beschermen die meegedaan heeft. Wijs ze dan ook echt allemaal aan.

Op de meeste scholen zal je leerkracht of je mentor een gesprek met de daders hebben. Dit kan negatieve gevolgen voor jou hebben als dit niet goed gebeurd. Wordt het na zo’n gesprek erger, ga dan direct naar je leerkracht of mentor en vertel wat er gebeurd is. Wacht niet.

Heb je het gevoel dat het allemaal niet helpt of dat je mentor of leerkracht je niet serieus neemt, vraag dan naar de vertrouwenspersoon. Deze is er voor jou en kan en mag meer dan je mentor of leerkracht. Als er geen vertrouwenspersoon is, vraag dan naar de medewerker van het CLB (Centrum voor leerlingenbegeleiding België) of iemand van de schoolbegeleidingsdienst (Nederland)
Tips wat kan ik doen tegen pesten
Vaak hoor je mensen zeggen: “Hij moet maar wat flinker zijn en er tegen kunnen.” Of: “kom nou, daar kun je toch wel tegen?”


4.Hoe als ouders/begeleiders cyberpesten aanpakken

Het klopt dat heel veel daarom draait bij kinderen. Ik sprak eens een jongen van negen die een gsm aan zijn riem had hangen maar het ding werkte niet. Nou, dat gaf niet, zo zei hij, als hij maar kon tonen dat hij er eentje had. En zo zijn er talloze voorbeelden.
"De helft van de Nederlandse meisjes in de basisschool zit in over haar gewicht. Ze zien clipjes en reclame en denken dat je een beter, leuker mens bent als je er zo gestroomlijnd uitziet. Zeker rond twaalf en dertien jaar, een overgangsleeftijd, wordt er veel gepest en die kinderen voelen een gigantische druk om te voldoen aan de eisen van de leeftijdsgroep en dat zet zich over op de ouders. Die willen het beste voor hun kind en zeker niet dat het gepest wordt. En dus kopen ze die dure schoenen. Aan ouders leggen wij uit dat je daarmee enkel het probleem uitstelt, want volgende maand wordt hij gepest omdat hij niet de juiste boekentas heeft. Dat pesten, daar moet op ingepikt worden.
"De kinderen stellen we vragen over hun zelfbeeld en statusangst. 'Mijn moeder koopt ook alles', is soms een antwoord, en dat klopt natuurlijk. Als ouders geen 'nee' kunnen zeggen, kunnen kinderen dat zeker niet. Uit de sessies met de kinderen blijkt echter dat ze ook op het emotionelere vlak van zelfbeeld en pesten weerbaarder kunnen worden. Je stelt ze het best zoveel mogelijk open vragen. 'Waarom denk je dat jij te dik bent?', 'Hoeveel weeg je dan?' enzovoort. Opvoeders die zeggen 'dat is stom' of 'je bent niet sloom of dik' hebben niet veel effect. Door kinderen uit te horen over hun zelfbeeld of over pesterijen doe je hen inzien wat de belachelijke mechanismen erachter zijn. Het is ook belangrijk om thuis van media en reclame een gespreksonderwerp te maken. Dat wakkert hun zelfbewustzijn aan." (De Morgen 04/12/2004)

Laura (14) heeft wat pikante foto's van zichzelf doorgestuurd naar haar vriend. Maar na enkele weken raakt het uit. Laura stelt tot haar grote schrik vast dat haar pikante zelf overal opduikt: haar ex-vriendje heeft de foto's naar al zijn vrienden rondgestuurd, die ze op hun beurt hebben doorgemaild. Zo krijgt de halve school ze te zien. Marjan Gerarts van Action Innocence: ,,En niet alleen de halve school, maar de halve wereld. Laura staat voor de rest van haar leven op het internet. Jongeren zijn zich hier niet van bewust. Ze zitten veilig thuis achter hun computer, en schatten de grote gevolgen niet in. Dat geldt evengoed voor Laura als voor haar ex-vriend. Voor scholen is dit een heikel probleem: moeten ze zich dit aantrekken? Het gaat duidelijk om pesten, en elke school heeft tegenwoordig een goed antipestplan. Maar dit gebeurde strikt genomen niet binnen de schoolmuren. Scholen en ouders moeten hiertegen de handen in elkaar slaan.,Ouders en jongeren moeten zich er ook van bewust zijn dat 'spaces' en 'weblogs' toegankelijk zijn voor iedereen, over de hele wereld. Let dus op met wat je daar van jezelf, of anderen, laat zien”'
Bij Lien thuis bellen er ineens vreemde mannen aan, die naar haar vragen. Ze duiken ook op bij de sportclub. Na onderzoek blijkt een klasgenoot een profiel te hebben aangemaakt op haar naam en adres, en die persoon heeft geile, uitnodigende mails rondgestuurd. Marjan Gerarts van Action Innocence: ,,Dit gaat om pestgedrag dat echt een zaak voor de politie is. Lien werd gestalkt als gevolg van cyberpesten, en stalken is bij wet strafbaar. Er doen zich allerlei vormen van cyberpesten voor: men vormt netwerken waarbij men afspreekt om iemand op school te pesten, of om iemand uit te schelden via mail. Of men trukeert foto's. Je hoofd op een ander lichaam zetten bijvoorbeeld. En dat lichaam is dan naakt of het wordt gefolterd en er is overal bloed te zien. Dat choqueert enorm, als je zoiets van jezelf ziet.,In het verlengde hiervan zijn er sites die expliciete geweldscčnes laten zien: verminkte lichamen, bloed, uiteengerukte ledematen. Namen van die sites worden doorverteld met een zekere bravoure: 'durf je wel?' Ik verzeker je, kinderen en jongeren die dit 'durven' bekijken, liggen er 's nachts van wakker.'' (De Standaard 01/06/2006)


Het is niet prettig om als ouders of begeleiders te merken dat een kind of jongere wordt gepest. De gevolgen van pesten kunnen heel zwaar zijn, maar het probleem likt niet altijd even erg. Soms zeggen ouders tegen hun kinderen dat ze maar van zich af moeten bijten of dat ze maar moeten terugpesten. Maar voor het kind is dat niet zo eenvoudig. Moeten we er ons als ouders of begeleiders maar bij neerleggen dat kinderen elkaar altijd zullen pesten of kwellen : het hoort bij het kinderleven horen we vaak. Agressie en geweld zijn inderdaad even oud als de mens zelf. Maar dat is geen reden om er machteloos bij neer te gaan zitten. We mogen niet toestaan dat iemand voortdurend door anderen wordt getreiterd. Dat is een inbreuk op zijn recht om in vrijheid te leven.
Pesten gaat ook niet vanzelf over. Als er niet wordt ingegrepen, worden pesterijen vaak steeds brutaler en gemener. Een pestkliek beweert altijd dat het pesten maar een spel of een grap is, maar ze kunnen er moeilijk mee stoppen. Elk apart zullen de pestkoppen in bijzijn van een volwassene toegeven dat ze de pesterijen niet zo onschuldig of grappig vinden, maar als ze in groep vertoeven en de anonimiteit van het internet hen beschermt, schakelen ze hun persoonlijk geweten uit.
De beste manier om iets tegen pesten te doen is daarom de hele groep aan te pakken. Als de pestkoppen hun achterban van meelopers en supporters verliezen is het meestal snel uit met het pesten. Hoe kun je kinderen die gepest worden helpen ?


Een gezonde reactie is het kind extra in bescherming te nemen. Je kan het kind thuis extra gezellig maken of eens samen gaan winkelen. Het is goed dat kinderen en jongeren zich bij hun ouders veilig kunnen voelen. Daarnaast is het belangrijk het slachtoffer van het pesten te helpen bij het opbouwen van zelfvertrouwen. De jongere moet (opnieuw) leren om contacten te leggen en te onderhouden met leeftijdgenoten. Als hij of zij zich vrijer gaat voelen in de omgang met leeftijdgenoten, wordt ook het zelfvertrouwen groter. Praat er met de jongere over hoe zij of hij dat zou kunnen aanpakken. Het zelfvertrouwen van uw kinderen wordt ook bevorderd als u hen stimuleert om zelfstandig iets te ondernemen. Geef hen inspraak waar dat kan, bijvoorbeeld bij de inrichting van hun kamer of het bepalen van de vakantiebestemming.
Dit soort positieve ervaringen kan uw kinderen net die kracht geven die nodig is om zich tegen het pesten door andere kinderen te verzetten.

Gevoel van eigenwaarde opbouwen
Veel ouders hebben de neiging om hun kind extra te gaan beschermen tegen teleurstellingen als ze weten dat het kind wordt gepest. Misschien brengt u haar of hem wat vaker weg en gaat u vaker mee naar activiteiten dan u zelf zou willen. Dat is een heel begrijpelijke reactie.
Toch is het belangrijk om dit na een tijdje wat af te bouwen. Het kind moet leren, of opnieuw leren, om contacten met leeftijdgenoten op te bouwen op zijn eigen manier. Als hij of zij zich vrijer gaat voelen in de omgang met leeftijdgenoten, wordt ook het zelfvertrouwen groter.
Natuurlijk kunt u daarbij best eens een steuntje in de rug geven, bijvoorbeeld door uw kind te vragen om een aardig klasgenootje eens mee naar huis te nemen. Hou het echter wel bescheiden. Soms willen ouders zo graag dat hun kinderen populairder worden, dat ze andere kinderen wel willen overstelpen met snoep en cadeautjes als ze maar aardig zijn tegen hun eigen kind. Dit werkt vrijwel nooit, kinderen laten zich niet omkopen. Het zelfvertrouwen van het kind wordt ook bevorderd als u haar of hem stimuleert om zelfstandig iets te ondernemen. Geef hem of haar inspraak waar dat kan, bijvoorbeeld bij het kopen van kleren of het bepalen van het doel van een dagje uit.
U helpt uw kinderen ook als u ze de kans geeft om over de gang van zaken in het gezin hun zegje te doen. Wat zit ze dwars? Wat vinden ze oneerlijk? Hoe kan het volgens hen beter? Zonder dat ze altijd hun zin zullen krijgen, leren kinderen op deze manier voor zichzelf op te komen. Ze leren dat ze hun eigen mening kunnen laten horen en dat die mening er iets toe doet. Dat er naar wordt geluisterd en dat er rekening mee wordt gehouden. Dit soort positieve ervaringen kan uw kinderen net die kracht geven die nodig is om zich tegen het pesten door andere kinderen te verzetten.

Het zelfvertrouwen van kinderen kun je versterken door ze frequent een spiegel voor te houden, waarin te lezen valt dat ze het goed doen of op de goede weg zijn. Zelfs compleet ‘falen’ kan een positieve wending krijgen, als de waarde van de poging om iets tot stand te brengen wordt onderstreept. Je kunt kinderen helpen eigen mogelijkheden, kenmerken, wensen, gevoelens, beperkingen en voorkeuren te ontdekken en die te waarderen of mee leren om te gaan. Hierdoor komen kinderen minder onzeker over in een groep en zullen ze minder snel het slachtoffer worden van pesterijen. (Bron : http://lessen.cyberstar.nl/documenten/)

Hoe ga je nu concreet met een pestprobleem om. In een apart onderdeel geven we specifieke tips inzake bescherming (voorkomen) bij cyberpesten. Hier bespreken we algemene tips inzake omgaan met het pestgedrag.

Het is niet zo makkelijk om pestproblemen aan te pakken omdat het vaak om verschillende situaties gaat. Iedere pestsituatie is anders.
Als hulpverlener moet je eerst en vooral genoeg informatie over het probleem trachten in te zamelen : wie pest wie en hoe lang, wat is de reden, wat is er gebeurd, wie is er allemaal betrokken, enz. Als je weet waarom iemand wordt gepest, wat de drijfveren van de pestkop zijn, kun je proberen de reden voor het pesten of gepest worden weg te halen. Zeker als de pester voordelen haalt uit het pesten, kan je trachten deze voordelen weg te halen, bijvoorbeeld de macht die de pester haalt uit zijn pestgedrag. Beter nog is te zoeken naar andere wegen waarbij de pester op een positieve manier aan die voordelen kan geraken.
Als er sprake is van een pestgroep, tracht dan zoveel mogelijk de leden uit elkaar te halen en vooral ze afzonderlijk aan te spreken. In groep voelt men zich sterker en wordt er niet graag toegegeven dat men fout is.
Pesterijen moet je bespreekbaar maken, want velen reageren er niet tegen uit angst om op dezelfde manier behandeld te worden of omdat ze niet weten wat ze ertegen kunnen doen.
Slachtoffers van pesterijen moeten ergens terecht kunnen met hun verhaal en het gevoel ervaren dat ze begrepen worden en dat de verzekering krijgen dat er naar een oplossing wordt gezocht.
 

Bij voorkeur gaat de begeleider bemiddelen en niet veroordelen. Het risico is immers als hij de pestkop gaat veroordelen of straffen, dit zich achteraf nog erger wreekt naar het slachtoffer toe. Het goede voorbeeld geven en positief gedrag belonen levert meer resultaten op dan alles op zijn beloop te laten en autoritair op te treden en te straffen. Straffen op zich brengt de pester niet tot een ander inzicht.
Uiteraard moet de aanpak van pesten op een of andere manier in een schoolreglement of clubgedragsregel duidelijk omschreven worden, dat men weet dat het niet getolereerd zal worden. Het is ook van belang dat tussen begeleiders, bijvoorbeeld in een school duidelijke richtlijnen zijn hoe men omgaat met pesten, opdat niet situaties verschillend aangepakt worden.
 

Tenslotte is het van belang dat het slachtoffer aan zichzelf werkt. Ook al is het belangrijk dat de pestkop op zijn gedrag en de gevolgen daarvan wordt gewezen, verdient het aanbeveling dat men op alle mogelijke manieren de weerstand van het slachtoffer probeert te versterken. Het pesten zal immers misschien niet onmiddellijk stoppen of er kunnen later nog andere pestsituaties ontstaan. Dit kan onder meer door weerbaarheids- en assertiviteitstrainingen. Bij een assertiviteitstraining traint men vooral de mentale en fysieke weerbaarheid, terwijl bij weerbaarheidstraining ook het fysieke aspect een rol speelt. Wie fysiek sterker staat, krijgt daardoor ook een groot deel extra mentaal zelfvertrouwen. Nu is dit bij cyberpesten wellicht niet zo noodzakelijk, maar meestal beperkt pesten zich niet tot cyberpesten alleen. Wanneer ook in reële contacten van zich leert afbijten, zowel verbaal als fysiek, kan men ook digitale pestboodschappen beter aan.

5.Omgaan met cyberpesten

5.1. Algemene tips voor ouders

Weinig jongeren praten met hun ouders over de contacten die ze on line leggen. Ouders voelen zich vaak dom omdat hun kinderen beter vertrouwd zijn met de technologie, de forums en de chatrooms dan zijzelf. Toch blijven ouders (en leerkrachten) onmisbaar. Kinderen en jongeren beschikken immers niet over voldoende levenservaring. Opvoeders kunnen kinderen en jongeren helpen om de valstrikken op het internet te herkennen en te vermijden. Een belangrijke rol om te vervullen!
Enkele tips

1. Zet de pc op een centrale plek in de woning zodat je je kind in de gaten kunt houden. Ook al heeft het kind zijn pc op zijn of haar kamer staan, houdt dan toch steeds een oogje in het zeil door regelmatig binnen te springen en te vragen wat men op internet doet. Kinderen worden niet graag bespioneerd en zeker niet wanneer ze ouder worden, maar het kan geen kwaad actieve oprechte belangstelling te tonen.

2. Leer uw kind wat netiquette is. Blijf hoffelijk en strooi geen kletspraatjes rond
Onder netiquette verstaan we: de gedragsregels op het Internet. Leer je kind altijd vriendelijk, eerlijk en beleefd te blijven, en niet (terug) te gaan schelden als iemand vervelend doet. Online gelden dezelfde omgangsvormen als offline. En wat anderen kunnen, kan uw eigen kind natuurlijk ook. Denk niet dat uw eigen kinderen altijd het lieverdje zijn. Ook zij kunnen andere kinderen uitdagen, pesten of lastigvallen. Ze kunnen zich anders voordoen dan ze zijn. Zorg dat ze geen beledigende berichten of bedreigingen posten. Wie zich bij het chatten en mailen aan dit soort fatsoensregels houdt, zal zelf ook minder snel in de problemen komen.

3. Op de website www.planet.nl vind je een aantal vuistregels voor goed internetgebruik voor zowel kinderen van 9 tot 13 jaar als voor kinderen ouder dan 13 jaar. Print de vuistregels uit en hang ze naast de computer.

4. Weet waar u het over hebt als ouders
Zorg dat u zelf genoeg weet van Internet, om te begrijpen waar uw kind mee bezig is. Maak uzelf vertrouwd met de belangrijkste mogelijkheden. Ga chatten, MSN-en, surfen en zoeken, downloaden en mp3’tjes delen. Alleen op die manier kun je je kind echt webwijs maken.

5. Praat over internet
Praat regelmatig met uw kinderen en hun vrienden en vriendinnen over wat ze doen en meemaken op Internet, en hoe ze dat vinden. Vertel ook over uw eigen ervaringen. Op die manier laat u weten dat u ontvankelijk bent voor hun ervaringen en zullen ze eerder naar u toekomen als dat nodig is.

5.2. Tips voor ouders van via internet gepeste kinderen

Als je merkt dat jezelf of je kind gecyberpest wordt, ga je een moeilijke periode tegemoet. Naast de emotionele last die je moet dragen moet er ook tijd geďnvesteerd worden in contacten met providers om de daders te achterhalen, in het contacteren van school, leerkrachten, hulpverleners of zelfs politie als het een ernstige vorm van pesten is (vb verspreiden van naaktfoto’s). Hieronder volgen een aantal tips.

1. Reageer niet op pest-mails. Negeren ontmoedigt de pesters.
2. Zorg ervoor dat alle bewijsmaterialen bewaard blijven. Vertel kinderen dat ze pest-mails bewaren als bewijs. Van websites kan je eenvoudig afprints maken door te klikken op de knop ‘PrintScreen’ op je toetsenbord en dan te plakken in een tekstverwerker zoals bijvoorbeeld Word.
3. Praat met de school over het antipestbeleid zonder expliciet klacht in te dienen tegen pestkoppen.
Als het pesten in de klas wordt aangekaart, bestaat het gevaar dat het slachtoffer opnieuw door de pester(s) te grazen wordt genomen. Dat gevaar is echter kleiner wanneer de school een goed anti-pest-beleid hanteert. Bespreek dit met een leerkracht of met de directie.
4. Praat erover met andere ouders, bijvoorbeeld via het discussieforum van Ouders Online (www.ouders.nl) of andere websites waar pesten het thema is. (meer info op www.cyberpesten.be of www.digitaalpesten.be)
Hoe zorg je dat kinderen zorgeloos, veilig op het net kunnen vertoeven? Door betrokken te zijn bij wat ze doen. Geen enkele ouder stuurt zijn kinderen zomaar de straat op, de grote stad in. Je vertelt ze wat ze daar kunnen verwachten, wat leuk is en wat niet, wat wel mag en wat niet. En in het begin blijf je er een beetje bij. Hetzelfde zou eigenlijk voor Internet moeten gelden. Maar dan moet je natuurlijk wel weten waar het over gaat. De beste tips krijgt u van collega-ouders die, net als u, kunnen putten uit de praktijk.
5. Maak een melding bij de politie bijvoorbeeld de lokale wijkagent of, als het echt ernstig is, doe aangifte bij de politie. Bij een gewone melding zonder indienen van klacht onderneemt de politie geen actie. Er wordt geen proces-verbaal opgemaakt en men gaat niet op zoek naar de dader. Er gebeurt dus verder niets, maar het voordeel is wel dat de politie op de hoogte is. Een melding kan van belang zijn voor eventuele vervolgmeldingen of andere (latere) aangiftes van een klacht. Tijdens de melding kunt u tegelijkertijd informeren wat de gevolgen zijn van het doen van aangifte.
6. Neem uw kind serieus, maar leer hem of haar ook te relativeren. Een kind denkt al snel dat het zijn eigen schuld is dat hij gepest wordt. Probeer dat schuldgevoel te voorkomen en neem alles waarmee uw kind zich tot u wendt serieus. Het komt niet gauw in een kind op om te denken dat iemand ‘voor de lol’ een hatemail stuurt en dat het eigenlijk helemaal niet speciaal voor jou bedoeld is, terwijl het vaak wel zo gaat. Je hebt het dus niet in de hand dat iemand zulke mail naar je stuurt, maar je kunt wel zelf bepalen in hoeverre je jezelf erdoor laat beďnvloeden. Wimpel het probleem niet weg, maar probeer het wel wat te relativeren.

5.3. Tips voor de leraar

De pester is gekend.

Hoe reageer je op de pester?
1. Maak duidelijk dat jij/de school dat pestgedrag niet accepteert.
2. Praat met de pester. Probeer samen zicht te krijgen op de diepere beweegredenen. Waarom doet hij dat? («'t Is maar een spelletje», «Uit verveling»...) Welke pestspelletjes haalt hij uit?
3. Speel in op zijn inlevingsvermogen («Hoe zou jij reageren mocht dit jou overkomen?» «Zou je wat hier staat ook 'in real life' durven zeggen?»).
4. De meeste leerlingen zijn erg gevoelig voor die inleving en begrijpen achteraf wel dat cyberpesten niet kan. Maar sommigen ook niet («Het kan me niet schelen wat met die ander gebeurt»). Ze blijven de feiten minimaliseren. Die jongeren hebben vaak zelf een probleem en vragen extra begeleiding (de leerlingenbegeleiding op school, CLB, externe hulp...).
5. Stel een mogelijke sanctie zo lang mogelijk uit. Doe een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel en het gezond verstand van de cyberpester. Vraag hem wel op te houden met zijn pestgedrag en mogelijke sites, berichten enz. te verwijderen. Laat hem of haar zijn excuses aanbieden. Vaak volstaat dit al voor diegene die gepest werd.
6. Verwittig de ouders van de leerling bij ernstige vormen van cyberpesten.
7. Praat erover in de klas, zeker als andere leerlingen in het spel zijn. Je kan kiezen voor de 'no blame'-aanpak, de klasthermometer of een andere veilige gespreksvorm. Dezelfde manier van werken kan je aan ouders van een pester aanraden.
8. Spreek regels af over hoe je met elkaar omgaat op internet
Niet schelden, niet terugschelden, niet hacken, geen virussen versturen, elkaar niet laten schrikken, niet roddelen.
9. Stel een vertrouwenspersoon aan. Dit kan bijvoorbeeld een groene leerkracht zijn. Kinderen en ouders moeten bij iemand aankloppen die kennis van zaken heeft en – door de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te nemen -- kan helpen. In sommige scholen gaat men nog verder. De school KTA2 in Hasselt plaatste een oude caravan op de speelplaats waar jongeren die dat willen kunnen gaan babbelen met andere jongeren. Het project noemt ‘peermediation’. Leerlingen van het vijfde en zesde jaar zijn aanwezig tijdens de middagpauze op de speelplaats van de leerlingen van het eerste en tweede jaar en lossen probleempjes op tussen deze leerlingen. In totaal zijn er 10 peermediators actief, acht meisjes en twee jongens. De caravan waarin alles gebeurt, noemen ze de babbelbox. Het voordeel is dat de oudere leerlingen niet optreden als bestraffer, zoals een leerkracht vaak wel overkomt. Men nodigt pestkop en slachtoffer uit en probeert via bemiddeling uit de impasse te geraken. (Noega, 2006, p.8) Andere scholen werken met projecten van groene leerlingen, dit zijn leerlingen die de rol van contactpersoon spelen en problemen op school helpen oplossen. Een aantal JAC’s organiseren opleidingen voor deze leerlingen met bijzondere aandacht.



De pester is niet gekend
1. Wat doe je zeker niet? Jezelf opstellen als machteloos («Wat kunnen wij daar nu aan doen?» «Wat buiten de school en op internet gebeurt, is toch onze zaak niet?»). Leerlingen kijken uit naar een volwassen antwoord. Dit helpt hen om zelf een mening te vormen.
2. Toon interesse in wat kinderen doen op internet. Pas als je weet wat ze doen online en het er met ze over hebt, kun je ze helpen
3. Zorg voor een positief klas- en schoolklimaat: in een sfeer die vertrouwen en degelijkheid uitstraalt, kaarten leerlingen en ouders makkelijker een probleem aan. Het versterkt ook de draagkracht van het team.
4. Heb aandacht voor hoe leerlingen (en leerkrachten) omgaan binnen de klas- of lesgroepen. Neem hun sociaal functioneren mee op in (zelf)evaluaties en klasbesprekingen.
5. Zorg voor een laagdrempelig meldpunt op school waar leerlingen en ouders terecht kunnen met hun vragen en problemen en dus ook pestklachten. Communiceer daar ook duidelijk over.
6.Zorg dat er genoeg expertise is op school. Wie coördineert, heeft kennis van zaken, boezemt ook omwille van zijn expertise genoeg vertrouwen in bij de leerlingen en de collega's.
7.Maak afspraken over gsm- en computergebruik tijdens de lesuren. Zorg dat er bij elke schoolcomputer een logboek ligt dat elke gebruiker invult. Zo weet je op elk moment wie achter welke computer zit. Cyberpesten gebeurt soms van op school.
8. Probeer pesters en slachtoffers actief te betrekken bij het antipestbeleid. Laat ze in plaats van 'deskundigen' een bijeenkomst organiseren waarin ze laten zien wat de mogelijkheden van het internet zijn. Op die manier toon je ook respect voor hun digitale wereld.
9. Bekijk welke foto's je op de schoolwebsite plaatst (geen close-ups bv.) en vraag expliciete toestemming aan de ouders.
10. Soms is de identiteit van de dader te achterhalen door uit te zoeken van welke computer het bericht is verzonden. Als het op school is gebeurd, kan de leerkracht nagaan wanneer het bericht is verstuurd en welke klas op dat moment gebruik maakte van de computer. De stijl van het bericht en eventuele taalfouten kunnen de dader verraden. De dader kan wellicht ook worden gevonden door in de klas te praten over wat er is gebeurd. Het kan nodig zijn de politie te betrekken.
11. De school heeft een anti-pest-beleid nodig. Dit is een document waarin niet alleen is opgenomen hoe de school moet omgaan met pesten op het schoolplein en in de klas maar ook met pesten via internet. Dat werkt namelijk ook door in de klas. In een apart onderdeel stellen we een voorbeeld van zo’n protocol voor.
12.Leraren zouden minstens eenmaal in hun loopbaan tijdens inservice-trainingen een cursus tegen pesten moeten volgen zodat ze dit verschijnsel gemakkelijker herkennen en het de kop kunnen indrukken. Op lerarenopleidingen moeten aankomende leerkrachten geďnformeerd worden over pesten in het algemeen en cyberpesten in het bijzonder.



5.4.Hulp aan het gepeste kind

5.4.1 Algemeen

1. Internet-pesters kunnen gemakkelijk anoniem blijven. Daarom is het vaak niet mogelijk om een dader te achterhalen en zit er niets anders op dan het effect te minimaliseren. Dat kan het beste door niet te reageren op haat-mailtjes of andere ongewenste e-mail. Als de dader geen respons krijgt, gaat de lol er snel af.
2 Stel hem/haar gerust, ook al komen de boodschappen hard aan. Zeg dat hij de beledigingen of bedreigingen niet persoonlijk of ernstig moet nemen. Wijs erop dat hij/zij geen schuld draagt. Help om te achterhalen wie de dader zou kunnen zijn, door bijvoorbeeld tips te geven om de computer te onderzoeken.
3 Onderzoek samen de manier van pesten. Is dat vluchtig, voorbijgaand? Kan je het wat relativeren of gaat het om ernstige gevallen en moet gepast gereageerd worden (bv. stalken)?
4 Beloof geen snelle oplossing: «Ik zorg ervoor dat dat snel stopt.» Cyberpesten is complex.
5. Geef enkele tips zoals : Blokkeer afzender mail of blokkeer MSN'er. Het is zo simpel, zonder dat degene die je blokkeert het door heeft. Als er iets vervelend gebeurt in de chat, ga dan weg
Log eventueel opnieuw in met een andere bijnaam (nickname). Vat scheldpartijen of beledigingen niet persoonlijk op, zeker als het komt van mensen die je niet kent. Vaak zegt men vervelende dingen uit verveling. Heb het er met iemand over die veel van computers en internet weet en die niet meteen iedereen vertelt dat je gepest wordt.
6 Vraag het kind om bewijsmateriaal te verzamelen en niet te deleten (via de archieffunctie van zijn gsm of de printscreen-functie van de computer).
7 Misschien kan je helpen het pesten op een technische manier te stoppen. In een chatroom breng je de administrator op de hoogte. Die kan de pestkop waarschuwen en zelfs verwijderen. Providers kunnen pestsites verwijderen. Bij ontvangst van ongewenste e-mails, sms'jes of berichten op msn kan je de zender blokkeren. Dat klinkt mooi in theorie, maar in de praktijk loopt dat wel wat minder vlot (providers doen stroef, pesters veranderen voortdurend van identiteit). In een aparte rubriek vind je over deze technische zaken meer informatie.
8 Bij ernstige gevallen (stalken, reële bedreigingen) kan je het Federal Computer Crime Unit (FCCU) van de politie inschakelen. Die kan bv. op zoek gaan naar het IP-adres van de computer van waaruit pestboodschappen vertrekken. Cyberpesters vinden altijd ontsnappingswegen. Maar alles is ook te traceren. Kinderen denken dat ze nooit gesnapt zullen worden. Maar zelfs aan een Worddocument hangt de naam van de persoon die het programma geďnstalleerd heeft. Eigenschappen van documenten verraden de geregistreerde eigenaar van het programma.
Websites waar je klachten kan indienen zijn :
www.nlip.nl
www.meldpunt.org
www.meldpunt.nl
www.gpj.be/nl/meld_kp.htm
http://www.cyberhate.be/ Bij dit meldpunt kun je terecht voor het melden van racistische of andere haatberichten op internet
http://www.kinderrechtencommissariaat.be/

(Bronnen o.a. www.klasse.be en www.planet.nl)

5.4.2. MSN

(Bron : http://www.endan.be/caw/node/102  Je bent jong en je scrolt wat !)

5.4.3. Facebook

Facebook is een enorm boeiend medium maar het kan ook onheil veroorzaken.  Klik hier voor een tekst over de mogelijkheden van facebook in de sociale hulpverlening. (Bron : Gielen,G.(2010).Wil je mijn vriend worden? Sociale netwerksites en hulpverlening. Sociaal 01, januari 2010, 4-9)  Open hier de tekst.

(Bron : http://www.endan.be/caw/node/102  Je bent jong en je scrolt wat ! en eigen materiaal)

Jongeren vertellen zelf hoe facebook een gevaar kan inhouden.

 

Als je cyberpestende informatie van internet wil laten verwijderen kan je natuurlijk eerst en vooral de makers van de website zelf contacteren.  Als er bijvoorbeeld een vals profiel is opgemaakt in Facebook, contacteer dan de facebookmakers, dat kan rechtstreeks via de website zelf of via emailcontact met het facebookteam. Een voorbeeldcontactadres dat werkt (een beledigende facebookpagina werd effectief verwijderd na contact met dit adres) is "The Facebook Team"  ip+0frejxe@support.facebook.com  Denk er wel aan om je informatie best in het Engels te verzenden. Onder account/helpcentrum vind je informatie over alle mogelijke beschermingsinstellingen en hoe je contact kunt opnemen bij misbruik. Je vindt daar ook info over wat te doen bij cybepesten in facebook. Op elke pagina staat overigens een link met  de mogelijkheid om klachten in te dienen.

 

 

Je vindt deze gegevens onder klik hier

 



5.4.4. Misbruik melden bij Netlog

Bekijk hier een infofilmpje over Netlog

 

Bekijk hier het filmpje van Netlog zelf. (Bron : http://www.endan.be/caw/node/103)

(Bron : http://nl.netlog.com/go/widget/videoID=nl-5720044)

 

Via deze link krijg je meer informatie http://nl.netlog.com/go/helpdesk/view=folder&folderid=61

 

5.4.5. Misbruik melden op youtube

Ga naar www.youtube.com en klik onderaan op de pagina op 'security' of 'veiligheid' en volg de stappen.

5.5. Tips voor alle kinderen om het zichzelf niet moeilijk te maken.

1. Tel tot tien als je ergens over geďrriteerd bent op internet/msn, zeg geen dingen waar je later spijt van krijgt
2. Een geintje hoeft niet altijd als een geintje over te komen.
Stuur je iemand een virus via MSN bijvoorbeeld, dan lijkt dat misschien heel amusant. Maar een computer kan zo vast lopen dat er veel geld moet worden besteed om de computer te repareren.
3. Zet geen informatie over anderen op je eigen homepage, ook niet voor de grap.
4. Bewaar je wachtwoord voor je mail en MSN zorgvuldig en geef ook niet te snel je mailadres weg
Inbreken op het account van een ander is een strafbaar feit. Je geeft je adres en telefoonnummer ook niet zomaar aan iemand, dus ook niet op internet.
5. Blijf aardig en vriendelijk, wees niet lomp.
6. Doe de “veiliginternettest” op de site van Klasse. “Ben je een chatchampignon of een mailmuskiet? Een webkip zonder kop of een surfslak zonder huis? Hoe veilig surf jij op de digitale golven? Doe de test en laat je hangen in het kleverige web.” http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=11679


6. Pesten en politie en gerecht

Over de justitiële aspecten over cyberpesten gaan we dieper in bij het onderdeel stalken. Ten aanzien van minderjarigen wordt er immers amper opgetreden. Bij het (cyber)stalken van en door volwassenen bestaat een duidelijkere reglementering. Soms zijn er lokale initiatieven. We melden hier eentje.

Pesters uit scholen in de regio Wetteren kunnen voortaan op het matje geroepen worden bij de lokale politie. Dat was al zo voor spijbelaars. Dat de regel nu ook voor pesters geldt, is een primeur voor Belgische scholen. Bedoeling is dat gepeste kinderen al dan niet via een vertrouwensleerkracht contact met de politie kunnen opnemen. Die gaat vervolgens achter de pester aan. Verwacht wordt dat de interventie van de politie op heel wat tieners behoorlijk indruk zal maken. De politie zal in eerste instantie proberen om de jonge pester de gevolgen van zijn gedrag te doen inzien. Lukt dat niet, dan kan er een proces-verbaal opgesteld worden en doorgestuurd worden naar de jeugdrechtbank. Het initiatief in Wetteren gaat uit van de politie. (Bron : HLN, 01/09/2006)

Sinds enige tijd zijn er in Vlaanderen meldpunten om misbruik en cyberpesten via digitale weg aan te klagen. Je kunt daarvoor terecht op volgende links.

http://www.cyberhate.be/ Bij dit meldpunt kun je terecht voor het melden van racistische of andere haatberichten op internet.

http://www.ecops.be/   Internetgebruikers kunnen alle inbreuken die ze op het internet vaststellen, melden bij de federale politie via de website, www.ecops.be. De website brengt surfers in contact met de Computer Crime Unit (FCCU), de cel van de federale politie die bevoegd is voor de strijd tegen de internetcriminaliteit. Internetgebruikers kunnen er heel uiteenlopende inbreuken melden, zoals seksueel misbruik van kinderen op het internet, illegale reclame, internetfraude, racisme, stalking...Wie een inbreuk meldt, kan dat volledig anoniem doen. Het blijft evenwel bij een melding; via de website kan geen klacht worden ingediend. Indien nodig maakt de politie de melding over aan het Belgische gerecht, als de dader uit België komt, of aan een buitenlandse politiedienst via Interpol, als het gaat om een buitenlandse dader.  

Let op : ik probeerde de website www.ecops.be uit voor een persoonlijke klacht inzake misbruik/spot op internet. Zie internetpost nav van deze website http://retecool.com/tags/gerardgielen
Op betrokken site wordt mijn naam onterecht opeens met nazi geassocieerd, hoewel die term op deze site van cyberpesten nergens gebruikt wordt.  Ik had de site wel op deze website vermeld maar in plaats van me te contacteren om dit te verwijderen staat er een nogal spottende klacht van een anoniem persoon op de site, wat ik persoonlijk erg ongepast vindt, zeker in het perspectief van het opzet van deze educatieve site.  Wie klachten heeft kan me overigens contacteren en dan wordt kwetsende info onmiddellijk verwijderd. Niet dus op deze zogenaamd ludieke site.  Ik contacteerde de website jaren geleden maar kreeg het leuke bericht dat ze nooit ingingen op klachten van mensen die zich onrecht aangedaan voelden. Sommige mensen hebben blijkbaar geen scrupules inzake cyberpesten. Jammer eigenlijk want bij alle sites die zichzelf respecteren zoals facebook, hyves, netlog, youtube, kan je een klacht indienen. Deze site www.retecool.com plaatst zich onherroepelijk boven de wet  en boven menselijke waarden van respect! Het enige wat ik kan hopen is dat iedereen die van deze educatieve site gebruik maakt, sites als retecool onherroepelijk bant als voorbeeld van cyberpestend.

Ik diende enkele jaren geleden een klacht in naar aanleiding van deze website bij www.ecops.be, maar blijkbaar was ook deze post  niet ernstig genoeg voor ecops om er ook maar iets aan te doen.

Ik kreeg een automatische bevestiging dat de klacht verzonden was maar hoorde er daarna verschillende maanden niets meer van en dan plots één emailje met de naam van  de internetserviceprovider met de tip daar een aangetekende brief naar te sturen en als dit niet hielp een klacht in te dienen bij de lokale politie.  Die naam van de internetserviceprovider had ik zelf op 1 minuut tijd ook wel op internet gevonden.  Ik ben er verder niet op in gegaan omdat ik vermoed dat hogergenoemde site toch niet bereid zal zijn op mijn aangetekende klacht in te gaan als ze al niet reageren op een mail met vraag om te verwijderen.

Ondanks de promotie van de website www.ecops.bewordt er door de internetpolitie dus zeer weinig mee mee gedaan. Je krijgt soms zelfs niet eens een reactie van ontvangst of pas vele maanden later een reactie. Heb je een klacht, probeer de andere mogelijkheden bovenaan deze pagina of stap rechtstreeks naar de politie in de hoop dat die er wel gevolg aan willen geven.  Wel jammer dat men deze site zo aanprijst, slachtoffers van cyberpesten worden zo ten onrechte met valse hoop op een onmiddellijke oplossing gerustgesteld. Blijkbaar is men alleen  geďnteresseerd in fiscale fraude of kinderporno.

Zie hier de emailreactie die ik kreeg.


 

 

Voor Nederland

www.nlip.nl
www.meldpunt.org
www.meldpunt.nl

7. Wie draait op voor de stommiteiten van uw kind

Tiener aangeklaagd voor bedreigen Bush CHICAGO - Een dertienjarige jongen is in de Verenigde Staten aangeklaagd voor het bedreigen van president Bush. De tiener uit een voorstad van Cincinnati (Ohio) stuurde twee e-mails kort voor het bezoek van de president aan de stad. In de aanklacht is sprake van ‘terroristische dreigementen’, meldden plaatselijke media woensdag. De jongen stuurde een anonieme mail aan de burgemeester van Cincinnati, een tweede mail tevens aan het Witte Huis, vicepresident Cheney en het Pentagon (ministerie van Defensie). Volgens de politie kon de jongen niet zeggen waarom hij tot zijn daad was gekomen. (Bron : De Volkskrant 29/03/2006)

Jongen van 15 jaar bood ‘uit verveling’ baby te koop aan. Begin januari 2006 schrok de internetwereld op toen op  www.marktplaats.nl  een advertentie werd geplaatst van een baby die gratis werd aangeboden. In Leeuwarden zette het Friese politiekorps twee rechercheurs op de zaak om de moeder op te sporen die haar kind aanbood. Uiteindelijk bleek na veel speurwerk dat de advertentie werd geplaatst door een 15-jarige jongen. Hij zette een jongetje van 1 jaar te koop. ‘Ik verveelde me gisteren en ik dacht ik ga wat ouwehoeren. Dus zette ik een kind te koop voor de grap’ schreef de onbekende, ietwat geschrokken tiener in een nieuw bericht op de website. ‘Ik dacht dat ze het niet zo serieus zouden opvatten. Sorry’. De schrijver van het bericht had de uitwerking van zijn bericht schromelijk onderschat. De politie nam de advertentie over de gratis baby uiterst serieus en het bericht haalde voorpaginanieuws. Nadat de agenten de dader hadden opgespoord, werd er een hartig woordje met de knaap gesproken. Hij kreeg echter geen straf. (Bron : Het Belang van Limburg 13/01/2006)

Internetfilmpje verraadt jonge brandstichters. Drie jongens van 15, 16 en 17 jaar, die in 2004 met een molotovcocktail brand probeerden te stichten bij een school in Adorp, zijn bijna twee jaar na dato alsnog opgepakt. Dat heeft de politie in Groningen gisteren bekendgemaakt. Het drietal ondervond op pijnlijke wijze dat ook de politie over een internetaansluiting beschikt. Op internet dook namelijk begin dit jaar een filmpje op waarop keurig was te zien hoe het drietal een molotovcocktail op het schoolplein gooide. Eén van de jongens had het voorval zelf gefilmd en online gezet. Op de website stonden bovendien de namen van de drie jongens genoemd. Voor de politie was het vervolgens een koud kunstje om de boosdoeners op te sporen. Via bureau Halt hebben ze een alternatieve straf gekregen. (Bron :Algemeen Dagblad 29/03/2006)

Rijense pubers zetten nepwapen online Twee jongens van dertien en vijftien uit Rijen hebben zichzelf in de vingers gesneden door webcamfoto's te maken van hun metalen nepvuurwapen. De wijkagent ontdekte de foto's op internet tijdens een onderzoek naar hun spijbelgedrag. Kennelijk was hij gaan Googelen naar de jongens en op hun websites kwam hij de webcam-afbeeldingen tegen.
Het vuurwapen was door de jongens begraven in een speeltuintje in Rijen. De gemeente Rijen staat nu op haar kop: "Ik heb zelf kleinkinderen. Je moet er toch niet aan denken dat zij dat wapen opgraven", zegt een bewoonster. Voor de twee tieners dreigt nu jeugddetentie. (Bron: Brabantsdagblad 09/04/2006)

Meisje telefoneert 1.000 keer naar 911. Een tienermeisje uit Buffalo (in de staat New York) gaf toe meer dan duizend keer gebeld te hebben naar het noodnummer 911. Ze maakte de meeste telefoontjes met haar GSM. De hulpverleners in het callcenter werden gepest, uitgelachen en uitgedaagd , onder andere met de woorden: "Je kan me toch niet pakken." Dit werd bekendgemaakt door de politie. Afgelopen weekend werd het meisje opgepakt omdat ze twee maal foutief een ongeval had gemeld en zes keer met de kerktelefoon naar het noodnummer belde. Sommige van de telefoontjes eerder deze maand duurden maar enkele minuten, eentje duurde meer dan een uur. "Ze gaf ons geen enkele reden waarom ze dit heeft gedaan," vertelde Dennis Richards, hoofd van de politie. "Ze was heel onrespectvol en zei onder meer 911 te zullen blijven bellen." Eerder dit jaar deed zich een soortgelijk geval voor. Juan Merced pleegde samen met zijn vrouw en oudste zoon meer dan duizend telefoontjes vanuit hun thuis in Buffalo. Volgens de politie werd het meisje geďnspireerd door dit trio en kopieerde ze hun gedrag. Vorig jaar nog wees Canadees onderzoek uit dat slechts negen procent van de telefoontjes gerechtvaardigd is. (Bron : Het Laatste Nieuws, 12/04/2006)

Kinderen en jongeren zijn niet alleen slachtoffer van cyberpesten maar soms ook dader. Stel dat je zoon of dochter een foto van een vrouwelijke leerkracht tot een naaktfoto bewerkt en dit op internet publiceert met naam en adres van de leerkracht erbij zodat deze onophoudelijk wordt gebeld door mannen met obscene voorstellen. De leerkracht geraakt daardoor in een ernstige depressie en gaat in langdurig ziekteverlof en heeft daarenboven kosten om haar telefoonlijn te laten veranderen. Of een andere jongere publiceert een webcamfilmpje met een striptease van een medeleerlinge op het internet waar het meisje dit te goeder trouw dacht dit enkel voor haar vriend te doen. Het filmpje verspreidt zich razendsnel op internet, het meisje geraakt in een zware depressie, durft niet meer naar school en moet haar jaar overdoen. Een jongere plaatst illegale muziek in mp3 formaat op zijn eigen website en verspreidt op die manier duizenden illegale liedjes.
Of het kan ook minder extreem. Een jongere hackt een website van een bedrijf of school zodat die lange tijd onbruikbaar wordt of spamt de mailbox van een medeleerling waardoor ook de ouders geen toegang meer hebben tot hun electronische post.

In de meeste gevallen zijn de ouders aansprakelijk voor dit soort stommiteiten die als grap beginnen, maar waar de zware gevolgen de jongere en zijn ouders blijven achtervolgen. Volgens het Burgerlijk Wetboek zijn ouders aansprakelijk voor de fouten van hun minderjarige kinderen en de schade die ze veroorzaken. Het prijskaartje kan hoog oplopen.

Tot nu toe bleef het bij beentje lichten op de speelplaats, een kaars aansteken op een hooizolder of rijden zonder rijbewijs en een ongeval veroorzaken, maar met de computer, internet en mobiele telefonie is er een ernstige risico bijgekomen inzake verantwoordelijkheid. In voornoemde situaties zijn de ouders praktisch altijd aansprakelijk. Volgens het Burgerlijk Wetboek geldt een vermoeden dat ouders aansprakelijk zijn voor de fouten van hun minderjarige kinderen en de schade die deze veroorzaken. De wetgever gaat er bovendien van uit dat ouders de onrechtmatige daden van hun kinderen kunnen verhinderen als ze hun ouderlijke macht zorgvuldig uitoefenen (goede opvoeding en voldoende toezicht). De enige manier om te ontsnappen aan hun verantwoordelijkheid is kunnen aantonen dat ze voldoende toezicht hebben uitgeoefend op de kinderen en dat ze hun een behoorlijke opvoeding hebben gegeven. Voor dingen die buitenshuis gebeuren is het niet altijd duidelijk dat ouders nalatig kunnen zijn, maar hoe zit het met dingen die jongeren met hun computer thuis uithalen. Daar kunnen ouders toch voldoende toezicht uitoefenen.

Tot nu toe zijn ons omtrent cyberpesten of ander internetmisbruik nog geen specifieke uitspraken gekend. Ofwel kon men de daders niet achterhalen ofwel werd er een minnelijke regeling getroffen. In de meeste gevallen betaalt de familiale verzekering de kosten die kinderen door hun stommiteiten veroorzaken. De gaat dan bijvoorbeeld op voor kinderen die met hun GSM of via een telefooncel een valse bommelding doen of vandalisme plegen. Maar een gezins-of familiale verzekering is niet verplicht zodat nogal wat onbemiddelde gezinnen moedwillig of andere gezinnen uit vergetelheid dit soort verzekering niet afsluiten en volledig zelf moeten opdraaien voor alle kosten.

Kan men ouders aansprakelijk stellen als hun kinderen stommiteiten via internet of met mobiele telefoon uithalen. In principe wel, temeer als het verkeerd gedrag thuis gebeurt en ouders toezicht hadden kunnen houden. Soms zijn ouders onvoldoende vertrouwd met internet en GSM toestanden. Het is dan maar de vraag of ouders aansprakelijk kunnen worden gesteld voor wat er daar mis kan gaan. Naar onze mening kunnen ouders, zelfs al roepen ze hun gebrek aan kennis en vertrouwdheid in, hier wel degelijk aansprakelijk worden gesteld. Of de familiale verzekering in zulke gevallen uitbetaalt, hangt af van de aard van de stommiteit, de opzettelijkheid ervan en de leeftijd van de dader. In de praktijk hangt de aansprakelijkheid vaak af van de interpretatie van de rechters. Ze kunnen een eigen invulling geven aan de begrippen ‘voldoende toezicht’ en ‘goede opvoeding’. Het is soms ook moeilijk om een causaal verband aan te tonen tussen de ene foute daad en een slechte opvoeding.

Kamerlid Guido De Padt (VLD België) diende begin 2006 een wetsvoorstel in om meer duidelijkheid te creëren. Hij pleit voor een objectief criterium voor de ouderlijke aansprakelijkheid : ouders zijn altijd aansprakelijk, behalve wanneer ze overmacht kunnen aantonen. Dat zou vooral de slachtoffers beter moeten beschermen, omdat die automatisch vergoed zullen worden door de verzekering van de ouders of de ouders zelf indien ze geen verzekering hebben. De Belgische consumentenorganisatie Test-Aankoop pleit ook al langer voor een hervorming van de huidige regeling voor de aansprakelijkheid van ouders voor de daden van minderjarige kinderen.

Test-Aankoop meldde al eerder dat rechter heel wat tegenstrijdige uitspraken vellen omdat ze verschillende opvattingen hebben over wat een goede opvoeding en voldoende toezicht inhouden. Volgens hen zouden ouders steeds aansprakelijk worden geacht zodra er sprake is van een onrechtmatige daad tenzij ze kunnen bewijzen dat er overmacht in het spel is. Bijkomende voorwaarde is wel dat ze een verplichte familiale verzekering willen invoeren. (De Standaard 09/01/2009)

Heel wat websites dekken zich in hun aansprakelijkheid door expliciet te wijzen op de ouderlijke verantwoordelijkheid. Op de website van MTV vonden we volgende clausule : Ouderlijke verantwoordelijkheid. Wij zijn begaan met de veiligheid en het welzijn van al onze gebruikers, doch in het bijzonder van kinderen. Ouders die hun kinderen toestaan gebruik te maken van de Dienst dienen ervoor te zorgen dat zij toezicht houden op hun kinderen en hen helpen. Wij brengen je in herinnering dat de Dienst bedoeld is om te appelleren aan een breed publiek. Wij brengen de ouders, als wettig vertegenwoordigers, in herinnering dat zij verantwoordelijk zijn voor toezicht op hun kinderen en voor de beslissing welke specifieke Diensten geschikt zijn voor hun kinderen

Bekijk hier een preventiefilmpje van Sire

Bekijk hier een filmpje over cyberpesten van een jongen

Bekijk hier een reportage over (cyber)pesten en autisme : Ben X