Cyberpesten en de wet (Belgie)

Deze tekst werd overgenomen van http://mediawijs.be/dossiers/dossier-cyberpesten/cyberpesten-de-wet
Gelieve de oorspronkelijke webpagina te contacteren voor eventuele actualisaties.
Auteur : Eva Lievens  ICRI - KU Leuven, Interdisciplinair Centrum voor Recht & ICT

Cyberpesten, of overlast of schade veroorzaken met boodschappen via het internet, is strafbaar als: de boodschappen verzonden zijn via het internet of sociaalnetwerksites; de dader de bedoeling had om zijn slachtoffer lastig te vallen of schade te berokkenen; er contact was tussen de dader en het slachtoffer. [i] (zie artikel 145 §3bis van de ‘Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie’). [ii]

Volgens welke andere wetten is cyberpesten strafbaar? [iii]

1. Belaging of stalking (artikel 442bis)

Een persoon stalkt of belaagt iemand.

Stalking verstoort de rust van het slachtoffer. De dader weet dat zijn gedrag stoort. [iv]

Een dader krijgt dubbel zoveel straf als het slachtoffer bijzonder kwetsbaar is, bijvoorbeeld bij kinderen.Angry Photo by Duchessa RGBstock

Dit misdrijf kan enkel vervolgd worden, als het slachtoffer een klacht indient. [v]

2. Laster of eerroof [vi] (artikel 443 Sw. Artikel 444 Sw.) [vii] [viii]

Cyberpesten gebeurt dan op een openbare plaats, zoals in openbare bijeenkomsten of plaatsen (bijvoorbeeld websites of publieke profielen)in aanwezigheid van anderen; op een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die er mogen vergaderen of de plaats bezoeken (bijvoorbeeld chatrooms, fora of profielen die enkel toegankelijk zijn voor een beperkt aantal ‘vrienden’); om het even welke plaats, als het slachtoffer en getuigen erbij zijn door teksten of beelden die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of tentoongesteld worden door teksten die aan verschillende personen toegestuurd of meegedeeld worden (bijvoorbeeld mailinglijsten of nieuwsbrieven)

3. Iemand beledigen met teksten of beelden (artikel 448 Sw.)

De dader moet iemand kwaad willen doen. De belediging moet publiek zijn. Dat betekent dat die gebeurt in een publieke ruimte zoals in de lijst hierboven. [ix]

Dit artikel kan ook gelden in de omgeving van sociale media.

Cyberpesten kan samengaan met hacking (artikel 550bis Sw.), virussen versturen (artikel 550ter Sw.) of valsheid in informatica (artikel 210bis §2 Sw.). [x]

4. Volgende artikelen kunnen gelden bij cyberpesten met seksueel suggestieve beelden: [xi]

Volgens artikel 383 is het strafbaar om materiaal dat strijdig is met de goede zeden tentoon te stellen, te verkopen, verspreiden, maken, [xii] in voorraad te hebben, in te voeren en bekend te maken. De straffen zijn zwaarder als het slachtoffer minderjarig is (artikel 386 Sw.). De handelingen zijn strafbaar als ze openbaar zijn [xiii], zoals foto’s op een sociaalnetwerksite. Als foto’s via een bericht worden verstuurd, zijn ze minder openbaar. De rechter oordeelt daarover.

Volgens artikel 383bis Sw. zijn handelingen [xiv] in verband met kinderporno [xv] strafbaar. Het kan gaan over foto’s die een minderjarige in seksuele poses afbeelden op een sociaal netwerk.

Wanneer is het strafbaar om afbeeldingen van anderen te gebruiken en persoonlijke gegevens te verwerken?

1. Je hebt de toestemming nodig van een persoon om een afbeelding van die persoon te maken en te gebruiken. [xvi]

2. Een foto van iemand anders posten of delen, kan ook gelden als persoonlijke gegevens verwerken. Volgens artikel 5 van de Wet Verwerking Persoonsgegevens [xvii] heb je de toestemming van de betrokkene nodig.

Is een minderjarige bekwaam toestemming te geven om een afbeelding te gebruiken of om persoonlijke gegevens te verwerken? Volgens de Belgische Privacycommissie [xviii] kan een minderjarige de gevolgen van zijn of haar gedrag nog niet inschatten (het 'onderscheidingsvermogen'). Dan kunnen enkel de ouders toestemming geven. Voor minderjarigen die de gevolgen wel kunnen inschatten, is de situatie niet zo duidelijk:

Volgens sommigen moeten zowel de minderjarige als de ouders toestemming geven. Anderen vinden dat de minderjarige zelf toestemming kan geven. 'Onderscheidingsvermogen' is een vaag criterium, dat geval per geval moet worden beoordeeld. [xix] Het lijkt onrealistisch dat je telkens toestemming moet vragen om iedere foto waarop iemand anders staat, te posten of te delen. Toch is het belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van de juridische basis.

Juridische bronnen

[i] Walrave, M., Demoulin, M., Heirman, W. and Van der Perre, A. (2009), Onderzoeksrapport Cyberpesten, http://www.internet-observatory.be/internet_o... (link is external), 83.

[ii] Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, BS 26 juni 2005. 

[iii] Ibid., 84.

[iv] Ibid., 84.

[v] De Busscher, M. et al. (2012), Strafrecht, Larcier Wet en Duiding, Brussel, Larcier, 419.

[vi] Dit wordt gedefinieerd als “iemand kwaadwillig een bepaald feit ten laste leggen, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen”.

[vii] Uyttendaele, C. (2002), Openbare informatie – Het juridisch statuut in een convergerende mediaomgeving, Antwerpen, Maklu, 282; De Busscher, M. et al. (2012), Strafrecht, Larcier Wet en Duiding, Brussel, Larcier, 424.

[viii] Bijvoorbeeld: Brussel 22 december 1999, Auteurs & Media 2000, 134, met noot D. Voorhoof. Zie ook meer recent een beslissing van het Hof van Cassatie waarin beslist wordt dat het Internet gelijkgesteld wordt met de klassieke drukpers en dus ook dezelfde waarborgen geniet: Cass. 6 maart 2012, nr. P.11.1374.N en Cass. 6 maart 2012, nr. P.11.0855.N. In verband met de feitelijke straffeloosheid van drukpersmisdrijven, ook op het Internet, zie: Voorhoof, D. (2012), “Weblogs en websites zijn voortaan ook ‘drukpers’”, De Juristenkrant, nr. 246, 4-5.

[ix] Walrave, M., Demoulin, M., Heirman, W. and Van der Perre, A. (2009), Onderzoeksrapport Cyberpesten, http://www.internet-observatory.be/internet_o... (link is external), 88.

[x] Voor meer informatie, cf. De Busscher, M. et al. (2012), Strafrecht, Larcier Wet en Duiding, Brussel, Larcier, 557 et seq.

[xi] Gezien de grens tussen cyberpesten en sexting vaak heel dun is, kunnen deze bepalingen ook toegepast worden op gevallen van (meestal secundaire) vormen van sexting.

[xii] Merk op dat artikel 384 Sw. een zwaardere straf oplegt aan de vervaardiger van het materiaal dat in strijd is met de goede zeden.

[xiii] De Busscher, M. et al. (2012), Strafrecht, Larcier Wet en Duiding, Brussel, Larcier, 323.

[xiv] Nl. het voorstellen, tentoonstellen, verkopen, verhuren, verspreiden, uitzenden of overhandigen, met het oog op de handel of verspreiding vervaardigen of in voorraad hebben, (doen) invoeren of bezitten van kinderpornografie.

[xv] Kinderpornografie wordt gedefinieerd door dit artikel als “zinnebeelden, voorwerpen, films, foto’s dia’s of andere beelddragers die houdingen of seksuele handelingen met pornografisch karakter voorstellen waarbij minderjarigen betrokken zijn of worden voorgesteld”.

[xvi] Dierickx, L. (2005), Het recht op afbeelding, Antwerpen, Intersentia, 1.

[xvii] Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, BS 18 maart 1993.

[xviii] Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (2002), Advies uit eigen beweging betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen op Internet, http://www.privacycommission.be/sites/privacy... (link is external).

[xix] Dierickx, L. (2005), Het recht op afbeelding, Antwerpen, Intersentia, 39.