Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

De literatuurstudie toont aan dat cyberpesten bij jongeren een groeiend maatschappelijk fenomeen is dat ernstige gevolgen heeft voor zowel het slachtoffer als de pestkop. In België is één jongere op drie minstens één keer slachtoffer geweest en één op vijf dader. Naast de studenten, de ouders, de scholen, de Internet Service Providers (ISP), de verenigingen en de e-safety sector, is de politie (lokaal en federaal) een heel belangrijke speler in het bestrijden van cyberpesten.

Aanpak van Pesten in de Brugklas van het Reguliere Voortgezet Onderwijs Kwalitatief onderzoek naar de ervaren effectiviteit van de structurele en persoonlijke aanpak van pestgedrag in de brugklas door docenten in het regulier voortgezet onderwijs

Spijbelen is een veelvoorkomend probleem op middelbare scholen en heeft een negatief effect op de schoolresultaten en het verdere leven van jongeren. Spijbelgedrag kan veroorzaakt worden door het vermijden van negatieve ervaringen op school, zoals gepest worden. In dit onderzoek wordt de relatie tussen gepest worden en spijbelen onderzocht en wordt gekeken of deze relatie gemedieerd wordt door internaliserende problemen. De verwachting is dat jongeren die worden gepest meer internaliserende problemen zullen ervaren en meer zullen spijbelen. Dit conceptuele model wordt onderzocht met data uit het HBSC onderzoek en bevat gegevens van 5.397 Nederlandse scholieren.

Over de rol van het internet op de seksuele ontwikkeling van Vlaamse jongeren is niet veel gekend. Deze masterproef wil nagaan hoe het met deze ontwikkeling van Vlaamse jongeren gaat en of ze al dan niet beïnvloed worden door media of leeftijdgenoten.

Cyberpesten wordt gedefinieerd als het herhaaldelijk en langdurig blootstaan aan negatieve handelingen verricht door één of meer andere personen via een elektronische vorm van contact. In Nederland is 25% van de adolescenten slachtoffer en 19% dader geweest van cyberpesten. Cyberpesten is gerelateerd aan psychische en sociale problemen bij de slachtoffers, zoals emotionele stress, depressie en sociale problemen. Daarnaast bestaat er een relatie tussen daders van cyberpesten en gedragsproblemen, zoals middelenmisbruik, grensoverschrijdend gedrag, agressieproblemen en delinquent gedrag. Schoolpersoneel kan een grote rol spelen in de interventie en preventie van cyberpesten.

In dit onderzoek is gekeken naar verschillen in het zelfbeeld tussen de verschillende pestrollen (daders, slachtoffers en niet-betrokkenen) in de laatste drie groepen van het basisonderwijs. Meer specifiek richtte dit onderzoek zich op de mate van narcisme, globaal zelfbeeld en zelf-waargenomen sociale competentie. Daarnaast is bekeken of de verschillen gemodereerd worden door sekse. Methode. Er is gebruik gemaakt van een groter databestand over pesten en sociale dominantie (N = 1229; 662 jongens). De variabelen zijn gemeten aan de hand van zelf- en peerrapportages en ratings. Resultaten.

Verschillen in narcisme, globaal zelfbeeld, zelf-waargenomen sociale competentie en aantal wederkerige sympathie- en antipathierelaties tussen verschillende pestrollen.

Universiteit Utrecht Bachelorthesis ter afsluiting van de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen Studenten: Dagmar Asbroek , Suzan Bos , Karen Sanders  en Nienke Rijk  Begeleidster: Marjolijn Vermande

Een longitudinaal onderzoek naar de stabiliteit van pestgedrag en slachtofferschap onder jonge adolescenten. Marjolein Kolstein Vakgroep Sociologie Rijksuniversiteit Groningen Begeleider: Drs. J.K. Dijkstra Referent: Dr. R. Veenstra Juli 2006

Het onderwerp van mijn scriptie is dichterbij gekomen toen ik voor mijn afstuderen in aanraking kwam met TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey), een longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen. Tijdens een inleidend college over het onderzoek TRAILS werd mijn interesse gewekt. Wat mij voornamelijk opviel en bij is gebleven is de omvang en de duur van het project. Dit maakt TRAILS voor mij een heel interessant en leerzaam onderzoek. Ook onderscheidt TRAILS zich van andere onderzoeken doordat er informatie aanwezig is vanuit de gehele omgeving van de kinderen, te weten klasgenoten, ouders en leerkrachten.

Sociale media vallen vandaag niet meer weg te denken uit onze leefwereld. Het meest populaire medium, Facebook, wordt bezocht door jong en oud. Ook de pubermeisjes van het observatie-en behandelingscentrum Espero zijn doorwinterde gebruikers van dit medium. Waarnemingen tonen aan dat zij wildvreemden toevoegen als vriend, deze contacteren en er soms verliefd op worden. Vaak sturen zij ook seksueel getinte berichten en/of foto‟s. De bezoekers van hun profielpagina zijn niet altijd even onschuldig en evenwel deinzen ze er niet voor terug om het vertrouwen van deze meisjes te misbruiken.

Het onderwerp van mijn scriptie is 'pesten'. Tijdens mijn stages werd ik vaak geconfronteerd met pesten. Ik vond het heel moeilijk om te bepalen wat pesten is. Verder wist ik ook niet hoe ik het probleem moest aanpakken. Leerlingen waarschuwen en straffen werkten helemaal niet. Ik ging rond vragen om te kijken wat andere docenten normaal doen tegen pesten op school. Van sommige docenten kreeg ik te horen dat ze de leerlingen gewoon waarschuwen of straffen, en van andere docenten kreeg ik te horen dat ze helemaal niets doen tegen pesten omdat ze geen tijd of materiaal hebben, omdat ze het niet als hun taak beschouwen en erger nog omdat ze helemaal niet weten wat pesten is.

Objective: The aim of this study was to investigate the long-term effects of bullying or being bullied on psychosocial problems among adolescents and vice versa. In addition, it was tested whether the effects of being bullied and bullying were dependent up on each other. Cross-sectional evidence cannot clarify questions of causality; this longitudinal design might contribute to answering this question. Methods: The third wave of the Health Behaviour in School-aged Children survey was conducted among 1.558 adolescents aged 14-18 years. For psychosocial problems, the Strength and Difficulties Questionnaire (SDQ) was used.

De maatschappijkritische affiches van Loesje duiken altijd wel ergens op. Ook over een onderwerp als pesten kon een treffende poster niet ontbreken. Pesterijen, een actueel onderwerp op scholen en in de media. Jaarlijks verschijnen er krantenkoppen hoe kinderen zichzelf van het leven beroven, depressief zijn en angst hebben om naar school te gaan en dit alles als gevolg van pesterijen. Hoe komt het toch dat pesten door de jaren heen nog steeds zo actueel is? Wat zijn aanleidingen om te beginnen met dit beschadigende gedrag? Wat kenmerkt een dader en wat kenmerkt een slachtoffer? Heeft zelfvertrouwen een rol in dit alles?

Deze studie onderzocht het verband tussen zelfvertrouwen en pesten. Er bestaat veel evidentie dat slachtoffers van pesten gekenmerkt worden door weinig zelfvertrouwen, maar hierover bestaat bij daders geen eenduidigheid. In het verleden en in populaire literatuur zijn daders veelal beschouwd als individuen met een laag zelfvertrouwen. Meer recente studies wijzen het tegengestelde uit. Daarnaast zijn verbanden met het streven naar ‘agentic goals’, ‘submissive goals’, sociale dominantie en waargenomen populariteit onderzocht, omdat in verscheidene studies verbanden zijn gevonden tussen deze variabelen, pesten en de mate van zelfvertrouwen.

Achtergrond: Deze studie onderzocht het verband tussen zelfvertrouwen en pesten. Er bestaat veel evidentie dat slachtoffers van pesten gekenmerkt worden door weinig zelfvertrouwen, maar hierover bestaat bij daders geen eenduidigheid. In het verleden en in populaire literatuur zijn daders veelal beschouwd als individuen met een laag zelfvertrouwen. Meer recente studies wijzen het tegengestelde uit. Daarnaast zijn verbanden met het streven naar ‘agentic goals’, ‘submissive goals’, sociale dominantie en waargenomen populariteit onderzocht, omdat in verscheidene studies verbanden zijn gevonden tussen deze variabelen, pesten en de mate van zelfvertrouwen.

Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master in de criminologische wetenschappen door  Blomme Sarah Academiejaar 2012-2013UGent

Pestgedrag wordt wereldwijd erkend als problematisch, niet enkel voor de individuen die er bij betrokken raken, ook voor de organisaties waarin het voorkomt en voor de bredere gemeenschap (Monks & Coyne, 2011). Hoewel pesten als fenomeen al sinds mensenheugenis voorkomt, is men pas met systematisch onderzoek naar pestgedrag gestart in de jaren 70 van vorige eeuw en dit beperkte zich dan nog tot enkel tot de Noord-Europese landen, onder leiding van Dan Olweus1. In de jaren 80 en 90 kregen andere landen zoals Groot-Brittannië, Nederland, Canada en de Verenigde Staten ook aandacht voor het pestfenomeen (Olweus, 1996; Monks & Coyne, 2011).

Mijn afstudeerproject gaat over de gevaren van het internet en over cyberpesten. In het theoretische deel staat geschreven wat de gevaren van het internet zijn, wat cyberpesten is, welke vormen cyberpesten kan aannemen, wat scholen preventief kunnen ondernemen,... In het praktijkluik zijn er enkele lessen uitgewerkt voor de tweede graad BSO om rond de gevaren van het internet te werken. Er worden verschillende werkvormen gebruikt, discussievragen,...

Sinds de komst van het internet is pesten face-to-face voor een deel verplaatst naar het internet. Dit wordt ook wel cyberpesten genoemd. Doordat cyberpesten een vrij recent fenomeen is, is het nog niet duidelijk wat jongeren ertoe aanzet om te gaan cyberpesten. Dit onderzoek bekijkt of de persoonlijkheidskenmerken eigenwaarde en narcisme en ook internetgebruik factoren zijn die ervoor zorgen dat jongeren gaan pesten op het internet. Er is een vragenlijst uitgedeeld op een middelbare school onder jongeren van 11 tot en met 16 jaar om er achter te komen of er een verband is tussen cyberpesten, narcisme, eigenwaarde en internetgebruik.

Voor dit onderzoeksproject wil ik vooral naar het misbruik van de moderne technologieën zoeken. Door het project heen kan je tekst en uitleg terugvinden over de verschillende vormen van cyberpesten, de middelen die worden gebruikt om te cyberpesten, wat de consequenties zijn en vooral hoe je preventief kan te werk gaan rond cyberpesten. Ook welke aanpak dient gehanteerd te worden in het hele verhaal komt uitvoerig aan bod. Maar allereerst wil ik dit onderzoeksproject starten met een paper die ik twee jaar geleden heb opgesteld. Deze paper geeft ons een duidelijk beeld van waruit het fenomeen
‘cyberpesten’ kon ontstaan.

Cyberpesten kan via verschillende methoden plaatsvinden. Het kan plaatsvinden via e-mail, chatberichten ( MSN of chatrooms), het versturen van kwetsende sms-berichten, het plegen van anonieme telefoontjes, het maken van websites, het plaatsen en versturen van berichten, foto’s of video’s op internet en het reageren op deze berichten, foto’s of video’s (Hemphill et al., in druk; Li, 2006). De toenemende populariteit van elektronische communicatiemiddelen onder adolescenten zorgt voor een toename van cyberpesten (Li, 2006; Wang et al., 2009).

Cyberpesten is een probleem dat vanaf het begin van de 21ste eeuw sterk opkwam bij jongeren als een nieuwe vorm van pesten. Het onderzoek naar cyberpestgedrag staat momenteel nog in haar kinderschoenen, maar behoeft een groeiende maatschappelijke en wetenschappelijke aandacht. Aan deze noodzaak wilden we in dit onderzoek tegemoetkomen door een verklaringsmodel voor cyberpestgedrag voor te stellen: de Theorie van Gepland Gedrag van Icek Ajzen. We deden hiervoor een kwalitatief interview bij 7 respondenten en een kwantitatieve survey bij 858 respondenten. Alle respondenten waren tussen 12 en 21 jaar oud op het moment van de dataverzameling.

(Cyber)pesten bij Vlaamse jongeren: kwantitatief onderzoek op basis van database Kinderen- en jongerentelefoon ‘Awel’ Dimitri Cleeren (Cyber)pesten bij Vlaamse jongeren: kwantitatief onderzoek op basis van database Kinderen- en jongerentelefoon ‘Awel’ Pesten is een fenomeen dat in België zeer vaak voorkomt. Terwijl er in België volop geïnvesteerd wordt in onderwijs, en daardoor ook vooraanstaandis op Europees vlak, blijkt er op vlak van (cyber)pestpreventie niet veel structureels uit de bus te komen. Om dit probleem kracht bij te zetten: slechts 6 van de 29 OESO-landen, doen het slechter.

Het eerste hoofdstuk van de bachelorproef vormt een literatuuronderzoek rond de in de probleemstelling vermelde thema’s. In het eerste onderdeel wordt de problematiek van cyberpesten, plagen en pesten in ‘real life’ omschreven. Vervolgens wordt gezocht naar verschillen evenals gelijkenissen tussen klassiek pesten en cyberpesterijen. Cyberpesten kent zowel directe als indirecte vormen. Het volgende item omschrijft deze pestvormen. ‘Wat maakt cyberpesten zo populair?’ maakt onderdeel uit van de volgende sectie.

Een relatief nieuw fenomeen is cyberpesten, waarbij jongeren niet alleen de rol van slachtoffer aannemen, maar ook die van dader. Bijvoorbeeld leerlingen van groep acht van basisschool de Drieslag, zijn dagelijks te vinden op msn, in chatboxen, op Hyves en op Chatbox.nl. En het zijn fanatieke mailers. Meestal is het wel leuk, zegt Emma (10). Maar soms wordt ze wel eens uitgescholden. Voor stom kind ofzo. Stom kind? Nou, eigenlijk kutwijf. Zo sturen zij bijvoorbeeld bedreigende e-mails of SMS-berichtjes naar hun minder geliefde leeftijdsgenoten, of ontwikkelen ze websites met weinig flatterende foto’s en commentaar over deze personen.

Het thema cyberpesten is ‘hot’. Dat het probleem bestaat weet zo goed als iedereen. Maar hoe zit het nu juist met de persoonlijkheid bij het cyberpesten? Er wordt wel eens gezegd dat pesters ‘dikke nekken’ en slachtoffers sociaal onhandig zijn. Klopt dit eigenlijk wel?
 
Cyberpesten: een oud probleem in een nieuw kleedje
 

Het Carbooncollege, locatie Emma is een vmbo-school in Hoensbroek. Onder de naam Carbooncollege vallen nog drie andere scholen in de regio Parkstad, namelijk de locatie Broekland en Sint-Jan te Hoensbroek én het Rombouts te Brunssum.

Cyberpesten in de lagere school Een nieuwe wereld met nieuwe gevaren Het cyberpesten heeft vanuit de secundaire school een weg gevonden naar de basisschool, waardoor steeds jongere kinderen geconfronteerd worden met deze problematiek. Om deze problematiek op een toegankelijke manier kenbaar te maken aan kinderen tussen 10 en 12 jaar, werd een educatief spel uitgewerkt dat voorzien is van verschillende stellingen, vragen en opdrachtenkaartjes. Op deze manier wordt getracht kinderen en hun opvoeders niet enkel te informeren, maar ook te doen nadenken over het veilig gebruik van nieuwe informatietechnologieën, de gevaren ervan en de gevolgen van het cyberpesten.

Cyberpesten is de technologie herhaaldelijk misbruiken om een andere persoon te treiteren, intimideren, pesten of terroriseren. Dit gedrag uit zich normaal gesproken in ongepaste en pijnlijke geruchten of bedreigingen verstuurd door middel van e-mails, instant messaging (zoals MSN messenger), website posts en/of SMS'jes. Doordat leerlingen opgroeien met het gebruik van verschillende technologieën komt deze vorm van pesten steeds vaker voor. Hoe gaan scholen daarmee om? Wat zijn de maatregelen, zowel preventief als na constatering, die genomen kunnen worden? Welke van deze maatregelen worden ook daadwerkelijk genomen door scholen?

Internet biedt naast vele mogelijkheden, zoals het versterken of opdoen van contacten, ook risico‟s zoals cyberpesten. Jongeren zijn veelgebruikers van het internet. Een verklaring hiervoor is dat zij contact met leeftijdgenootjes erg belangrijk vinden. Jongeren dragen zelf ook bij aan cyberpesten in de rol van dader. Dit blijkt uit een enquête die in dit onderzoek is afgenomen onder jongeren van 12 tot en met 14 jaar (n = 217). Zo heeft ruim 40% van deze jongeren wel eens gepest via MSN en in online games, een derde via sociale netwerksites en YouTube, en een kwart in chatboxen. De handelingen om te cyberpesten waren uiteenlopend.

Pagina's